Scharrelkippen met macht

Komende donderdag zijn de Europese verkiezingen.Nog vijf dagen om bij te spijkeren. Wat doen Nederlandse Europarlementariërs? En hebben ze eigenlijk wel macht?

Kartika Liotard (SP) poseert met haar campagneteam in Borculo. Kartika Liotard van de SP plakt posters in Borculo en voert campagne voor de europose verkiezingen. Foto: Peter de Krom Krom, Peter de

Nederlandse Europarlementariërs hebben een slecht imago en ze weten het. Als ze praten over een wet die speelgoed veiliger moet maken, dan is het nieuws: ‘Parlement wil kindersurprise verbieden.’ En als ze in eigen land komen dan krijgen ze altijd verwijten over Straatsburg, de plek waar ze maandelijks voor vier à vijf dagen naartoe verhuizen vanuit Brussel. Naar schatting kost dat pendelen de Europese belastingbetaler 200 miljoen euro per jaar. Waarom stoppen ze niet met die geldverspilling? „Wat je ook doet in campagnes, je moet op die vraag steeds antwoord geven”, zegt Jules Maaten, Europarlementariër voor de VVD.

Moet er iets veranderen om het Europees Parlement beter te laten functioneren?

„Uiteraard moet het EP in Straatsburg ‘vernietigd’ worden, maar dat is een dooddoener.”

Sophie in ’t Veld, D66

„Natuurlijk moet dat reizende circus anders, maar dat punt zal iedereen wel hebben genoemd” Bert Doorn, CDA

„Het is een beetje een cliché, maar we moeten echt af van het pendelen naar Straatsburg. Dat is een achilleshiel voor de beeldvorming over Europa.”Joost Lagendijk, GroenLinks

„Straatsburg is het grootste blok aan ons been. Wat je ook doet in campagnes, je moet daar steeds antwoord op geven. Het zou ons functioneren verbeteren als we alleen in Brussel vergaderden. Los van het geld, het is enorm onpraktisch dat heen en weer reizen. Het kost per jaar al gauw twee weken aan werktijd.” Jules Maaten, VVD

Waarom zouden kiezers donderdag naar de stembus moeten gaan voor het Europees Parlement? Wat deed dat parlement de afgelopen vijf jaar? Doet het ertoe wie er in zitten? Hoe denken de Nederlandse Europarlementariërs over hun eigen werk? Ze schrikken niet terug voor zelfkritiek. „Veel van mijn collega’s werken als scharrelkippen”, zegt Jan Cremers (PvdA). „Ze pikken een dossiertje op, werken er twee maanden aan en dan verdwijnt het weer in de kast.”

Scharrelkippen? Dat past wel bij het beeld dat veel mensen hebben van het Europees Parlement: een praatclub zonder macht. Aanstaande donderdag zijn de verkiezingen voor het Europese parlement. Een minderheid van de Nederlandse kiezers zal de moeite nemen te gaan stemmen. Sinds de eerste Europese verkiezingen in 1979, daalde het opkomstpercentage elke keer. Bij die in 2004 kwam maar 39 procent op.

Weinig belangstelling dus bij de kiezers. Toch is het parlement veel meer dan een praatclub. De bevoegdheden van het Europees Parlement namen de afgelopen dertig jaar spectaculair toe. Nee, helaas voor de Europarlementariërs, ze mogen ‘Straatsburg’ niet afschaffen, al zouden ze dat graag willen. Dat is iets waar EU-regeringen – unaniem – over moeten beslissen. Maar op veel andere terreinen heeft het Europees Parlement veel macht. De afgelopen vijf jaar nam het parlement 1.014 wetten aan, blijkt uit onderzoek van Sara Hagemann van het European Policy Centre, een Brusselse denktank. „Dat is veel meer dan wat het gemiddelde nationale parlement doet.” Ter vergelijking: de Tweede Kamer nam in dezelfde periode 1.233 wetten aan, maar een groot deel daarvan betrof Europese regels die moesten worden omgezet in Nederlandse wetgeving.

De afgelopen jaren legden Europarlementariërs bijvoorbeeld regels vast voor het gebruik van zo’n 30.000 chemische stoffen. Ze spraken ook af dat wodka niet per se van graan hoeft te worden gemaakt (als er maar op het etiket staat waarvan het wel is gemaakt). En dat films en nieuwsuitzendingen niet vaker dan één keer per dertig minuten mogen worden onderbroken voor reclame.

