'Crisis is zwaarder voor grote podia'

Schouwburgen en concertgebouwen zullen door de economische crisis harder worden getroffen dan kleine podia, omdat ze minder creatief en ondernemend zijn.

Dit concludeerde docent kunstmanagement Dirk Noordman gisteren in een debat in De Unie over de kredietcrisis en cultuur in Rotterdam. Culturele gezelschappen lopen volgens hem een kleiner risico dan de podia zelf, al is dat afhankelijk van het contract dat ze met theaters afsluiten.

Noordman, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, onderzocht met een aantal studenten de invloeden van de crisis op de kunst- en cultuursector in Rotterdam. Uit de verlies- en winstrekening van grote en kleine podia en culturele gezelschappen in Rotterdam is gebleken dat met name de kleine podia creatief genoeg zijn om nieuwe bronnen van inkomsten te vinden. Noordman: „Kleine podia zijn gewend te pionieren en gaan voortdurend op zoek naar nieuwe activiteiten waaruit winst kan worden gehaald.”

Grote podia, zoals de Rotterdamse Stadschouwburg of de Doelen, hebben volgens het onderzoek last van teruglopende inkomsten uit zalenverhuur en daardoor ook uit horeca. Kees Weeda, secretaris van de Raad voor Cultuur in Rotterdam, herkent het beeld dat Noordman schetst. „Grote podia zijn afhankelijk van wat grote producerende instellingen aanbieden, ze zijn minder wendbaar.”

Het cultuurprofijtbeginsel, zoals dat door minister Plasterk (Cultuur, PvdA) is geformuleerd, noemt Noordman in deze tijd „inopportuun”. Volgens Plasterk moeten kunstinstellingen meer eigen inkomsten genereren uit bijvoorbeeld kaartverkoop of sponsorwerving, met het doel ze minder afhankelijk te maken van subsidies. Maar juist die eigen inkomsten lopen terug bij de huidige laagconjunctuur, concludeert Noordman. „De minister moet een paar jaar wachten met deze regeling en juist nu de inkomsten aanvullen die instellingen mislopen.”

Het gaat daarbij volgens Noordman landelijk om ongeveer zestig miljoen euro. Het VSB-fonds heeft dit jaar zijn steun met dertig miljoen verlaagd. De rest van de vermindering komt van vermogensfondsen die in een gunstig economisch klimaat kunnen worden aangeboord, maar nu dus niet.