Hier wil iedereen piraat zijn

Piraterij is populair in de Somalische wijk Eastleigh in de Keniaanse hoofdstad.

En Eastleigh is geliefd bij piraten. Hier komen ze hun buitgemaakte geld uitgeven.

„Iedereen hier wil piraat worden.” De vrienden van de 23-jarige Somaliër Ahmed stemmen volmondig met hem in. In de Somalische wijk Eastleigh in de Keniaanse hoofdstad Nairobi is piraterij populair. En Eastleigh is geliefd bij piraten. „Ze komen zich hier amuseren en hun geld uitgeven”, vertelt Ahmed.

In de drukke en snel uitdijende Somalische wijk staat met rode verf ‘Niet te koop’ op muren geklad. „Gelijkopgaand met de toename van de piraterij in Somalië stroomt steeds meer geld naar deze buurt. Wij geloven dat dit geld van de piraterij komt”, zegt jeugdleider David Odiambo, een Keniaan, in Eastleigh.

De Keniaanse regering stelde vorige maand een onderzoek in naar de geldstroom richting Eastleigh. Volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wordt jaarlijks 100 miljoen dollar zwart geld uit Somalië in Kenia witgewassen, bijvoorbeeld door het in onroerend goed te beleggen.

Het ‘grote geld’ gaat vermoedelijk naar Somalische zakenlui in Jemen, Dubai – zakencentrum in de Golfregio – en Londen – centrum van de maritieme (verzekerings)industrie. Een Britse kapitein die anderhalve maand werd gegijzeld, vertelde vorig najaar aan deze krant hoe de piraten op zijn schip driftig contact legden met Somalische contacten in Dubai.

„De kruimels belanden in Eastleigh”, vermoedt een Somalië-kenner in Nairobi.

Eastleigh is een smerige en chaotische buurt met stapels zoetruikend afval. Maar langs de blubberwegen staan prachtige panden en winkelcentra. ‘Little Mogadishu’, wordt de wijk van meer dan één miljoen inwoners genoemd. Somaliërs met roodgeverfde baarden en moslimkapjes nippen in de blubbersteegjes aan hun zoete kopjes thee, net alsof ze onder een acaciaboom op de savanne luieren. Kleine kiosken verkopen de onder Somaliërs geliefde drug mirra.

Kenia vormt al een halve eeuw de eerste uitweg voor vluchtelingen uit Somalië, mede omdat het land zelf een paar miljoen etnische Somaliërs telt. In het noorden verblijven 300.000 Somaliërs in vluchtelingenkampen, en vele anderen vestigden zich onder hun Keniaanse stamgenoten in Eastleigh.

„We hebben genoeg van ze”, klaagt jeugdleider David, „ze nemen onze buurt over. Huizen, een kerk, ons jongerencentrum, alles wordt sinds enkele maanden door buitenlandse Somaliërs opgekocht. Deze buurt draagt meer aan belastingen af aan de gemeente dan de rijkste buurten in Nairobi. En geen wijk groeit zo snel als Eastleigh. Politieagenten willen hier graag werken omdat er zo veel geld valt af te persen van illegalen. Op bijna iedere straathoek bevindt zich een bureau voor geldtransacties of een bank. Dit is een arme buurt met rijke mensen.”

Door gebrek aan staatsstructuren in hun eigen land maken Somaliërs gebruik van hawala, een geldovermakingssysteem waarbij geen banken zijn betrokken. Het systeem draait op vertrouwen en zonder documenten, wat het vrijwel ondoordringbaar maakt voor geheime diensten. Een jonge piraat ontvangt tussen de 10.000 en 50.000 dollar per kaping. Als hij de eerste is om het gekaapte schip te betreden, krijgt hij het dubbele bedrag. Volgens een rapport van de VN eten ook vele anderen uit de ruif.

Zoals de milities die de piratendorpen langs de kust controleren, clanoudsten, familieleden, de financiers en sponsors en de advocaten die het overleg voeren tussen de kapers en de eigenaar van het schip. Ook ambtenaren eisen hun aandeel. Leden van de regering van het semi-autonome Puntland, het middelpunt van de piraterij, hebben in het verleden waarschijnlijk geld opgestreken van de kapingen. Uit Puntland komen overigens inmiddels berichten over piraten die de zeeroverij vaarwel zeggen onder druk van plaatselijke geestelijken, die islam onverenigbaar achten met uitwassen van de piraterij zoals drankmisbruik en losbandig gedrag.

Hassan heeft in Eastleigh een garage. Zijn erf was vorig jaar 10 miljoen Keniaanse shillings waard, sinds twee maanden 50 miljoen (450.000 euro). „De prijzen schieten omhoog. Dankzij de piraterij. Geen Keniaan kan zich zulke prijzen veroorloven.” Hassan woont in het commerciële centrum van Eastleigh, vlakbij het Barakat hotel. „Daar mogen alleen maar rijke Somaliërs komen”, vertelt hij. „De Somalische regering vergadert er soms en er verblijven piraten. Daar zijn ze veilig, als ze bij iemand thuis slapen, worden ze beroofd.”

De vrienden van Ahmed gniffelen op de vraag of ze piraten kennen. Ze smoezen in hun eigen taal om na lang overleg „nee” te zeggen. Waaraan Ahmed toevoegt: „Er komt hier heel veel geld binnen van Somaliërs, ook van de piraterij. Laten we het daar bij laten.”

Hoe kapen piraten een schip? Zie nrc.nl/piraterij