Bloemetjes en lunches uit hoofde van het ambt

Bijna alle colleges van B en W overtreden de declaratieregels, zo blijkt uit onderzoek van RTL Nieuws. Her en der is geld teruggestort. „De ellende begint bij voorschieten.”

Rompertjes declareren? Dat moet je als wethouder „gewoon niet doen”, zegt hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga van de Rijksuniversiteit Groningen. „Je politieke antenne moet zo zijn afgesteld dat je dit soort declaraties, van een paar tientjes, niet indient.” Elzinga spreekt over de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher (PvdA), die 86 euro besteedde aan vier kraamcadeautjes en dat bedrag declareerde bij de gemeente.

Gisteren meldde RTL Nieuws dat ruim vier op de vijf colleges van B en W de declaratieregels overtreden. Uit onderzoek onder driehonderd gemeenten blijkt dat er soms duizenden euro’s worden gedeclareerd buiten de vaste onkostenvergoeding om.

Asscher noemt de ophef over zijn declaraties „verschrikkelijk balen”. Elke maand stopt hij vijftig euro in een envelop. Dat geld komt uit zijn vaste onkostenvergoeding en is bedoeld voor relatiegeschenken. „Denk aan een bos bloemen voor een ondernemer die veertig jaar actief is”, licht Asscher toe. „Rompertjes sturen we naar relaties die een geboortekaartje naar het stadhuis sturen.” Soms schiet het bestuurssecretariaat dat voor, zoals in het geval met de rompertjes. „Dat bedrag had verrekend moeten worden met het geld in de envelop. In plaats daarvan is het op mijn onkostendeclaratie terechtgekomen, een administratieve slordigheid. Toen we dat ontdekten, door de navraag van RTL, heb ik bedrag teruggestort.”

Grote bedragen gingen om in onder meer Den Bosch, waar het college vorig jaar 19.000 euro aan bonnetjes inleverde. Daarvan kwam 10.000 euro voor rekening van burgemeester Ton Rombouts (CDA). Volgens de Bossche wethouder Bert Pauli (VVD) is er niets mis met de declaraties van zijn burgemeester. Ze hielden volgens Pauli direct verband met de functie van Rombouts, ze dienden een zakelijk nut voor de gemeente, ze waren deugdelijk onderbouwd met bonnen en ze zijn op al die eisen getoetst door een ambtenaar.

Van de 10.000 euro die hij declareerde, spendeerde burgemeester Rombouts 8.000 euro aan vliegreizen en hotelovernachtingen. Pauli: „En alle buitenlandreizen worden vooraf goedgekeurd door het gemeentebestuur.” De overige 2.000 euro werden uitgegeven aan diners en lunches. Pauli: „Een burgemeester verwezenlijkt ambities en onderhoudt zijn netwerk niet vanachter zijn bureau. Als hij mensen een lunch aanbiedt, vinden wij niet dat hij dat vanuit zijn persoonlijke onkostenvergoeding hoeft te betalen.”

Daar kan Pauli gelijk in hebben, zegt hoogleraar Elzinga. „Cruciaal is of een gemeente regels heeft om uitzonderingen op de persoonlijke onkostenvergoeding mogelijk te maken.” De standaard, zegt hij, is dat burgemeesters en wethouders een onkostenvergoeding krijgen. Die kan variëren van 250 tot ongeveer 700 euro per maand, afhankelijk van de functie en de grootte van de gemeente. Die vergoeding is onder meer bestemd voor representatieve kosten, contributies en vakliteratuur.

Elke gemeente beslist zelf of er ruimte is voor uitzonderingen. De regels hiervoor worden per geval beoordeeld, zegt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Als een burgemeester een bloemetje koopt ter gelegenheid van een honderdste verjaardag, dan wordt gekeken of de kosten uit hoofde van het ambt zijn gemaakt.

Elzinga: „Maar wat is een redelijke uitzondering? Die afweging is aan de minister.” De verantwoordelijke minister, Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA), kon vanochtend nog niet ingaan op mogelijke maatregelen.

De ‘bonnetjesaffaire’ berust vaak op een beetje domheid, zegt Elzinga. „Zo moet je als gemeentebestuurder nooit zelf hotelkosten voorschieten. Laat de rekening gewoon naar de gemeente sturen. Bij voorschieten begint de ellende.”

Met medewerking van Karel Berkhout en Esther Wittenberg

    • Derk Walters
    • Rinke Biesma