Weg met de krijtstreepjescode

Eindelijk een stok om de hond mee te slaan. Zo althans presenteerde de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), Boele Staal, gisteren de invoering van een aparte code voor goed bestuur bij banken. Met die code in de hand kunnen aandeelhouders banken die zich niet houden aan de lijst met aanbevelingen beter controleren, zei Staal.

Was het maar waar.

De wettelijke verankering van de aanbevelingen van de commissie-Maas (over herstel van vertrouwen in de Nederlandse bancaire sector) is niets meer of minder dan een poging van de Nederlandse banken om onder strengere regelgeving uit te komen. Waar in de politiek een onderzoekscommissie steevast dé oplossing is voor onoplosbare problemen, zo schuift het bedrijfsleven sinds jaar en dag een code naar voren om het van overheidswege aanhalen van de teugels te ontlopen. Want dat was precies waar minister Bos (Financiën, PvdA) mee had gedreigd als de banken niet snel beterschap beloofden.

Het is inmiddels een bekend patroon. Na een crisis, een reeks schandalen of een vertrouwenscrisis in een deel van het bedrijfsleven, wordt een gezaghebbend oud-topman uit datzelfde bedrijfsleven gevraagd aanbevelingen op te stellen voor de sector. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling terug te kijken en de schuldvraag te beantwoorden (dat kan maar vervelende juridische consequenties hebben immers), maar de blik moet naar voren gericht worden. Zelfregulering is het middel, behoud van vrijheid het impliciete doel.

De gisteren aangekondigde code-Maas (ex-ING) – een antwoord op de puinhopen die de financiële sector heeft aangericht in de kredietcrisis – is er dan ook een in een lange reeks. Sinds 2001 is er de code-Tabaksblat (ex-Unilever), voor goed ondernemersbestuur. Die code was weer een opvolger van de commissie-Peters (ex-Aegon)uit 1997. In Groot-Brittannië hadden soortgelijke commissies, de Cadbury Committee (ex-Cadbury-Schweppes) en Greenbury Committee (ex-Marks & Spencer), in 1992 en 1995 al dergelijke gedragscodes uitgebracht.

De overeenkomst tussen al deze codes is dat bij een evaluatie altijd blijkt dat de code op zich goed werkt, maar dat niemand zich er aan houdt. Voorbeeldje: Jaap Peters hield zich niet eens aan zijn eigen code, door meer commissariaten te bekleden dan hij zelf voorschreef.

Als preventie voor een volgende crisis is een code hoe dan ook geen oplossing, zie het woud aan codes dat er vóór de kredietcrisis al bestond. Bos moet zijn ambtenaren nog maar even niet met zomervakantie sturen.

Egbert Kalse