Leven op het dak

Het aantal daktuinen in Nederland groeit.

In verschillende steden wordt zelfs subsidie uitgereikt voor groene daken.

De klimop begint aan de zonnige kant van het dakterras al flink te groeien. De smalle plant in het hoekje, die heeft bijna al zijn blaadjes verloren – daar komt de zon minder door de schaduw van de dakkapel, legt Maartje Dammers uit. Zij woont nu ruim twee jaar in haar huis met daktuin in de Baarsjes in Amsterdam, samen met haar vriend en dochtertje van bijna één.

Hun daktuintje, waar je zo vanuit de slaapkamer op kunt stappen, was absoluut een voorwaarde voor het nieuwe huis waarnaar ze op zoek waren, vertelt Dammers. Hiervoor woonden ze in de Pijp, vlak naast het Sarphatipark. „Dat was onze achtertuin. Ook heerlijk. Maar nu hebben we alles bij de hand. En voor we naar buiten stappen, hoef je niet eerst naar het weer te kijken; zou het een paar uur droog blijven?”

Een aannemer bekeek of het inderdaad mogelijk was om een daktuin aan te leggen op het dak, en berekende de constructie door. Dat kon; de vlonders houden nu ongeveer een halve meter voor de rand van het dak op, omdat daaronder geen muur, maar een klein balkonnetje zit.

Vanaf daar zie je de daktuin van de buren, en die van de buren daar weer naast. „Al gebruiken zij het dak bijna niet, zonde is dat.” Verderop zitten wel buren in de zon, op hun dakterras dat ze net een paar weken in gebruik hebben genomen. Het tuinmeubilair is nog gloednieuw en de houten vlonders zijn bleek, nog niet door de zon gekleurd.

Leven op het dak. Steeds meer mensen doen het, op allerlei manieren. Van een grasmat met struiken en zelfs bomen tot eenvoudiger vlonders met bloembakken. De vraag naar groene daken stijgt, zegt ook ‘projectmanager daktuinen’ Sijbrand Noome van hoveniersbedrijf Van der Tol. Landelijke cijfers bestaan niet over het aanleggen van daktuinen, maar het aantal vierkante meters groen dat Van der Tol aanlegt op daken, stijgt de laatste jaren stevig. Zeker in de Randstad zijn woonruimtes met buitenruimtes steeds spaarzamer – dus springen huisbezitters creatiever om met de ruimte die ze wel tot hun beschikking hebben.

Daarnaast groeit het besef dat „we hier op aarde te gast zijn”, denkt Noome. „We moeten een beetje zuinig zijn met wat we hebben, dus waar mogelijk, grijpen mensen hun kans om een verschil te maken.” Daarmee bedoelt Noome de groeiende groep mensen die een ‘groendak’ laten aanleggen. Dat zijn niet alleen vlonders, maar een grasmat of een sedumdak, een moslaag met plantjes. Het verschil met een daktuin: een groendak kun je op het dak van je huis kwijt, maar ook op je garage, keukendak of schuurdak. Je hoeft het niet als buitenruimte te gebruiken, waar een daktuin eigenlijk wel altijd voor is bedoeld. En de combinatie bestaat natuurlijk ook: een stevig groendak, met gras én vlonders.

Zo’n groendak heeft allerlei voordelen: het verlengt de levensduur van je dak, want de dakbedekking (de regenwerende laag die er normaal op zit), wordt minder aan zonlicht blootgesteld. En in de zomer blijft je huis een stuk koeler, door de isolatie die de extra laag biedt. Dat scheelt stroom van de airconditioning. Daarnaast absorberen de plantjes en de mossen fijnstof – ook goed voor het milieu.

Ook gemeenten zien deze voordelen in van groen op het dak. Ze bedekken de laatste jaren steeds meer van hun eigen daken met een groene laag, zoals gemeentearchieven of bibliotheken. In Groningen en Rotterdam krijgen particulieren al sinds vorig jaar subsidie als ze hun dak bedekken met gras of sedum. Vanaf 1 juni dit jaar doet ook Den Haag mee en in Utrecht, Tilburg en Amsterdam gaan ook al langer stemmen op om zo’n groene subsidie in te stellen.

Huizenbezitters in Rotterdam krijgen per vierkante meter groen op hun dak 30 euro subsidie. De belangrijkste overweging is de extra waterberging die groene daken aankunnen. „In dichtstedelijk gebied is het vaak lastig om het regenwater snel af te voeren”, zegt Daniël Goedbloed, die over de subsidieregeling gaat. „Dus waarom niet het regenwater een plek geven, daar waar het valt?”