Gebakken oerwoudensemble

Een bloemlezing van gedichten met recepten erbij, zou dat nu niet eens iets leuks zijn? vroeg een altijd inventieve dichteres mij laatst. Ja, dat zou wel leuk zijn. Maar dan moeten die dichters natuurlijk ook wel een beetje eten in de gedichten van ze, want anders ben je snel klaar met je recepten. Ik las onlangs een hele stapel debuten en trof daar heus wel wat eten in aan, maar dat was niet steeds even uitvoerbaar.

Zo schreef Peter du Gardijn in zijn bundel Onder de dieren, een vermakelijk gedicht over eten bij de Vietnamees, met regels als: „Ik lees in de menukaart van monter haaienleer/ en kies de in napalm gebraden slingerplant” en even later klinkt „De bel voor het gebakken oerwoudensemble!” dus er wordt echt wel wat gegeten.

Of het lekker is, is wel de vraag „iets brandt zich/ een weg de diepte in” staat er en dat klinkt niet meteen als de sensatie waar je op uit bent als je eens uit gaat.

Een recept voor in napalm gebakken slingerplant lijkt niet nodig, dat wijst zich vanzelf. Maar het gebakken oerwoudensemble smeekt om nadere toelichting. Alleen had ik nog geen flauw idee in welke richting ik moest denken.

Gelukkig ontwaarde ik in het gedicht Wisselgeld een buurman over wie gezegd werd: „mals scharrelend onttrekt hij/ aan de plaatselijke kiloknaller zijn kipfilet” . De kiloknaller en kipfilet, dat zijn natuurlijk geen verheugende of inspirerende dingen. Laatst nog, toen we kip aten, heel lelijk gedaan over mensen die altijd zonodig de borst moesten hebben. Want die is altijd droog, aan een hele kip dan.

Maar een mooie dikke biokipfilet kan heel lekker zijn. En in stukjes gesneden kipfiletreepjes, kort gebakken - echt kort! net gaar! meer niet! - kunnen mals en zacht zijn.

En toen wist ik het ineens. De gekke en al lang weer van de buis verdwenen Engelse tv-kok Keith Floyd die ooit in een piepklein boekje dit door hemzelf als ‘terribly delicious little Vietnamese curry’ aangeprezen gerechtje presenteerde! Dat hoort bij deze gedichten. En het is echt terribly delicious hoor, als je eenmaal in een of andere toko die zwarte bonenpasta hebt gevonden. Het smaakt heel anders dan andere oerwoudensembles.

Kipcurry met zwarte bonenpasta (voor 4 personen)

  • 2 dikke kipfilets
  • 2 tenen knoflook
  • 1 ui
  • 1 kleine groene peper
  • 1 stengel citroengras (sereh)
  • 2 à 3 el zwarte bonenpasta (in oosterse winkels te koop)
  • 2 theelepels koenjit
  • 1 blikje kokosmelk
  • olie
  • gehakte koriander

Hak de ui en de knoflook fijn, ontzaad en hak de peper, hak het dikke onderstuk van de sereh heel fijn, snijd de kip in eetbare strookjes. Gebruik geen zout, de zwarte bonenpasta is heel zout.
Bak de ui, de knoflook, de groene peper en de sereh in twee eetlepels plantaardige olie.
Doe de kip erbij en roerbak tot alle reepjes kip wit zijn, schep ze dan uit de pan. Laat alle andere ingrediënten daar naar vermogen in zitten.

Doe de koenjit, de kokosmelk en de zwartebonenpasta in de pan en laat een poosje borrelen totdat de saus dikker wordt. Doe de kip er weer bij, zorg dat de kokosmelk nu niet meer kookt, dan wordt de kip droog.
Laat nog vijf minuten net niet koken en proef. De smaak moet uitgesproken zijn, ik doe er vaak nog een lepel zwarte bonenpasta bij.

Dien op, bestrooid met koriander en begeleid door een kom witte rijst. Eventueel gekookte kousenband erbij.