Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

In het noorden stierven Neanderthalers vaak uit

Als het kouder werd, legden Neanderthalers vaak het loodje, ontdekte archeoloog Wil Roebroeks. Die verdwijningen hadden belangrijke gevolgen voor hun genetische variatie.

Beeld van Neanderthaler Foto AP ** FILE ** A replica of a Neanderthal man is seen at the Neanderthal museum in Mettmann, western Germany in this Oct. 1996 file photo. A small bone fragment that scientists initially ignored has produced a bonanza: enough Neanderthal DNA to start mapping the genetic code of the stocky and muscular relative of modern humans, scientists report. (AP Photo/Heinz Ducklau)
Beeld van Neanderthaler Foto AP ** FILE ** A replica of a Neanderthal man is seen at the Neanderthal museum in Mettmann, western Germany in this Oct. 1996 file photo. A small bone fragment that scientists initially ignored has produced a bonanza: enough Neanderthal DNA to start mapping the genetic code of the stocky and muscular relative of modern humans, scientists report. (AP Photo/Heinz Ducklau) Associated Press

In Noord-Frankrijk ontstaat rond 100.000 jaar geleden een nieuwe mode in het maken van stenen werktuigen. Lokale Neanderthalers maken er stenen messen (klingen) in een eigen stijl: lames à crètes genoemd. Niet revolutionair, maar makkelijk herkenbaar. Dan rukt de IJstijd op, tienduizenden jaren lang wonen in het gebied geen mensachtigen meer. De typische stijl van het groepje Neanderthalers verdwijnt en komt nooit meer terug. Ook niet verder naar het zuiden en ook niet als er later weer Neanderthalers in het noordelijke gebied opduiken.

Vreemd, want volgens de heersende opvatting trokken de Neanderthalers in een trage eb-en-vloedbeweging met de kou mee door het landschap van Europa en West-Azië.

Waarschijnlijk klopt die eb- en vloed-theorie dus niet, schrijven de Franse bioloog Jean-Jacques Hublin (Max Planck Instituut Leipzig) en de Nederlandse archeoloog Wil Roebroeks (Universiteit Leiden) in een zojuist online verschenen studie in het vakblad Comptes Rendus Palevol. Anders was die typische lames à crètes ook wel zuidelijker gevonden.

En dus denken Roebroeks en Hublin: noordelijke groepjes Neanderthalers stierven waarschijnlijk regelmatig uit als het kouder werd. Later werd dat noorden dan weer (opnieuw) gekoloniseerd vanuit andere gebieden.

De Neanderthalers waren de eerste mensachtigen die in koude streken konden leven, in Europa en West-Azië, (tot 55° N.Br), vanaf 250 à 200.000 jaar geleden. Rond 35 à 30.000 jaar geleden verdween de Neanderthaler definitief en nu is de moderne mens (Homo sapiens) de enige mensachtige op aarde.

Roebroeks en Hublin combineren genetische, biologische en archeologische aanwijzingen om het verdwijnen van groepjes Neanderthalers in het noorden te verklaren. Zo’n brede aanpak is nog altijd bijzonder in de wetenschap van de prehistorie. Roebroeks: „Tot nu toe nam iedereen aan dat als het kouder werd de Neanderthalers hun boeltje oppakten en teruggingen naar het zuiden. Aan lokaal uitsterven dacht niemand.”

Dat regelmatige uitsterven van kleine groepen Neanderthalers in het noorden en de herkolonisaties vanuit het zuiden hadden waarschijnlijk belangrijke consequenties voor de genetische variëteit onder de Neanderthalers. Uit analyses van DNA uit oude botten blijkt bijvoorbeeld dat een Neanderthaler uit Oezbekistan genetisch meer verwantschap had met een Belgische Neanderthaler dan met een Neanderthaler uit de Kaukasus. Dat wijst erop dat deze gebieden uit eenzelfde zuidelijk ‘reservoir’ werden gekoloniseerd.

Er zijn ook indirecte aanwijzingen. Bij Neanderthalers worden bijvoorbeeld geen sporen van ruil over grote afstand gevonden. Hooguit dat vuurstenen uit Maastricht opduiken bij Koblenz.

Uit genetisch materiaal van Neanderthalers blijkt ook inderdaad een geringe genetische variatie. Kennelijk gingen de Neanderthalers regelmatig door een genetische ‘bottle neck’: een periode van (extreem) kleine bevolkingsomvang, waarin maar een klein deel van de genetische variatie blijft behouden. Waarschijnlijk dus in het zuiden. Als een populatie met zo’n geringe genetische variatie weer groeit, ontstaat ‘genetic drift’: genvariaties die toevallig bleven bestaan, worden ineens bepalend voor de hele soort. „Die genetic drift zou wel eens veel belangrijker kunnen zijn voor het uiterlijk van de Neanderthalers dan de aanpassing aan de noordelijke koude zoals vaak gedacht wordt”, zegt Roebroeks. Hij en Hublin wijzen op een eerder onderzoek waaruit bleek dat de sommige belangrijke verschillen met de moderne mens (zoals de prominente wenkbrauwbogen, de plattere schedelvorm en de grote neus van Neanderthalers) niet per se door natuurlijke selectie, maar ook door dit soort toevallige genetische verschuivingen kunnen worden verklaard.

Bij dieren bij wie de grenzen van het leefgebied regelmatig verschuiven, wordt hetzelfde patroon gezien. Otters, wolven, veelvraten en lynxen in Noord-Europa hebben een geringe genetische variëteit omdat ook daar de randgroepen regelmatig uitsterven en niet terugkeren in de ‘grote populatie’.

Volgens de nieuwste inzichten was er bij de Neanderthalers in het zuiden niet eens plek voor economische vluchtelingen uit het noorden. Roebroeks: „Neanderthalers hadden per dag en per persoon veel meer energie nodig dan moderne mensen. Met hun zwaardere lichaam en hun kortere benen kostte voortbeweging hen meer energie dan moderne mensen. Daardoor waren kleine dieren niet erg de moeite van het bejagen waard. Neanderthalers waren hyper-gespecialiseerd in de jacht op groot wild: grote runderachtigen, paarden, neushoorns. Met dat beperkte jachtregime is een landschap snel vol. Indringers uit het noorden zijn dan niet gewenst.

„Homo sapiens bewoog zich efficiënter en kon zich een veel bredere prooikeuze veroorloven. Voor hen waren planten, vissen en kleine dieren wel de moeite waard. De Neanderthalers waren in feite hopeloos gespecialiseerd. Toen rond 40.000 jaar geleden die veel energie-efficiënter mensenvariant verscheen, Homo sapiens dus, was het snel bekeken ”

Met slimheid van de moderne mens heeft dat allemaal niet zo veel te maken, benadrukt de archeoloog. „Neanderthalers hadden ook grote hersenen, groter zelfs dan van Homo sapiens. Die moeten ergens voor gebruikt zijn. Misschien voor kennis van diergedrag. Misschien vinden we daarom zo weinig soorten werktuigen en zo’n simpele technologie. ‘The more you know, the less you need’ zeiden de aboriginals in Australië. Die hadden een fenomenale kennis van het landschap. Daarom trokken ze met slechts een graafstok en een speer het hele continent door. Van die kennis vind je als archeoloog niks meer terug.”