Slecht verstaan zit soms in het brein

Het artikel over het slecht verstaan van het gesproken woord op oudere leeftijd, dat mogelijk het gevolg zou kunnen zijn van verslechtering van specifieke hersengebieden die betrokken zijn bij het spreken en horen, is voor mij aanleiding om nader in te gaan op het verstaan van het gesproken woord op oudere leeftijd.

Uit eigen ervaring en ook die van vele ouderen blijkt namelijk het grote belang van het liplezen bij de verbale communicatie. Het is een normaal verouderingsverschijnsel dat het gehoor met het toenemen der jaren achteruitgaat. Gehoortesten wijzen echter uit dat dit lang niet bij iedereen in gelijke mate gebeurt. Hierin bestaat een grote biologische spreiding.Geluid dat normaal op ons af komt, bestaat uit trillingen van de lucht die als geluidsgolven van verschillende frequentie (aantal trillingen per seconde) het gehoororgaan bereiken. Het trommelvlies vangt de trillingen op en geleidt deze via een drietal gehoorbeentjes over op het binnenoor het orgaan van Corti gelegen in het zogenaamde slakkenhuis, een spiraalvormige uitsparing in het rotsbeen. Wat bij gehoortesten duidelijk blijkt, is dat de achteruitgang het sterkst is voor de hogere tonen, dat wil zeggen voor de hogere trillingsfrequenties.Bij de spraak hebben we te maken met het verstaan van klinkers (zogenaamde vocalen als a, e, u, etcetera) en medeklinkers (of consonanten). Op oudere leeftijd komen de klinkers (klanken) over het algemeen, zij het meer of minder luid, nog goed over; het zijn echter vooral de medeklinkers die de verstaanbaarheid bepalen. Nu liggen de geluidstrillingen van de medeklinkers juist in het hogere frequentiebereik. De verstaanbaarheid hangt dus vooral af van het gehoor voor de medeklinkers. Wanneer men bij de weergave van een gespreksopname kunstmatig de hogere frequenties wegfiltert, neemt de verstaanbaarheid van de tekst af.Nu is het met de moderne hoortoestellen wel mogelijk de hogere frequenties selectief te versterken en daarmee de verstaanbaarheid van het gesproken woord te verbeteren. Schrijver dezes, die de tachtig is gepasseerd, maakt daar dankbaar gebruik van. Vooral in kleinere groepen, zoals in een vergadering, is dit een belangrijk hulpmiddel.Er is echter van nature een ander onmisbaar hulpmiddel, het liplezen. Ouderen maken hier altijd onbewust gebruik van. Degene naar wie men luistert, moet uiteraard wel goed zichtbaar zijn. Wanneer bij een voordracht de spreker niet goed te zien is - de zaal is te donker of de spreker staat met de rug naar het gehoor met het oog gericht op een bord of scherm - dan is hij moeilijk te volgen. Sprekers met snor en baard zijn ook dikwijls slecht te verstaan. Ik was eens met een collega op ziekenbezoek bij een oudere vriend van hem die werkelijk stokdoof was. De zieke hield ons weliswaar een microfoon voor, verbonden met een gehoorapparaat, maar mijn collega sprak hem zacht, maar goed articulerend, alleen toe met zijn fluisterstem. Uit het gesprek bleek, tot mijn verbazing, dat de patiënt hem feilloos kon volgen.Het is ook onbegrijpelijk dat popzangers en -zangeressen hun microfoon meestal vlak voor de mond houden, waardoor de meeste ouderen niets van het zingen kunnen volgen. Je hoort wel melodie en klanken, maar van de tekst is geen syllabe te verstaan. Je mist daarmee meestal juist datgene waar het in het gezang om gaat. Regisseurs zouden hieraan veel meer aandacht moeten besteden.