Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Art Basel scoort met grote namen

Van crisis lijkt geen sprake op Art Basel, ‘s werelds belangrijkste beurs voor actuele kunst. Galeriehouders pakken groot uit, maar kiezen wel voor de gevestigde namen.

In een onopvallend hoekje van de stand van galerie Hauser & Wirth ligt, verscholen achter een sokkel, een goed gevulde portemonnee. Er steken pasjes uit: een rijbewijs, diverse creditcards en een toegangspas voor Art Basel. Vast verloren door een van de vele verzamelaars, denk je nog. Maar op het moment dat je de portemonnee op wilt rapen en voelt dat hij aan de grond geplakt zit, weet je: natuurlijk, kunst.

Op Art Basel, de belangrijkste beurs voor moderne en hedendaagse kunst ter wereld, is alles te koop. Zelfs de portemonnee van de Zwitserse kunstenaar Christoph Büchel. Het prijskaartje wil de galeriehouder niet verklappen, maar zodra een serieuze gegadigde zich meldt, wordt het kunstwerk van de vloer gebikt. In dezelfde galerie kun je ook intekenen voor een reservesetje van Büchels huissleutels: een editie van twee. Die sleutels verschaffen de koper een leven lang toegang tot Büchels appartement in Bazel.

Driehonderd galeries uit 33 landen tonen op deze veertigste editie van Art Basel gedurende vijf dagen werk van zo’n 2.500 kunstenaars. Dat is een duizelingwekkende hoeveelheid kunst, verspreid over twee verdiepingen en een bijgebouw dat onder de noemer ‘Art Unlimited’ onderdak biedt aan grootschalige projecten.

De kwaliteit van het kunstaanbod is op Art Basel altijd hoog, maar het lijkt wel of de galeriehouders in dit economisch slechte jaar extra hun best doen. Alleen al de stand van de Franse galerie Krugier oogt als een minimuseumpje, met een twintigtal mooie Picasso’s, sculpturen van Giacometti en een rijtje Morandi’s.

De keuze is ontzagwekkend. Werk van Marlene Dumas is op liefst negen verschillende plekken te koop, Andy Warhol bij 31 galeries – hij is tevens de duurste kunstenaar op de beurs. De Zwitserse galerie Bischofberger heeft haar hele stand ingericht met een elf meter lang doek: Big Retrospective Painting uit 1979. De vraagprijs voor deze medley van soepblikken, zelfportretten en Marilyns is 74 miljoen dollar. De Russische verzamelaar Roman Abramovich liet zijn interesse al blijken.

Veel galeriehouders spelen in op de vorige week geopende Biënnale van Venetië. Zo is het duo Elmgreen & Dragset, dat in Venetië veel aandacht trok met hun tot deftige villa omgebouwde Deense paviljoen, ook in Bazel opvallend aanwezig. Bijna honderd kunstenaars zijn op beide evenementen vertegenwoordigd. Art Basel mag je dus gerust de commerciële tegenhanger van de Biënnale noemen. In Venetië legt men de contacten, in Bazel rekent men af.

Dat zaken doen gaat boven verwachting goed. Veel galeriehouders zijn aan het eind van de previewdag merkbaar opgelucht: van een crisis lijkt bij het winkelend publiek in Bazel geen sprake.

Terughoudendheid is er hoogstens bij de galeriehouders zelf, die massaal gekozen hebben voor veilige, gevestigde namen. Al is er ook een jonge kunstenaar die op Art Basel een onverwacht debuut maakt. Popmuzikant Pharell Williams staat te pronken voor een vitrine met onder meer een diamanten muffin en een met saffieren ingelegd blikje Pepsi. The Simple Thing heet het kunstwerk. „Het ironische is dat de smaak van een muffin mij veel meer waard is dan diamanten”, legt Williams uit. Zijn galeriehouder glundert. Het werk werd al verkocht, „in de 31ste minuut van de beurs”.

Art Basel duurt t/m 14 juni. Inl: www.artbasel.com