Wakker liggen van Ida

Colin Tudge: ‘The Link: Uncovering Our Earliest Ancestor’, uitgeverij Little, Brown Book Group, 262 pagina’s, $16.55. Vertaling komt later dit jaar bij Nieuw Amsterdam.

Colin Tudge: ‘The Link: Uncovering Our Earliest Ancestor’, uitgeverij Little, Brown Book Group, 262 pagina’s, $16.55. Vertaling komt later dit jaar bij Nieuw Amsterdam.

Er is een documentaire, een website en er is ook al een boek over Ida, het fossiele halfaapje dat vorige week de voorpagina’s haalde. In zijn Plos ONE-studie is onderzoeksleider Jørn Hurum voorzichtig, maar in ‘The Link’ bekent hij kleur: Ida, Darwinius masillae staat dichter bij de stam van de menselijke evolutie dan enig andere vroege primaat.

‘The Link’ laat zien waarom Hurum en zijn collega’s die prominente plek voor Ida opeisen. Er zijn inhoudelijke argumenten, maar de ontdekkers zijn aan hun fossiel ook verknocht geraakt. Mede-auteur Jens Franzen vocht voor het behoud van Messel: Ida’s vindplaats in Zuid-Duitsland dreigde in een vuilnisstortplaats te veranderen. En Hurum kon dagenlang niet slapen toen hij het fossiel in 2006 te koop kreeg aangeboden. Zijn status als paleontoloog staat of valt met het oordeel over Ida.

Ida’s onderkaak, haar korte snuit, haar vertikale snijtanden, haar sprongbeen en haar vingers rechtvaardigen een prominente plaats in de primatenstamboom. Maar er zijn ook tegenargumenten. Ida lijkt op een lemuur, halfapen van Madagaskar, en díe zijn minder nauw aan ons verwant.

Paleontologen vergelijken botten. Maar als skeletten op elkaar lijken, dan bewijst dat nog niet dat dieren verwant zijn. Misschien pasten zij zich aan eenzelfde omgeving aan. Voer voor controverse, en met Ida is het niet anders.

Veel paleontologen menen dat de spookdiertjes, aaibare halfaapjes met grote ogen, dichterbij ons staan dan Ida, maar zoöloog Colin Tudge schuift ze aan de kant. Hun mensachtige droge neuzen en oogkassen zijn goed beschouwd niet echt menselijk. De gelijkenis is toevallig ontstaan in parallelle evolutielijnen. De aapachtige kenmerken van Ida zeggen volgens Tudge wél iets over haar stamboom. De lezer raakt niet geheel overtuigd, al was het maar omdat de oppositie in ‘The Link’ nauwelijks aan het woord komt.

Toch heeft Tudge veel te bieden. Hij beschrijft kleurrijk de Zuid-Duitse tropen in de tijd van Ida en raast in kort bestek langs de primatenevolutie. Hij weidt uit over andere Messel-fossielen zoals de grootste mier die we kennen en een vreemde miereneter. De dieren raakten bedwelmd door vulkanische gassen uit een meer. 47 miljoen jaar later ogen ze slap in hun steen: doordat ze gedrogeerd raakten en pas daarna verdronken. Michiel van Nieuwstadt