TV en straatverlichting zijn niet uitgevallen

Met de ministeriële goedkeuring voor de splitsing van Essent, nadert een langdurige discussie haar einde. Is die splitsing van energiebedrijven nu wel of niet nadelig?

Wat is er niet allemaal gedreigd om de splitsing van de energiebedrijven Nuon, Essent, Eneco en Delta tegen te houden. De energievoorziening van Nederland zou gevaar lopen. Tv’s, wasmachines, straatverlichting, computercentra, fabrieken, alles zou uitvallen. De af te splitsen netwerkbedrijven zouden worden volhangen met schulden, en snel na de splitsing omvallen.

Toch is het nu zover. Minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) heeft deze week het splitsingsplan van Essent goedgekeurd. Vorige maand had Nuon al groen licht gekregen.

Voor beide is de weg vrij om het productie- en leveringsbedrijf af te splitsen van het netwerkbedrijf, en te verkopen aan het Duitse RWE (dat 9,3 miljard euro biedt voor Essent) en het Zweedse Vattenfall (8,5 miljard euro voor Nuon). De strategisch belangrijke, en monopoloïde netwerkbedrijven blijven voor honderd procent in publieke handen. Ze gaan verder als aparte bedrijven: het netwerkbedrijf van Essent als Enexis, dat van Nuon als Liander.

Kees Cools, hoogleraar ondernemingsfinanciering aan de Rijksuniversiteit Groningen, maakt zich over de financiële gezondheid van de afgesplitste netwerkbedrijven niet veel zorgen, zegt hij. Het gevaar dat ze vol schulden zouden worden gehangen, is ondervangen door de financiële randvoorwaarden aan te scherpen. Dat tegenstanders van de splitsing toch steeds op die angst blijven inspelen, noemt hij „onterechte retoriek”.

In 2005 stelde de Energiekamer, de toezichthouder van de energiemarkt, nog dat leningen niet meer dan 70 procent van het balanstotaal mochten bedragen. Eind vorig jaar is dat verlaagd naar 60 procent. Minister Van der Hoeven heeft nog eens extra veiligheidseisen ingebouwd, laat een woordvoerder van het ministerie weten, zodat het percentage nu eerder „richting de 50 procent” gaat. Van der Hoeven wilde de splitsingsplannen van Essent en Nuon alleen goedkeuren als de concerns extra geld in hun netwerkbedrijven zouden stoppen. Voor Essent is dat 700 miljoen euro – 350 miljoen euro eigen vermogen van Essent, en 350 miljoen aan leningen van de aandeelhouders. Voor Nuon is het precieze bedrag niet genoemd, maar volgens een woordvoerder ligt het in de ordegrootte van 500 miljoen euro.

Volgens Cools is de balanspositie van Enexis en Liander nu gezond genoeg om de schulden terug te betalen, tegenvallende transporttarieven op te vangen, én te investeren. Dat laatste moeten ze fors gaan doen, voor het plaatsen van slimme meters, het aanleggen van een infrastructuur voor elektrische auto’s, het vervangen van oude kabels en leidingen, en de aanleg van netwerken in nieuwbouwwijken. Enexis raamt de investeringen voor de komende vijf jaar op 2 miljard euro. Liander noemt hetzelfde bedrag, maar dan voor de komende vier jaar. De aandeelhouders krijgen voorlopig beperkt dividend, zodat de netwerkbedrijven hun vermogenspositie kunnen versterken. Enexis zal in 2009 en 2010 maximaal 70 procent van de winst uitkeren, en van 2011 tot en met 2013 maximaal 50 procent.

Econoom Gijsbert Zwart, energiedeskundige bij het Centraal Planbureau, ziet nog wel een aantal onzekere factoren voor de netwerkbedrijven. Onder meer de cross border leases (cbl’s). Energiebedrijven hebben hun netwerkbedrijven ooit verkocht aan met name Amerikaanse instellingen, en die vervolgens weer terug geleast. Voor Nuon lopen sommige leasecontracten door tot 2028. Verbreken ervan zou miljardenclaims van de Amerikanen uitlokken. Met de splitsing zijn deze contracten overgedragen aan de netwerkbedrijven. Financieel bestuurder Rinse de Jong van Essent zei tijdens de presentatie van de jaarcijfers eerder dit jaar dat het concern vorig jaar nog 13 „lease-objecten” had. Daarvan zijn er inmiddels twee afgekocht, voor ruim 100 miljoen euro. De Jong laat per email weten geen afkoopsommen te verwachten voor Enexis.

Nog een onzekere factor zijn volgens Zwart de transporttarieven die de netwerkbedrijven in rekening mogen brengen. De Energiekamer stelt die tarieven vast, en heeft ze de afgelopen jaren vaak naar beneden bijgesteld. Dat is ongunstig voor de netwerkbedrijven, maar gunstig voor de afnemers. Eerder deze week heeft de toezichthouder de tarieven voor gastransport iets naar boven bijgesteld voor de periode 2008-2010. Tot opluchting van de netwerkbedrijven.

Er is nog iets dat Zwart niet begrijpt: de stelling dat de overname van Essent door RWE niet zou mogen doorgaan omdat Essent wel gesplitst is en RWE niet. Het Duitse concern zou daarmee een concurrentievoordeel hebben op de Nederlandse markt. Maar hoe, vraagt Zwart zich af. De Duitse en de Nederlandse markt zijn zo goed als gescheiden van elkaar. „Het zijn nog steeds lokale markten”, zegt hij. Hoe de structuur van RWE in Duitsland eruit ziet, heeft volgens hem daarom weinig invloed op de Nederlandse markt. Maar Cools ziet wel ongelijkheid. Een ongesplitst bedrijf is kapitaalkrachtiger, en kan makkelijker overnames doen in Europa.

De hoogleraar vraagt zich af of de overheid na de splitsing voldoende greep houdt op de energiesector. Nu al is bijna de helft van alle centrales in buitenlandse handen. Als later dit jaar Essent en Nuon definitief worden overgenomen, zal dat oplopen tot 90 procent. Om die reden is Cools ook altijd tegen de splitsing geweest. Met een buitenlands bedrijf is het toch lastiger afspraken te maken, denkt Cools. Hoewel. Zo goed is de verstandhouding tussen de overheid en de Nederlandse energiebedrijven de laatste tien jaar ook niet geweest, geeft Cools toe. „Om niet te zeggen, verzuurd.” Hij zal blij zijn als er een eind komt aan het slepende splitsingsdossier.

    • Marcel aan de Brugh