PEP & co zitten in een achterafzaaltje

Een forse tegenvaller voor de lijsttrekkers van partijen als Europa Voordelig! & Duurzaam, Solidara en de Liberaal Democratische Partij. Deden ze afgelopen vrijdagavond in het Amsterdamse popcentrum Melkweg eindelijk mee aan een echt verkiezingsdebat, moesten ze genoegen nemen met een achterafzaaltje. Terwijl bekende politici van de gevestigde partijen beneden in een goed gevulde zaal in het bijzijn van televisiecamera’s met elkaar debatteerden, zaten zij ergens boven tussen bijna alleen maar eigen medewerkers. „Ik vind het stom dat ik hier in een achterafzaaltje zit, ik hoor hier helemaal niet’’, riep Nees Pellikaan van de Partij voor Europese Politiek (PEP).

Pellikaan is lijsttrekker en doet donderdag voor de eerste keer mee aan de Europese verkiezingen. Zijn partij wil binnen vijf jaar een Europees sociaal pact: een basisinkomen met maatschappelijke inspanningsverplichting.

De in België woonachtige politicoloog werkte dertien jaar voor de PvdA-fractie in het Europarlement, maar besloot vlak voor het sluiten van de inschrijvingstermijn PEP op te richten. „Ik voelde me verplicht mee te doen”, aldus Pellikaan. „Ik maak me ernstig zorgen over de crisis. Als er nu niks gebeurt, krijgen we een golf van bezuinigingen.”

Pellikaan en de vijf anderen op de lijst betaalden uit eigen middelen 11.250 euro om mee te doen. „De oprichting kostte veel moeite. Het is een grote investering en er gaat veel tijd in zitten. En de kans is zeer gering dat we in het Europees Parlement komen. Mede omdat we nauwelijks media-aandacht krijgen. Dat vind ik schandalig.”

Naast PEP doen nog zestien partijen mee. Acht van de zeventien zijn niet vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. Newropeans en Libertas zijn pan-Europees: ook in andere landen doen zij mee.

Het blijft moeilijk voor de nieuwkomers , zoals afgelopen vrijdag in Amsterdam bleek. Maar Düzgün Yildirim, lijsttrekker van Solidara, wist in het toegemeten bovenzaaltje aan de geringe belangstelling toch nog een positieve draai te geven: „Hier is tenminste geen lawaai.”

Daan de Hulster