Het Europees Parlement mag meebeslissen over uitbreidingen van de Europese Unie, over de EU-begroting, en over wetten voor milieu, dierenwelzijn, consumentenbescherming, transport en de ‘interne markt’. Vooral die interne markt is belangrijk. Het zijn de regels waar bedrijven zich aan moeten houden als ze producten of diensten leveren in Europa.

Wat zijn uw successen als parlementariër?

„Het Hooggerechtshof in Bangladesh heeft onlangs sluiting gelast van sloopwerven die zich niet houden aan nieuwe normen voor arbeids-omstandigheden en milieu. Daarbij werd verwezen naar de door mij opgestelde resolutie van het Europees Parlement. Dat vond ik een hele mooie opsteker.” Hans Blokland, ChristenUnie/SGP

„Ik heb me ingezet voor de bestrijding van racisme in het voetbal. Met de grootste steun ooit is mijn schriftelijke verklaring door het Europees Parlement aangenomen en dat heeft geleid tot een resolutie van het parlement. FC Barcelona heeft door onze oproep beloofd zich in te zetten voor het opnemen van antidiscriminatieclausules in spelerscontracten in Europa.” Emine Bozkurt, PvdA

„Ik heb er mede voor gezorgd dat de gesloten archieven van het communistische regime in Bulgarije openbaar moesten worden. Ik heb daar conferenties voor georganiseerd, daar is ontzettend veel van mijn actiebudget heen gegaan.” Els de Groen, onafhankelijk lid van de Europese groenen. (Gemiddeld krijgt een Europarlementariër een ‘actiebudget’ van 30.000 euro per jaar, om mensen te informeren over het werk van het parlement. Dat kan bijvoorbeeld door bijeenkomsten te organiseren of boeken uit te geven.)

„Ik heb ertoe bijgedragen dat minderheden in Irak hoger op de agenda staan.” Esther de Lange, CDA

„Ik heb een amendement ingediend dat wijnboeren in de gelegenheid stelt om suiker bij te mengen. Dat is voor wijnboeren in de noordelijke lidstaten van groot belang.” Lily Jacobs, PvdA

„Het is een ergernis van velen dat je bij iedere telefoon een andere lader en headset nodig hebt. Daar komt vanaf 2011 een einde aan. Ik heb daar op aangedrongen bij Europees Commissaris Günter Verheugen van Industriebeleid.” Toine Manders, VVD

Maakt het veel uit welke partijen er in het Europees Parlement zitten? Wie donderdag gaat stemmen, kan alleen kiezen uit Nederlandse kandidaten. Die krijgen in het nieuwe parlement 25 van de 736 zetels. Dat is 3,4 procent. Het lijkt niet de moeite.

„Het beeld dat een individuele Europarlementariër nooit iets kan bereiken, klopt niet”, zegt Hendrik Vos, hoogleraar in Gent. „Eén slim iemand kan het verschil maken”, zegt politicoloog André Krouwel van de Vrije Universiteit in Amsterdam. De Nederlandse Europarlementariërs sloten zich de afgelopen jaren allemaal aan bij een Europese fractie. Wie specialist is van zo’n fractie, kan het stemgedrag beïnvloeden van een grote groep parlementariërs.

Nederlanders in Europese fracties

De 27 Nederlandse Europarlementariërs maakten in 2004-2009 deel uit van de volgende fracties:CDA (7 zetels): Fractie Europese Volkspartij en Europese Democraten (totaal 289 zetels)

PvdA (7): Sociaal-democratische Fractie (215)

VVD (4) en D66 (1): Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (101)

GroenLinks (2), Paul van Buitenen (1, namens Europa Transparant) en Els de Groen (1, onafhankelijk): De Groenen/Vrije Europese Alliantie (42)

SP (2): Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links (41)

ChristenUnie/SGP (2): Fractie Onafhankelijkheid/Democratie (24)

Maar met meer dan 700 parlementariërs kan niet iedereen een interessant specialisme hebben. „Als je pech hebt, ga je over de afmetingen van vliegenmeppers”, zegt Krouwel. „Maar goed, jij bent dan wel dé deskundige die alles weet over afmetingen van vliegenmeppers.”

