Uitvinders

De Amerikaan G.I. Ap Roberts heeft op 10 mei 1887 octrooi gekregen op een koffer met twee wieltjes. Zoals dat bij een octrooiaanvraag hoort, gaat deze gepaard met een uitvoerige beschrijving van de constructie en een paar bouwtekeningen. Een historisch document.

Bestaat er een wetenschap van het uitvinden? Zijn er mensen die onderzoeken hoe een uitvinding tot stand komt, door welke omstandigheden in de hersenen van juist dit menselijk wezen de goddelijke vonk tot een baanbrekend inzicht leidt? Het zal wel.

Een van de grootste uitvindingen aller tijden is die van het wiel. Er is een tijd geweest waarin de oermens alles zelf moest dragen. Ook toen waren er geniën. Op een mooie ochtend liep zo’n hoogbegaafde te dagdromen, zag niet dat er een grote ronde kiezelsteen op zijn pad lag, stapte erop, de steen rolde onder zijn voetzool en hij viel. Hij onderzocht de oorzaak en kwam toen op het idee, die steen te gebruiken om iets zwaars te verrollen. Een boomstam bijvoorbeeld. Dat lukte een klein beetje.

Uitvindingen hebben de eigenschap zichzelf voort te planten. Hij had het nut van het rollen al ontdekt. Nu kwam het erop aan, de as uit te vinden. Boomstammen zijn ook min of meer rond. Zaag er twee schijven af, maak gaten in het middelpunt, steek er een stok door en je hebt het oertransportmiddel.

Dan moet je wel eerst de zaag hebben uitgevonden, zult u zeggen. Voor het gemak nemen we aan dat ze toen al een soort zaag hadden. Zo is de voorloper van de mallejan, de handkar en tenslotte de auto ontstaan. Is het zo ongeveer gegaan? In ieder geval heeft het waarschijnlijk generaties geduurd. De Azteken hadden een relatief hoge graad van beschaving maar geen wielen. Een beschaving waarin niets kan draaien. Dat kunnen we ons niet voorstellen.

Een paar weken geleden heb ik een stukje geschreven over de rolkoffer. Het uitvinden van deze bagage is bevorderd door het moderne massatoerisme. Maar wie is op het idee gekomen, eindelijk, om twee wieltjes onder de koffer te bevestigen, vroeg ik me af. Een geniale anonymus, dacht ik. Een vergissing. De rolkoffer heeft veel uitvinders.

De heer S.F. van Hest verwijst me naar The New York Times van 6 augustus 2000. Daarin staat een uitvoerig artikel over Bernard D. Sadow die in 1972 de eerste rolkoffer heeft gebouwd. De heer Peter Levie citeert niet minder betrouwbare bronnen die verwijzen naar twee andere uitvinders, Bob Plath, gezagvoerder van Northwest Airlines en de Nederlandse koffer- en tassenfabrikant Frank Löwenstein, die ongeveer gelijktijdig op het idee zijn gekomen.

Het overtuigendst vind ik het bericht van octrooi-informatiespecialist Peer Froehling. De Amerikaan G.I. Ap Roberts heeft op 10 mei 1887 octrooi gekregen op een koffer met twee wieltjes. Zoals dat bij een octrooiaanvraag hoort, gaat deze gepaard met een uitvoerige beschrijving van de constructie en een paar bouwtekeningen. Een historisch document.

Ik dank de heren voor hun bijdragen. Ik zie er ook weer het bewijs in, dat sommige uitvindingen onontkoombaar gedaan moeten worden, en dat het dus geen wonder is als dat binnen een bepaald tijdsbestek op verschillende plaatsen door meer mensen wordt gedaan.

In het stukje over de rolkoffer heb ik ook uitgelegd dat ik deze bagage om een aantal redenen superieur aan de rugzak vind. Mevrouw Laila de Graaf is het niet met me eens. Dat rugzakdragers in het gedrang op reis hun medepassagiers per ongeluk rake klappen kunnen geven, akkoord. Maar heb ik wel eens op een horde rolkoffertrekkers gelet?

Ja. Ik geef toe, dat is vaak ook geen pretje. Als het vliegtuig geland is, rukken medepassagiers hun te zware rolkoffers uit de bagageruimte, tillen boven hun macht en dreigen je te verpletteren. Kom je van een veerpont af dan deel je de loopplank met de rolkofferkudde. Er gelden geen verkeersregels. Iedereen wil zo snel mogelijk het vliegtuig uit of aan de vaste wal komen. Opstand der horden. Dat is door José Ortega y Gasset al eens uitgelegd. Dat waren andere horden. Nu heb je die van de consumenten, de -toeristen, het genadeloze mondiale consumentisme in het algemeen.

Dit alles geschreven zijnde blijf ik erbij dat ik de rolkoffer veruit superieur aan de rugzak vind. Travelling light blijft het beste. En ook binnen die grenzen: beter trekken dan torsen.

    • S. Montag