Brussels lof

Veel slechter kon de timing niet zijn: deze week bleek dat de werkloosheid in de Europese Unie in april gestegen is tot 9,2 procent. Het hoogste percentage in tien jaar. Aan de vooravond van de verkiezingen voor het Europees Parlement onderstreept dit dat het niet goed gaat met de economie.

Nog nooit sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in 1957 is de economie zo sterk gekrompen als in het eerste kwartaal van dit jaar. Ook de begrotingstekorten lopen hoog op. Meer dan een decennium van staatsschuldreductie dreigt ongedaan te worden gemaakt.

De schade in Europa is divers. Het Verenigd Koninkrijk lijdt onder de implosie van de financiële sector, exportkampioenen als Duitsland en Nederland zien hun afzetmarkt verdampen, de zeepbellen op de Ierse en Spaanse woningmarkt spatten uiteen en trage hervormers als Italië krijgen de rekening thuis. En nergens is de schade groter dan in de nieuwe Oost-Europese lidstaten.

Een negatieve reflex bij de Europese verkiezingen is dan ook te voorzien. De kritiek dat de EU de nationale belangen ondermijnt, zou vandaag wel eens gehoor kunnen vinden. Zo klinkt alom het verwijt dat de nieuwe lidstaten te snel en soms onvoldoende doordacht zijn toegelaten. Tegelijkertijd ontbreekt het juist aan een gezamenlijk immigratiebeleid. Kritiek is denkbaar als het gaat om de verspilling van geld en de gebrekkige controle daarop. Velen zijn bang dat hervormingen de verzorgingsstaat zullen uithollen. De kiezer heeft meegedaan aan de individualisering, maar is ook een deel van zijn sociale verband kwijtgeraakt. Hij of zij voelt zich alleen in een onzekere wereld, juist nu de recessie hem of haar op zichzelf terugwerpt.

Daardoor wordt de keerzijde over het hoofd gezien. De kiezer wordt namelijk omringd door Europa.

Door de betere arbeidsverdeling als gevolg van de integratie is de welvaart fors toegenomen. Europa exporteert slechts eenachtste van zijn productie buiten de Unie: het leeuwendeel van de handel vindt onderling plaats. Er zijn standaards voor product- en voedselveiligheid. De grenzen zijn goeddeels verdwenen. En het grootste deel van de Europeanen betaalt elkaar in een jonge, succesvolle Europese munt.

Veel van deze voordelen zijn inmiddels zo gewoon dat ze uit het oog verloren zijn, en dus ook uit het hart. Dat is niet terecht. De Europeanen zullen elkaar hard nodig hebben in een wereld waar om te beginnen de economische machtsverhoudingen snel verschuiven. Dat geldt voor zaken als energieveiligheid en milieu tot het behoud van de eigen mix van vrije markt en solidariteit, die zich door de recente crisis in een nieuwe populariteit mag verheugen. Europa heeft daar niet van vandaag op morgen alle remedies voor. Maar uiteindelijk is het wel het enige antwoord. Wat niet aan het Europese project bevalt kan worden afgewezen, maar het is productiever om het ten goede proberen te veranderen.

Het is nu tijd Europa te gaan zien zoals het in 1957 in het Verdrag van Rome werd gedoopt: als een gemeenschap.