PVV-lijsttrekker Barry Madlener zei de afgelopen weken nog niet te weten of zijn partij, die voor het eerst meedoet aan Europese verkiezingen, zich zal aansluiten bij een Europese fractie. Hij voelt er wel wat voor om alleen in het parlement te gaan zitten. In Brussel wordt gezegd: dan onderhandelt de PVV niet mee over wetsvoorstellen. En dan heeft de partij dus geen enkele macht.

In Brussel wordt ook een beetje raar gekeken naar een Haagse politicus als Hans van Baalen, die namens de VVD naar Europa gaat. Van Baalen benadrukt dat hij in Nederland blijft wonen en dat hij niet van plan is te veel tijd door te brengen in Brussel. „Fout, fout!”, zegt de Gentse hoogleraar Hendrik Vos. Wie niet in Brussel is, hééft geen invloed. „Het is door er te zijn dat je geloofwaardig wordt voor de mensen hier.”

Nederlandse parlementariërs zijn er vaak, net als de Belgische. Ze hebben daardoor relatief veel invloed. Hendrik Vos noemt als voorbeelden Sophie in ’t Veld (D66) en Joost Lagendijk (GroenLinks). „Die worden ook vaak door internationale media geciteerd.”

Ook de Amsterdamse politicoloog André Krouwel noemt In ’t Veld en Lagendijk als succesvolle Europarlementariërs. Dat is opmerkelijk, want beiden zitten in Brussel namens een kleine partij: D66 heeft één zetel, GroenLinks twee.

Strategisch stemmen bij Europese verkiezingen betekent dus niet dat je moet kiezen voor een grote partij. Het gaat erom dat een parlementariër gezag heeft binnen één van de vier grote Europese fracties – christen-democraten, sociaal-democraten, liberalen, groenen. Sophie in ’t Veld profileerde zich de afgelopen vijf jaar op het terrein van burgerrechten, terrorisme en privacy. Joost Lagendijk als deskundige over Kosovo en Turkije.

Doen de verschillen tussen partijen er nog toe? En zo ja, wat zijn die verschillen? Die specialisten in het Europees Parlement zijn goed in het bedenken van compromissen. Als ze een compromis hebben gesloten, dan is daar vaak een ruime meerderheid voor. Daardoor lijkt de samenstelling van het Europees Parlement niet erg belangrijk. Zo was bijna iedereen voor de ‘klimaatwetten’, die veel parlementariërs als belangrijkste prestatie van de afgelopen vijf jaar noemen. Deze wetten moeten ervoor zorgen dat de uitstoot van het broeikasgas CO2 afneemt met 20 procent. Bedrijven die meer uitstoten, moeten meer betalen.

Waaruit blijkt de macht van het Europarlement?

De Nederlandse Europarlementariërs noemen drie thema’s het vaakst:

De ‘dienstenrichtlijn’. Ook wel bekend als de Bolkensteinrichtlijn omdat het voorstel kwam van voormalig Eurocommissaris Frits Bolkestein. Deze wet moet het voor bedrijven makkelijker maken om diensten aan te bieden in een ander EU-land. Véél makkelijk wordt het overigens niet: onder druk van vakbonden en de sociaaldemocraten in het Europees Parlement werd het voorstel nogal afgezwakt.

Bescherming van burgerrechten. Het Europees Parlement had de afgelopen jaren regelmatig kritiek op antiterreurmaatregelen: van verboden vloeistoffen in de handbagage van vliegtuigpassagiers tot geheime vluchten van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA voor terreurverdachten. Op dit terrein heeft het parlement trouwens weinig macht. Maar het kon er soms wel voor zorgen dat onderwerpen aandacht kregen. De regels voor handbagage van vliegtuigpassagiers worden versoepeld.

De anti-discriminatierichtlijn. Maakt discriminatie van homoseksuelen in groot aantal situaties strafbaar. De wet komt er op aandringen van het Europees Parlement. Regeringen van lidstaten moeten er nog mee instemmen.

Europarlementariërs kunnen geen initiatiefwet indienen, zoals Tweede Kamerleden. De Europese Commissie komt met een voorstel tot een wet, daarna gaat het parlement daarover onderhandelen. Soms duurt dat jaren. Aan het eind van de onderhandelingen komt er een compromis waartegen een parlementariër ja of nee kan zeggen. Oud-Europarlementariër Nel van Dijk (GroenLinks): „Dan is het moeilijk ertegen te zijn, ook als je niet helemaal tevreden bent.” Want, zegt ze, het is kiezen tussen een verbetering van de huidige situatie of geen wet.

