Meester is geen loopbaancoach

Het aantal leraren per leerling is de laatste tien jaar alleen maar toegenomen.

Maar ze zijn steeds minder les gaan geven. Daarom lijkt er een tekort te bestaan.

Twintig miljoen euro maakt de minister van onderwijs, Ronald Plasterk, vrij voor vernieuwende experimenten die scholen moeten helpen bij het ondervangen van het lerarentekort. Denk daarbij aan assistenten die nakijkwerk overnemen, zodat de leraar meer tijd krijgt voor het lesgeven. Of de inzet van Wikiwijs en serious gaming waarmee leerlingen zelf leren. Dit alles zal de kwaliteit van het onderwijs of het werkplezier van leerkrachten niet negatief beïnvloeden. De werkdruk zal ook niet toenemen, aldus het persbericht afgelopen week van OCenW

Leuk bedacht en bovendien sympathiek gepresenteerd, dit plan. Maar daarmee blijft het bizar; er is namelijk geen lerarentekort. Natuurlijk, het drama van de volle klassen zonder docenten gijzelt de berichtgeving over het onderwijs inmiddels ruim tien jaar. En sinds rond 1997 de eerste meldingen van een lerarentekort in de media opdoken is de toon alleen maar onheilspellender geworden.

Maar de cijfers geven een ander beeld. Het Centraal Bureau van de Statistiek telt het aantal leerlingen per fulltime leraar. In 1998 stonden in het voortgezet onderwijs tegenover 65.800 voltijdbanen 884.470 leerlingen. Vandaag de dag genieten 941.470 leerlingen van de aandacht van 85.800 voltijdbanen. Het aantal leerlingen per werknemer daalt van 1998 tot 2008 van 13,44 naar 10,97, toch een afname van een kleine 20%.

Terwijl de kranten schrijven over personeelstekorten, daalt in feite de arbeidsproductiviteit. Recent onderzoek van het onderzoeksinstituut Regioplan bevestigt dit en levert tevens de verklaring; docenten besteden steeds meer tijd aan niet-lesgebonden taken. Ze staan gemiddeld nog maar 38 procent van de werktijd daadwerkelijk voor de klas. Kortom, het voortgezet onderwijs heeft meer dan voldoende lescapaciteit, maar wenst die niet aan te wenden.

Tja, hoe kan dat nou? Een voorbeeld. Vorige week was op mijn school de lesurenverdeling voor het komend schooljaar. Een jonge, veelbelovende collega vroeg hoe het zat met haar niet-lesgebonden taken. Graag wilde ze minder lesgeven en andere dingen gaan doen. Deze jonge docente denkt dat het zo hoort, want ze neemt deze instelling overal om zich heen waar. Dus sluit ze zich gewillig aan bij het leger van opleidingsdocenten, zorgcoördinatoren, taalregelaars, rekenhulpen en loopbaancoaches. Er zijn zelfs leraren die leven met de illusie dat ze autisten van hun stoornis kunnen genezen.

Het ergste is: dit zit in het systeem opgesloten. De waanzin begint boven in de keten. De politiek inventariseert nationale onderwijsbehoeften. Bestuurders dikken die graag aan, want dat is goed voor het budget en de status van de organisatie. Voorbeelden: de maatschappelijke stage, de voorbereiding op ‘studie en beroep’ en de omgang met zorgleerlingen. De opdracht rolt vervolgens van boven naar beneden en het aan stukken geslagen geldbedrag belandt uiteindelijk op het bureau van de schoolleider. Die delegeert de taak aan een nieuw te benoemen functionaris. Een leraar levert lessen in, gaat collega’s aansturen en vanaf dan schept elk aanbod zijn eigen vraag: het werk komt niet af, de coördinator vraagt een assistent. De twintig miljoen subsidie van de minister past perfect in dit patroon; de coördinatoren lerarentekort zijn zich al aan het warmlopen.

De Hongaars-Britse socioloog Frank Furedi werkt aan een boek over de crisis in het onderwijs onder de veelzeggende titel Wasted. „Dat slaat op zaken als verspilde tijd, verspeeld talent, verspild geld,” zei hij in Trouw. Scholen komen er volgens hem niet meer aan toe leerlingen intellectueel te prikkelen. In de constatering schuilt de oplossing. Scholen krijgen momenteel budget voor het beantwoorden aan maatschappelijke behoeften die buiten hun kerntaak liggen. Stop daarmee. Laat orthopedagogen kinderen met stoornissen helpen, de loopbaan van de docent is zijn eigen verantwoordelijkheid, lerarenopleidingen leiden leraren op en leraren geven les. En kijk nou… weg is het lerarentekort.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist