Eindelijk verlost van last '1996'

Nederland speelt na vijf jaar afwezigheid weer in de prestigieuze World League.

De lange mannen wonnen en verloren van olympisch kampioen Amerika.

Rob Bontje slaat de bal langs David Lee. Links Yannick van Harskamp en achter Jeroen Trommel. Foto Rien Zilvold rotterdam volleybal ned-usa foto rien zilvold
Rob Bontje slaat de bal langs David Lee. Links Yannick van Harskamp en achter Jeroen Trommel. Foto Rien Zilvold rotterdam volleybal ned-usa foto rien zilvold Zilvold, Rien

Het heeft even geduurd voor de olympische demonen waren verjaagd, maar dertien jaar na de gouden medaille van de Nederlandse volleybalmannen bij de Spelen in Atlanta staat er een nationaal team dat verlost lijkt van de last uit 1996.

Exponent van de nieuwe generatie internationals is Robert Horstink (27), de passer/loper die zelf vindt dat hij een vergelijking met icoon Ron Zwerver ruimschoots kan doorstaan. Wat ontbreekt is een vergelijkbare erelijst. Maar daar wordt wat hem betreft aan gewerkt, te beginnen in de World League waar Nederland dit weekeinde aan de hand van uitblinker Horstink na vijf jaar zijn terugkeer beleefde met een overwinning en een nederlaag tegen olympisch kampioen de Verenigde Staten.

Al met al een voortreffelijke prestatie, maar niet de sensatie die het op grond van de cijfers lijkt. De Amerikanen traden in Rotterdam aan met maar twee spelers van hun olympisch basisteam: aanvaller Sean Rooney en hoofdblokkeerder Davi Lee. Vooral de absentie van de sterspelers Lloy Ball, Tom Hoff en Clay Stanley liet zich voelen bij de Amerikanen.

Zonder dat drietal is de Verenigde Staten niet meer van olympisch niveau en was het dit weekeinde gelijkwaardig aan Nederland, dat in de eerste wedstrijd in drie sets op de beslissende momenten, vooral dankzij Horstink, vaster in de pass en doortastender in de aanval was. Met als resultaat een klinkende overwinning: 3-0 (25-22, 25-19 en 26-24). De Verenigde Staten hadden lering getrokken uit die nederlaag en versloeg Nederland gisteren in de tweede wedstrijd, al was het moeizaam met 2-3 (16-25, 32-30, 17-25, 25-20 en 6-15).

Horstink ziet de terugkeer in de mondiale competitie van ’s werelds beste zestien landen als de aanzet van een olympische cyclus die in 2012 in Londen tot iets moois moet leiden. De aanvaller gelooft in de kwaliteiten van de huidige ploeg, die hij als een hechte vechtmachine omschrijft. „Het klinkt amateuristisch, maar we zijn een vriendengroep. En dat stimuleert. Er zijn dagen dat vijf uur trainen geen opgave is. Bovendien hebben we goede spelers. Net als bij het topteam dat in 1996 olympisch kampioen werd, speelt de meerderheid in de sterke Italiaanse competitie. In die zin is er een parallel te trekken. Wij als spelers zijn klaar voor een volgende stap. Het is nu aan bondscoach Peter Blangé en zijn mensen om er een topteam van te maken.”

Van een vergelijking met het gouden team zegt Horstink geen last te hebben. „Dat was een andere tijd met volleybal van een ander niveau. Ja, ik vind dat we ons met die generatie kunnen meten. Waarom niet? Zwerver en Blangé zeggen vaak dat ze ons dingen zien doen die zij absoluut niet konden. En ik durf te zeggen dat ik intussen van het niveau Zwerver ben. Net als hij krijg ik veel ballen, maak ik veel punten en heb ik een goede service. Het enige verschil is dat hij om de prijzen speelde en ik nog niet.”

Horstinks optimisme wordt ook gevoed door de goede organisatie rond het nationale team. Hij heeft ook de periode van wanorde meegemaakt, de jaren dat het onzeker was of spelers hun salaris wel kregen. „Nu kunnen we na trainingsdagen zelfs in een hotel overnachten. Voor mij wel handig, want dan hoef ik de afstand tussen de trainingslocatie in Rotterdam en mijn woonplaats Apeldoorn niet dagelijks af te leggen. En met de betalingen is het intussen ook goed geregeld. We worden niet rijk bij het Nederlands team, maar de onkosten worden gedekt. Daarmee kunnen wij als spelers leven, want we worden goed betaald bij onze clubs.”

Voor Horstink is dat komend seizoen Treviso, de Italiaanse topclub die hem afgelopen jaar uitleende aan Montichiari. Niet tot Horstinks genoegen. „Omdat ik moest wijken voor spelers die niet beter zijn, maar wel twee keer zoveel als ik verdienden. Gelukkig heb ik zo goed gespeeld bij Montichiari, dat ik met een verbeterd driejarige contract terugkeer bij Treviso. Alberto Cisolla, de aanvoerder van de nationale Italiaanse ploeg, moet nu voor mij wijken. Dat zegt wel wat. Ja, mijn terugkeer bij Treviso voelt als een persoonlijke overwinning. Het is geen wraak. Die gevoelens waren al gezakt nadat ik in de twee wedstrijden tegen Treviso tot man van de wedstrijd werd gekozen. Daarmee had ik mijn gram gehaald.”