Het is afgelopen met de vijfde plaatsen

Judoka Dex Elmont stapte over naar een zwaardere gewichtsklasse.

Met succes, want hij won in april eindelijk een medaille: zilver bij de EK.

Judoka Dex Elmont is naast topsporter ook student geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. (Foto Rien Zilvold) haarlem dex van elmond judoka foto rien zilvold
Judoka Dex Elmont is naast topsporter ook student geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. (Foto Rien Zilvold) haarlem dex van elmond judoka foto rien zilvold Zilvold, Rien

Dex Elmont wist al maanden van tevoren dat hij de trainingsstage van de Nederlandse judomannen in Seoul zou overslaan. In aanloop naar de Spelen van Peking bracht hij twee weken in de Zuid-Koreaanse miljoenenstad door. „Het hotel was gewoon echt te slecht”, herinnert hij zich. „We hadden een kamer zonder ramen. Dan wilden we ’s ochtends naar de training, judopak op de schouders en slippers aan, bleek het keihard te regenen. Moesten we weer terug om schoenen aan te trekken. Dat is toch niet te filmen. Ik word dan een beetje chagrijnig, ook tegen de bondscoach. Dan vind ik het zijn schuld dat ik daar zit. Met die slechte associaties denk ik dat ik het niet kan opbrengen om daar goed te trainen.”

De 25-jarige Elmont wordt door mannenbondscoach Maarten Arens open en amicaal genoemd. Zelf omschrijft hij zich als eerlijk en betrouwbaar. De voormalig Europees juniorenkampioen besloot voor dit seizoen op advies van Arens over te stappen van de gewichtsklasse tot 66 kilogram naar de categorie tot 73 kilogram. Met succes, want eind april behaalde hij zilver bij de EK in Tbilisi, zijn eerste medaille bij een titeltoernooi. Over anderhalve week hoopt hij voldoende hersteld te zijn van een schouderblessure om te kunnen deelnemen aan de wereldbekerwedstrijd in Rio de Janeiro. Maar ook zonder die verplichting was hij niet naar Zuid-Korea gereisd, ook al heeft de judobond volgens Elmont deze keer voor beter onderdak gezorgd.

„Ik stel echt geen rare eisen als een zwembad in het hotel”, legt Elmont uit in zijn bovenwoning in het centrum van Haarlem. „Maar ik heb wel een beetje afleiding nodig bij een trainingskamp. Kleine dingen, dat we ergens in een barretje kunnen zitten. Ik kan niet alleen maar met judo bezig zijn. In Nederland heb ik dat ook. Ik heb het altijd druk met mijn studie en wil ook met vrienden wat kunnen drinken, een filmpje pakken of naar het strand. Ik trek het echt niet om drie weken van tevoren al naar een toernooi toe te leven.”

Elmont is vierdejaars student geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij is in het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis bezig met een onderzoeksstage, een follow-up over operatietechnieken aan spataderen. Pas sinds kort merkt hij enige betrokkenheid van de VU bij zijn loopbaan als judoka. „Ze zeggen een topsportregeling te hebben, maar ik moet overal zelf achteraan. Ik heb vaak op lastige tijdstippen tentamens moeten inhalen. Dan zat ik tot na vijf uur ’s avonds op school en stapte daarna meteen in de auto naar Parijs, waar ik de volgende ochtend een wereldbekerwedstrijd moest judoën. Maar als ik ergens win, zetten ze gelijk in allerlei blaadjes van school dat Dex dankzij hun regeling kan studeren en tegelijk goed judoën. Dat is echt grote onzin. De eerste drie jaar heb ik het toch echt zelf moeten rooien. Pas toen ik de enige van de VU bleek te zijn die naar Peking ging, deden ze een beetje moeite.”

De in Rotterdam geboren judoka van Surinaamse afkomst was als een van de besten in zijn gewichtsklasse door het olympische kwalificatietraject gekomen. Maar in augustus strandde hij in de olympische judohal in de tweede ronde. Het gebeurde hem vaker op belangrijke momenten. Elmont werd sinds 2005 uitgezonden naar WK’s en EK’s en keerde nooit met een medaille terug. Het etiket ‘eeuwig talent’ heeft hem gestoord, net als de onvermijdelijke vergelijking met zijn drie jaar oudere broer Guillaume, die in 2005 wereldkampioen werd in de klasse tot 81 kilo.

