Hou op met kietelen!

illustratie bij NRC / De Kleine Wetenschap
illustratie bij NRC / De Kleine Wetenschap

Wat is de overeenkomst tussen jonge gorilla’s, chimpansees, orang-oetans, bonobo’s en kinderen? Als je ze kietelt, gaan ze lachen.

Wat is het verschil tussen jonge gorilla’s, chimpansees, orang-oetans, bonobo’s en kinderen? De apenkinderen gaan óók lachen als je hun handpalmen kriebelt. Mensenkinderen niet: die lachen alleen als ze in hun oksel, voeten of nek worden gekieteld.

Dat zeggen onderzoekers uit Engeland, Duitsland en Amerika. Ze lieten een bekende de kinderen en de apen kietelen, en namen intussen het gelach op.

Dat mensapen kunnen lachen, is op zich geen nieuws. Een boze gorilla houdt anderen op afstand door zijn tanden te ontbloten in een dreigende grijns. En laaggeplaatste chimps of bonobo’s maken met een onderdanig glimlachje duidelijk dat ze hun plaats kennen. Zulke glimlachen vind je bij mensen terug.

Dat mensapen soms lachen mét geluid, wisten we ook. Chimps schieten in een hese keellach als een wandelende soortgenoot pardoes uitglijdt of een stoere collega zomaar misgrijpt bij het slingeren. Wanneer er iets gebeurt dus, dat niet past bij wat iedereen verwacht. Of als er iets ‘engs’ gebeurt, dat toch niet eng is: zoals bij kietelen. Dan lachen mensen ook.

Alleen kunnen mensen op nog veel meer manieren lachen. Ze kunnen giechelen, hinniken, grinniken, gieren, schateren, de slappe lach krijgen...

En mensen lachen om allerlei zaken: ze kunnen samenzweerderig lachen, in hun vuistje lachen, van de zenuwen lachen, opgelucht lachen, om een mop lachen, lachen omdat hun iets te binnen schiet, met de rest mee lachen...

Maar de geluiden die ze daarbij maken, komen allemaal voort uit de lach van mensapen bij het kietelen, denken de onderzoekers. Het lachen is alleen steeds luider, regelmatiger en overdrevener gaan klinken, zeggen zij.

Waarom dat zo is én waarom we sowieso lachen, is een andere vraag. Maar het oerlachje, zeggen de onderzoekers, is al 10 tot 16 miljoen jaar oud. Zo oud als de stamboom van de mensapen die niet tegen kietelen kunnen.