'Twee personen, samen op een rijwiel'

Het nieuws van nu lijkt op het nieuws van toen. Maar politierapporten uit mei 1929 spreken een heel andere taal dan die van tachtig jaar later.

Elke dag verloopt volgens dezelfde slag. Om zes uur ’s ochtends neemt wachtmeester Kieft de dienst over op politiebureau Admiraal de Ruijterweg in Amsterdam-West. Hij noteert het ‘aantal personen in bewaring’ (‘niemand’) en tekent om zeven uur aan dat de werkwillige steenzetters van hun huizen zijn begeleid naar de bestratingswerf op de Van Reigersbergenstraat (‘niets is voorgevallen’).

Het idee van deze rubriek is dat je in het nieuws van nu de echo’s van vroeger kunt horen. Dat je naar oude gebeurtenissen kijkt en getroffen wordt door gelijkenissen of ten minste associaties. Maar uit de rapporten van bureau Admiraal de Ruijterweg van mei 1929, gedeponeerd in het gemeentearchief, klinkt nauwelijks een echo op. Het boek, geschreven in de vlekkeloze handschriften en het iets te plechtige Nederlands van de wachtmeesters, wekt juist sterk het besef van de afstand die onze samenleving scheidt van die van tachtig jaar geleden. En dus een gevoel van historische sensatie bij het lezen.

De vakbond werd kennelijk nog zo gevreesd dat de politie werkwilligen moest beschermen. Die brengt de stratenmakers en de steenzetters elke dag rond half twaalf weer naar huis terug. En dan valt er steevast weer niets voor.

Wat valt er dan wél voor, in mei 1929?

Om kwart over zes, wachtmeester Kieft heeft nog maar net de dienst overgenomen, brengt agent Hansen een jongen van zeven op die over de muur van de school van de Bestevâerstraat is geklauterd en vervolgens in een boom geklommen. Hij moet tot zeven uur op het bureau blijven, tot zijn broer hem komt halen.

Twee jongens van twaalf en dertien lopen over straat onder schooltijd. Ze worden opgebracht door agent Van Eijsden. Als hun ouders niet komen opdagen, worden de jongens heengezonden.

Een jongeman wordt opgebracht wegens overtreding van artikel 163 van de Algemene Politieverordening (‘twee personen samen op een rijwiel’).

Om zeven uur ’s avonds brengt agent Van Eijsden een babylijkje binnen dat een bewoner had zien drijven in de Kattensloot. Het wordt neergelegd in de bergplaats naast het bureau. Later komt de lijkschouwer erbij, die vaststelt dat het gaat om een voldragen vrucht van het vrouwelijk geslacht.

En zoals elke dag eindigt de dienst met notities van de lantaarnpalen die niet branden.

Op 31 mei 1929 komt ’s avonds Filippus Kamman op het bureau. Hij is die dag door de deurwaarder uit zijn woning gezet en vraagt om onderdak. Als wachtmeester Kieft de volgende dag zijn ochtenddienst in het boek begint, noteert hij netjes: ‘Personen in bewaring: Filippus Kamman’. Hij krijgt koffie en brood en wordt heengezonden ‘aangezien hem niets ten laste is gelegd’. Die avond staat meneer Kamman weer aan de balie en mag hij opnieuw logeren in de cel.

Een cafébaas mist een zak tarwe ter waarde van tien gulden, een verlader meldt de diefstal van twintig literflessen azijn.

Op 30 mei werden twee jongens van het dak van de school aan de Bestevâerstraat gehaald. Ze gooiden stenen naar de voorbijgangers. De jochies waren zeven en acht. Als je het bericht vandaag in de krant afdrukt, zou het als bewijs gelden voor de verloedering van de wijk of de jeugd. Als je het tachtig jaar na dato leest, heeft de geschiedenis de daad verzacht. De rotjochies zijn op Pietje Bell gaan lijken.

De dagrapporten van 2009 zijn nu nog niet in te zien voor het publiek, daar moeten eerst jaren overheen die een vorm van anonimiteit verlenen aan de agenten, wachtmeesters, zwervers en verdachten. Wij moeten het voorlopig doen met de berichten die de politie zelf rondstuurt. In mei 2009 betrapten agenten vier inbrekers op een volkstuinencomplex, werden jongens op een gestolen brommer aangehouden, staken gemaskerde mannen een auto in brand, werd ingebroken in de kerk, zijn stickers omgewisseld in een groothandel zodat rovers de winkelwaar goedkoper konden meenemen, is een bejaarde vrouw van haar pinpas en code en daarna van duizenden euro’s beroofd en brak een massale vechtpartij uit, ’s nachts bij een café.

De Bestevâerstraat telt in mei 2009 twee schoolgebouwen. Het een is zo hoog dat zelfs een brandweerman er nauwelijks op kan komen. Het andere, op de hoek van de Karel Doormanstraat, tegenover snackbar Yvonne, heeft boven de deur precies het platte dak waar jongetjes zo graag op klimmen. Eén straatlantaarn brandde niet. Maar de politie is in de jaren tachtig opgehouden die te noteren.

    • Bas Blokker