„Ik vond het heel irritant weer met lege handen te staan”, blikt hij terug op de Spelen. „Ik had drie maanden lang getraind zoals ik nog nooit heb gedaan. Ik was retefit, vocht me helemaal rot in die partij en werd in mijn beste vorm toch uitgeschakeld. Als ik terugdenk aan de trainingsarbeid borrelt de boosheid nog wel eens op.”

Bondscoach Arens suggereerde al in China dat Elmont moest overstappen naar een zwaardere klasse. Elmont: „Ik heb het er eerst even flink van genomen in Peking, met veel eten en geen training. Toen ik terugkwam was ik zelfs zwaarder dan nu. Uiteindelijk heb ik in Nederland vrij snel besloten dat ik ging overstappen.”

Het voordurende gevecht met de weegschaal is voor de meeste judoka’s een crime. Bij Henk Grol, clubgenoot van Elmont bij het Haarlemse Kenamju, werkte een overstap naar de klasse tot 100 kilogram bevrijdend. Hij werd vorig jaar Europees kampioen en won olympisch brons. Elmont: „Het wordt op een gegeven moment steeds zwaarder weer op dieet te moeten. Als je wint gaat dat makkelijk en is dat alles het waard. Maar vooral het olympische jaar heb ik moeten afzien, ook doordat ik een kilo aan spiermassa extra had gekregen. Hoe ik het ook probeerde, ik moest steeds een dag voor de wedstrijd nog anderhalve kilo eraf krijgen. Dan moet je in bad, hardlopen op hotelgangen in Georgië, dat soort gedoe. Ik heb daardoor een tijd minder plezier gehad in het judo.”

De eerste weken na zijn overstap volgde een periode van hevige schommelingen in zijn lichaamsgewicht. „Nu ben ik tussen de 73 en 74 kilo, maar ik heb echt moeten zoeken naar een balans in mijn eetpatroon. Vooral bij het avondeten was het moeilijk. Vaak had ik geen honger en stond alleen te koken omdat ik moest aankomen. Nu ben ik het gewend.”

Waar bondscoach Arens bij Grol een vlekkeloze overstap zag, signaleerde hij bij Elmont opstartproblemen. „Ik zat nog niet goed in mijn judovel”, zegt hij zelf. „Vanaf de EK is het gaan rollen. Het is overdreven te zeggen dat mijn carrière nieuw leven is ingeblazen, maar met die zilveren medaille om mijn nek dacht ik wel: eindelijk! Het is een begin.”

Het verschil tussen de twee klassen zit volgens Elmont vooral in de zeven kilo extra gewicht. „Ik trainde soms met mensen van 73 kilo en merkte dat zij een behoorlijk stuk sterker, maar ook trager waren. Bij 66 kilo pakte ik mijn tegenstander vast en was het tempo meteen hoog. Je weet dat je voortdurend moet bewegen en voelt wanneer er wat aan zit te komen tegen die kleine mannetjes. Bij 73 kilo kan ik het gevecht rustiger opbouwen en mijn momenten uitkiezen. Ook zijn de judoka’s in deze klasse van mijn lengte, waardoor ik makkelijker een schouderworp kan maken.”

Zijn overstap heeft Elmont ook inzicht gegeven in zijn zwakheden op de tatami. „Als ik terugkijk kon ik bij grote toernooien vaak niet mee met een tempoversnelling. Nu ik langer de tijd krijg een score voor te bereiden, zie je dat in de uitslagen. De laatste toernooien heb ik best veel ippons gemaakt, terwijl ik eerder niet vaak met de hoogste score won. Vooral in kracht kan ik nog flink groeien, met drie of vier kilo spiermassa extra.”

Bij de WK van eind augustus in Rotterdam wil Elmont een begin maken met de erelijst die hij in zijn hoofd heeft. „Nu moet ik doorzetten met overwinningen, niet met nog meer vijfde plaatsen. Dan kan ik over een paar jaar tevreden vaarwel zeggen en andere leuke dingen gaan doen. Ik heb van mijn vriendin een basgitaar gekregen waar ik nog geen liedje op kan spelen. Echt zonde.”