Nederland polariseert mee 'Heldere partijen doen het goed'

De Amsterdamse wetenschapper Claes de Vreese onderzoekt het stemgedrag in de EU. De Nederlandse uitslag was volgens hem te voorzien.

Claes de Vreese Foto HH De Amsterdamse wetenschapper Claes de Vreese onderzoekt het stemgedrag in de EU. De Nederlandse uitslag was volgens hem te voorzien. The Netherlands, Amsterdam, 14 April, 2009. Portrait prof. dr. C.H. (Claes) de Vreese, Professor and Chair of Political Communication and Scientific Director of The Amsterdam School of Communications Research (ASCoR) in the Department of Communication Science at the University of Amsterdam. Director Center for Politics and Communication (CPC). Photo: Bram Belloni/Hollandse Hoogte /// Nederland, Amsterdam, 14 april 2009. Portret prof. dr. C.H. (Claes) de Vreese, hoogleraar politieke communicatie en directeur van de Amsterdam School of Communications Research (ASCoR) onderdeel afdeling Communicatie wetenschap Universiteit van Amsterdam. Directeur Center for Politics and Communication (CPC). Foto: Bram Belloni/Hollandse Hoogte
Claes de Vreese Foto HH De Amsterdamse wetenschapper Claes de Vreese onderzoekt het stemgedrag in de EU. De Nederlandse uitslag was volgens hem te voorzien. The Netherlands, Amsterdam, 14 April, 2009. Portrait prof. dr. C.H. (Claes) de Vreese, Professor and Chair of Political Communication and Scientific Director of The Amsterdam School of Communications Research (ASCoR) in the Department of Communication Science at the University of Amsterdam. Director Center for Politics and Communication (CPC). Photo: Bram Belloni/Hollandse Hoogte /// Nederland, Amsterdam, 14 april 2009. Portret prof. dr. C.H. (Claes) de Vreese, hoogleraar politieke communicatie en directeur van de Amsterdam School of Communications Research (ASCoR) onderdeel afdeling Communicatie wetenschap Universiteit van Amsterdam. Directeur Center for Politics and Communication (CPC). Foto: Bram Belloni/Hollandse Hoogte Belloni, Bram;Hollandse Hoogte

Winst voor zowel uitgesproken pro- als anti-Europese partijen en verlies voor het midden. Polarisatie alom. De uitslag van de Europese verkiezingen laat elders in Europa globaal hetzelfde beeld zien als afgelopen donderdag in Nederland.

Maar volgens Claes de Vreese, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, is er toch wel iets „bijzonders” aan de hand. Andere landen in Europa zijn de polarisatiekant opgegaan, maar Nederland is in die richting doorgeschoten, zo luidt zijn analyse. „Waar Nederland in politieke zin tot deze verkiezingen achterliep op de rest van Europa, zie je nu dat Nederland niet alleen andere landen heeft ingehaald, maar zelfs vooroploopt”, zegt hij. Het is volgens De Vreese behalve aan de uitslag ook te zien aan „het soort debat” dat in Nederland is gevoerd.

De uit Denemarken afkomstige De Vreese is directeur van het aan de universiteit verbonden Center for Politics and Communication. Het centrum is met een uitvoerig onderzoek bezig naar het stemgedrag en de motivatie van de kiezers in 21 van de 27 lidstaten van de Europese Unie. Dat gaat aan de hand van opiniepeilingen die al weken voor de verkiezingen zijn gehouden. In Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken zijn zelfs dagelijkse peilingen gehouden om veranderingen onder het electoraat zo goed mogelijk te kunnen meten. De resultaten zullen pas over enige tijd volgen, maar dat de uitslag in Nederland zich zou bewegen in de richting van de uitslag van afgelopen donderdag, hadden de onderzoekers al vier weken geleden voorzien.

Nu de uitslag van heel Europa bekend is, concludeert De Vreese dat Nederland de Europese trend nog wat verscherpt laat zien. „Nederland is voorop komen te liggen doordat de winst van Wilders, vergeleken met die van soortgelijke partijen in Europa, wel heel erg groot is. Tegelijkertijd is er ook behoorlijk gestemd op de pro-Europese partijen aan de linkerkant.”

Vóór 2005, het jaar dat in Nederland de Europese Grondwet bij referendum werd weggestemd, kenmerkte het debat zich hier volgens Claes de Vreese door een gebrek aan polarisatie. Maar nu ziet hij het tegenovergestelde plaatsvinden.

Gezien de ‘achterstandspositie’ die Nederland aanvankelijk had, is die sprong naar voren opmerkelijk, vindt De Vreese. „Nederland is doorgeschoten naar een van de meest gepolariseerde Europadebatten.” Uit de voorlopige onderzoeksresultaten, ook uit andere landen, was hem duidelijk geworden dat partijen met „een heldere Europa-boodschap” het goed zouden doen. „In de ogen van de kiezer is een ja of een nee een heldere boodschap.”

Het is tevens het probleem voor de middenpartijen, constateert De Vreese. Want in een tijd van een wereldwijde economische crisis en globalisering die complexe oplossingen vergt heeft de kiezer blijkbaar behoefte aan uitgesproken opvattingen.

Hij heeft zich er ook over verbaasd dat het „de sociaal-democratische partijen in Europa, gegeven de huidige economische omstandigheden, niet is gelukt goede verkiezingsresultaten af te dwingen”. Het komt volgens De Vreese doordat het kennis- en interesseniveau aangaande Europese kwesties bij kiezers nu eenmaal „stukken lager” is. „In een discussie over het pensioenstelsel of over de WAO kan je als politicus wel wat meer nuance aanbrengen, omdat je weet dat het electoraat enige basiskennis heeft. Dat is bij Europese verkiezingen niet het geval. Juist bij dat soort omstandigheden is helderheid van de boodschap heel erg belangrijk.”

Dat Nederland een voorbeeld is geweest voor andere EU-landen doordat de verkiezingsuitslag al op donderdag bekendmaakte, is volgens De Vreese absoluut niet waar. „Dit zou betekenen dat Nederland het stemgedrag van de Polen heeft beïnvloed. Internationaal onderzoekt wijst al langer uit dat dit soort effecten zich nauwelijks voordoen.”

Nieuws en achtergronden op nrc.nl/ep2009