Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Een weids, warm geluid waarin je verdrinkt

Dj/producer Joris Voorn maakte een bijzondere mix-cd. „Veel producers zijn lui. Ze verdiepen zich niet in de mogelijkheden van de software.”

Joris Voorn in zijn studio, op zijn zolderkamer in Amsterdam. (Foto Thomas Donker) DJ Joris Voorn op zijn zolder in Amsterdam. De werkplek zeg maar.
Joris Voorn in zijn studio, op zijn zolderkamer in Amsterdam. (Foto Thomas Donker) DJ Joris Voorn op zijn zolder in Amsterdam. De werkplek zeg maar. Donker, Thomas

Toon Beemsterboer

Wat is de waarde van mix-cd’s in het downloadtijdperk? Waarom zou de consument een cd kopen met aan elkaar gemixte hits, terwijl hij op internet duizenden dj-sets gratis kan downloaden van dancefeesten over de hele wereld?

Het antwoord komt van de Nederlandse dj/producer Joris Voorn. Voor de Australische mix-cd serie Balance heeft hij een plaat afgeleverd die meer is dan aan elkaar gemixte nummers. Op het dubbelalbum staan twee composities, die bestaan uit in totaal 102 individuele tracks. Vaak heeft hij slechts het intro van een nummer gebruikt, of een paar minuscule geluidjes. Als een ware collagekunstenaar heeft hij al die afzonderlijke delen aan elkaar gesmeed tot een coherent geheel. Schilderen met geluid, noemt hij dit.

Dit was echter niet het idee, vertelt Voorn in zijn huis in de Amsterdamse binnenstad. „Ik heb eerst twee rechttoe rechtaan mixen gemaakt, een techno en een house. Maar ik vond ze saai. Muziek die werkt in een club, werkt vaak niet thuis. Op een dansvloer is de muziek veel fysieker. In een andere omgeving heb je een andere spanningsboog nodig.

In zijn studio, op zijn zolderkamer, laat Voorn zie hoe hij werkte. Het belangrijkste daar is zijn computer met het programma Ableton Live. Met een simpele muisklik kun je hiermee de meest uiteenlopende ritmes, zangpartijen en andere samples combineren. Deze fragmenten nemen automatisch hetzelfde tempo aan, zonder dat de klank omhoog (bij versnelling) of omlaag (bij vertraging) gaat. Verder staan er nog een keyboard, een Moog-synthesizer en een midi-controller.

Voorn laat zien hoe de composities van het album eruit zien in Ableton: een haast eindeloze rij gekleurde balkjes die horizontaal over zijn scherm lopen. Elk balkje staat voor een muziekfragment. „Voordat ik begon aan de mix, had ik een afspeellijst aangemaakt in iTunes. Ik wist bijvoorbeeld dat ik de tweede mix wilde beginnen met het nummer Doldrums van Âme. Terwijl ik dat nummer liet lopen in Ableton, ben ik in iTunes gewoon wat muziek gaan aanklikken, net zo lang tot ik iets vond dat er qua melodie of klankkleur bij paste. Op deze vrij toevallige manier heb ik eerst een grove schets gemaakt van de mix.”

De nummers die hij wilde gebruiken, sleepte hij gewoon van iTunes naar Ableton en het programma liet ze dan automatisch in het juiste tempo lopen. Om de mix boeiend te houden, heeft Voorn alleen de interessantste delen van de nummers gebruikt – vaak een intro, een break of slechts een melodie. Op sommige momenten in de compositie zijn wel zeven elementen tegelijk te horen. Omdat hij zo vaak aan kleine details sleutelde, was het lastig om de grote lijn in het oog te houden. Daarom luisterde hij de mix vaak terug in de auto of op zijn iPod om te horen of de verhaallijn nog wel klopte.

Na het selecteren, knippen en plakken van nummers waren de composities nog niet af. Want hoe moesten ze klinken? „Ik wilde een zo weids en warm mogelijk geluid”, zegt Voorn. Om zijn woorden te illustreren, laat hij een saxofoonsolo van dertig seconden horen, die ergens op de tweede mix staat. „Zonder effecten klinkt deze vrij saai”, zegt hij. Als hij de solo nog een keer laat horen, nu met effecten, lijkt het geluid overal vandaan te komen, alsof je erin verdrinkt.

Van een aantal nummers heeft hij de compositie helemaal veranderd. Hij laat Faces in the Water van Poni Hoax horen, een melancholisch pianoliedje. „Het is een prachtig liedje, maar het kon nog wel iets extra’s gebruiken.” Hij laat laagje voor laagje horen wat hij toevoegde: eerst de melodie van Robert Babicz’ Dark Flower die Voorn heeft geremixt. Een muisklik later klinkt ook de synthesizermelodie die hij zelf heeft ingespeeld. „Zo krijgt het liedje nog meer kleur”, zegt hij. „En het illustreert de diepte van de compositie.”

Zeker de tweede compositie is voor dancebegrippen vrij onconventioneel. Veel nummers hebben geen beats en er komen artiesten voorbij als Radiohead en Spinvis. Dat maakt de mix niet erg dansbaar. „De tweede mix is een stuk experimenteler”, geeft Voorn toe. „De verhaallijn springt soms van de hak op de tak, van euforisch naar rustig. Ik wilde kijken hoe ver ik kon gaan zonder de coherentie te verliezen.”

In dit digitale tijdperk biedt software zoals Ableton muzikanten oneindige mogelijkheden. Maar het gebruiksgemak kan ook een valkuil zijn. „Iedereen gebruikt dezelfde voorgeprogrammeerde geluiden. Veel nummers klinken daardoor hetzelfde. Veel producers verdiepen zich niet in de mogelijkheden van de software Ze zijn gewoon lui, maken voor de hand liggende keuzes. Daardoor heeft de vrijheid die software biedt, slechts geleid tot meer kwantiteit in plaats van meer kwaliteit.”

Toch is technologie voor Voorn geen doel op zich, maar een middel. „Als ik met muziek bezig ben, gaat het wel om het resultaat. Ik heb voor mijn composities geen geluiden ontleed en ben er ook niet mee gaan pielen. Ik wilde de muziek wel herkenbaar houden. Maar in principe is er nog veel meer mogelijk. Als mensen niet zo lui zouden zijn, zijn er gewoon geen grenzen meer. ”