The Killers zijn niet bang voor een goede dosis kitsch

Pop: The Killers, 29/5 HMH Amsterdam, herhaling 30/5 Pinkpop.

Zanger Brendan Flowers verontschuldigde zich voor de vreemde omstandigheden waaronder The Killers op 12 maart hun optreden moesten afzeggen. Het was de dag van de Ikea-bommelding, toen heel Amsterdam Zuid-Oost wegens de dreiging werd afgesloten. Het weerhield de groep er niet van om in de toegift van hun inhaalconcert een flinke bom vuurwerk af te steken.

Ze komen uit Las Vegas en in die stad van casino’s en neonlicht doet zelfs een alternatieve rockgroep er alles aan om boven het feestgewoel uit te stijgen. Dat lukte The Killers al meteen met het debuutalbum Hot Fuss uit 2004, goed voor internationaal succes en vier uiterst memorabele hits. Inmiddels zijn ze twee albums verder en kunnen ze anderhalf uur vullen met alleen maar sterke songs.

Ze zijn niet bang voor een lekkere dosis kitsch, in het overdadige lichtgebruik en de zwaar aangezette discoritmes waarmee ze het publiek meteen in beweging kregen. Flowers spaarde zijn troeven niet voor het laatst; meteen gooide hij de publieksfavorieten Human en Somebody told me in de strijd om het festivalgevoel naar de HMH te halen. In een achter de versterkers verstopte orkestbak toeterde een saxofonist mee en klonk zelfs een schelle viool.

De zanger met zijn spijkerdunne postuur en ver dragende galmstem spaarde zijn krachten niet. Hij flitste over het podium, sloeg zo nu en dan een knerpende synthesizermelodie aan lachte uitbundig wanneer gitarist Dave Keuning zijn heldhaftige poses op de monitorboxen aannam. Een cover van Joy Divisions Shadowplay werd in hun versie een vreugdevol dansnummer, ontdaan van de sfeer van doem uit het origineel.

Met een van de meest onzinnige tekstregels uit de pophistorie, „I’ve got soul but I’m not a soldier,” kregen ze het hele publiek mee. Bruce Springsteen kan zich vanavond geen betere opwarmer van zijn Pinkpoppubliek wensen.