Vroeger was strafwerk heel gewoon. Dat moet het snel wéér worden

Gelukkig, minister Plasterk wil structuur en gestrengheid terug in het onderwijs, zo schreef hij vorige week in deze krant. Niet alleen zwakke leerlingen, maar mogelijk ook hun begaafdere klasgenoten zullen daarvan profiteren.

Orthopedagoog op vier scholen voor voortgezet onderwijs in Amsterdam en auteur van ‘Straf / Regels’ (www.snuggerstraffen.nl)

In deze krant van 27 mei bepleitte minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) nieuwe gestrengheid in het onderwijs omdat dat beter is voor kansarme leerlingen. De Onderwijsinspectie merkt tijdens lesobservaties regelmatig dat „niet overal voldoende sprake is van de mentaliteit om uit de leerlingen te halen wat er in zit”. In veel lessen heerst „geen taakgerichte werksfeer” en wordt „de tijd niet efficiënt gebruikt”. Het is zorgelijk dat de Onderwijsinspectie vaststelt dat veel leraren „genoegen nemen met een niet bevredigende pedagogisch-didactische situatie: een klas die niet echt gemotiveerd is, waar een ordelijk klimaat ontbreekt”, met alle „teleurstellende resultaten” van dien.

Uit onderzoek van socioloog Bowen Paulle op een vmbo-school in Amsterdam blijkt dat de helft en soms driekwart van de lestijd aan ordeproblemen opgaat omdat leerlingen ongestraft (gedrags)instructies van docenten in de wind kunnen slaan. Het gevolg is dat in zulke klassen soms 30 à 40 procent van de kinderen blijft zitten.

Dit geldt niet alleen voor vmbo-scholen. Ook op scholen voor havo/vwo geven leerlingen aan dat er soms maar „nul minuten overblijven voor extra uitleg” wegens vergeefse pogingen van de docent om het gedrag van lamlendige, pratende of schreeuwende leerlingen aan te pakken. Welwillende leerlingen zeggen ontmoedigd: „Onze juf is zó met orde houden bezig, dat ze nauwelijks aan lesgeven toekomt.” Weer een ander: „In onze klas schreeuwt iedereen; soms is het één minuut stil en dan begint iemand weer.” Zelfs drukkere leerlingen hebben last van drukte tijdens de lessen. Sommigen gaan daarover in discussie met docenten. Desgevraagd zeggen zij: „Nee, dat doe ik niet bij alle docenten; sommigen zijn streng en daar werk ik rustig.”

In leerling-enquêtes geeft 60 tot 80 procent aan dat zij bij strenge docenten geconcentreerder kunnen werken dan bij docenten die ‘te weinig streng’ zijn en ‘onvoldoende de regels handhaven’. Juist de zwakkere leerlingen, maar mogelijk ook de begaafdere leerlingen komen door onvoldoende structuur en strengheid veel uitleg c.q. extra uitdaging tekort.

Op hoeveel Nederlandse scholen voor voortgezet onderwijs spelen deze ordeproblemen?

De Onderwijsinspectie constateert op bijna 20 procent van de scholen dat leerlingen ‘onvoldoende efficiënt gebruik maken van de onderwijstijd’.

Als de inspectie dit punt op een school als onvoldoende beoordeelt, betekent dit dat de (les)tijd in méér dan 25 procent van de geobserveerde onderwijssituaties niet efficiënt is gebruikt.

Dit percentage is dermate zorgelijk dat aan de oproep van Plasterk gehoor gegeven moet worden. Schoolleiders, opleidingsinstituten en pedagogen moeten docenten gaan steunen en trainen in manieren om – zoals leerlingen het verwoorden – „strenger de regels en de orde te handhaven”. Alleen zo ontstaat een lessituatie waarin leerlingen maximaal kunnen profiteren van de uitleg. Echter, er moeten geen schadelijke vormen van strengheid geïntroduceerd worden door nóg sneller leerlingen uit lessen te verwijderen of erger nog: te schorsen. Er zouden nieuwe vormen van effectieve pedagogische bestraffing ontworpen kunnen worden. Bijvoorbeeld één waarbij lesverstoorders na één of twee waarschuwingen meteen een tijdrovende (schrijf)straf opgelegd krijgen die na schooltijd in de eigen vrije tijd gemaakt moet worden. Als bovendien meteen de ouders erbij worden betrokken, bijvoorbeeld doordat zij het strafwerk moeten ondertekenen, zal menig leerling snel het eigen gedrag herzien. Dergelijke strengheid leidt niet tot het missen van lessen, maar tot het kwijtraken van vrije tijd.