'Roem' van Daniël Kehlmann

boekrecensie Daniel Kehlmann - Roem
boekrecensie Daniel Kehlmann - Roem gpd/pr

Waarom laat ik alles gebeuren? vraagt Alex van Warmerdam als ober Edgar in de film Ober aan de scenarioschrijver van de film. ‘Ik wil heel graag wat actiever zijn. En de buren, mogen die verhuizen?’ De schrijver reageert half verbaasd, half boos, als zijn personage plotseling zijn werkkamer binnenstormt. ‘Jij hoort hier helemaal niet te komen. Jij bent fictief.’ Maar Edgar is onverstoorbaar. Hij wil een léúke minnares. En het liefst ook wat weerwoord.

In opstand komen tegen je schepper, dat doen personages wel vaker. Niet alleen laten ze zo zien dat ze weten dat de wereld waarin ze leven fictief is, de schepper van de wereld laat zichzelf er ook mee zien. Meestal toont de schrijver zich onvermurwbaar: hij heeft het verhaal niet voor niets op deze wijze geconstrueerd.

Zo ook de schrijver in één van de negen verhalen uit het boek Roem (Querido, € 18,95) van de Duitse bestsellerauteur Daniël Kehlmann (bekend van Het meten van de wereld, waarvan alleen in Duitsland al 1,5 miljoen exemplaren werden verkocht). Bij Rosalie wordt alvleesklierkanker geconstateerd. Aanvankelijk lijkt ze te berusten in haar dood; ze wil die alleen graag versnellen door een enkeltje Zürich te kopen, naar een euthanasiekliniek waar ze met een drankje haar eigen lot in hand kan houden. Maar ze kan zich toch niet schikken, en vraagt de schrijver van het boek om genade, maar de schrijver heeft geen andere uitkomst.

Voor de andere personages in Roem heeft de schrijver die wel. En het mooie is dat hoewel de negen verhalen op het eerste oog nauwelijks raakvlakken lijken te hebben, ze gaandeweg één universum vormen. Eentje waarin de romanschrijver Leo Richter en zijn hoofdpersonage Lara Gaspard de onofficiële hoofdfiguren zijn. Richter is een schakel tussen de verhalen, en lijkt te concurreren met Kehlmann over de vraag wie nu de schrijver van het boek is.

‘Een roman zonder hoofdpersoon! Begrijp je?’ roept Richter tegen zijn vriendin Elisabeth in het tweede verhaal. Hij legt haar uit wat het concept van zijn nieuwe boek is: dat lijkt erg veel op Roem zelf. Maar Elisabeth reageert mat, en blijft benadrukken dat ze niet in zijn boeken terecht wil komen. ‘Maak geen beeld van me.’ Dat doet hij toch, in het laatste verhaal, waarin zij romanfiguur Lara Gaspard ineens ‘in het echt’ ontmoet. Richter legt haar uit: ‘We zitten altijd in verhalen. Verhalen in verhalen in verhalen. Je weet nooit waar het ene eindigt en een ander begint. Alleen in boeken zijn ze keurig gescheiden.’

En dat is precies wat Roem tot zo’n fascinerend boek maakt, en waarom ook dit boek van hem een bestseller wordt: de verhalen zijn op een mooie manier niet keurig van elkaar gescheiden. Alle hoofdstukken zijn verhalen in verhalen, waarin de figuren soms hun eigen pad willen bepalen, maar waarin de schrijver altijd het laatste woord heeft. En dat woord is even welbespraakt als de jonge auteur in zijn interviews.