Het Instituut voor Publiek en Politiek in Amsterdam, waar Nel van Dijk nu directeur van is, heeft het stemgedrag van Europarlementariërs onderzocht. Gedurende één jaar (oktober 2007-september 2008) werden alle stemmen bijgehouden van de Nederlandse parlementariërs. Neem bijvoorbeeld het CDA en de ChristenUnie, die in Nederland samen regeren. Het stemgedrag van de CDA’ers was maar voor 70 procent gelijk aan dat van de ChristenUnie/SGP (die samen één ‘delegatie’ hebben in het Europees Parlement).

VVD en D66, die het in Nederland vaak niet eens lijken, stemmen in Europa juist vaak hetzelfde: in 94 procent van de gevallen. Dat is ook niet zo vreemd. Beide partijen zitten in de fractie van Europese liberalen.

Wetenschappers uit verschillende landen maakten onlangs een website, waarop statistieken zijn te vinden over het stemgedrag van Europarlementariërs (www.votewatch.eu). Ook daaruit blijkt dat er verschillen zijn tussen partijen: de Europese christen-democraten bijvoorbeeld stemmen in de helft van alle gevallen anders dan de groenen.

De samenstelling van het Europees Parlement doet er dus toe, zegt de Gentse hoogleraar Hendrik Vos. „Vooral de tegenstelling links-rechts is belangrijk.” Het Europees Parlement nam de afgelopen jaren nogal wat wetten aan om marktwerking te vergroten: bij de spoorwegen, bij post-, energie- en telecombedrijven. En dat ging vrij vlot, zegt Vos, omdat de christen-democraten en liberalen, die daarvan voorstander zijn, een meerderheid hadden in het parlement.

„Links-rechts doet er toe”, zegt ook André Krouwel van de Vrije Universiteit. Hij is één van de makers van het kieskompas dat kiezers helpt kiezen. (www.kieskompas.nl) „Als je milieu belangrijk vindt, moet je links stemmen”, zegt Krouwel. „Vind je de vrije markt belangrijk, dan moet je VVD stemmen.”

Overigens zijn de Europese christen-democraten, onder wie de CDA’ers, ook gevoelig voor argumenten van het bedrijfsleven. Uit de statistieken op votewatch.eu blijkt dat de christen-democraten minder vaak meestemmen met de groenen, als het gaat om milieuwetgeving, dan de liberalen. De liberalen zijn dus ‘groener’ dan de christen-democraten. Een verklaring daarvoor is dat de liberalen een Britse milieu-woordvoerder hebben, Chris Davies, die ook nogal groen is.

Naast de tegenstelling links-rechts is er nog een tegenstelling: voor of tegen Europa. „Ben je links en tegen Europa, dan kun je SP stemmen. Ben je rechts en tegen, dan is er de PVV”, zegt André Krouwel.

Als je kijkt naar het stemgedrag van de SP in het Europees Parlement dan klopt het beeld trouwens niet helemaal dat die partij altijd tegen Europese regelgeving is. SP’er Erik Meijer stemde bijvoorbeeld voor een maximale werkweek van 48 uur in heel Europa. Hij was ook voor een oproep om bewustmakingsacties op te zetten tegen seksistische beledigingen of vernederende beelden van vrouwen en mannen in reclamespotjes. VVD en D66 waren daar tegen, ze vonden dat niet iets waarmee de EU zich moet bezighouden.

Europarlementariërs praten wel vaker over onderwerpen waar ze niet over gaan. Dat zouden ze minder moeten doen, vinden ze zelf.

Hoe kan het functioneren van het parlement worden verbeterd?

,,Het parlement doet te veel. Er is hier een inflatie plaats van rapporten, verklaringen en teksten. We zouden ons moeten concentreren op een paar hele belangrijke onderwerpen. Maar ja, dat vraagt een enorme discipline van die 785 mensen.” Jan Marinus Wiersma, PvdA

,,We moeten minder eigen-initiatief-rapporten maken, minder verklaringen afleggen. Die worden aan de lopende band geproduceerd over werkelijk alles. De invloed is nihil. Wat meer realiteitszin is wenselijk. Zo nu en dan lijken enkele collega’s rechtstreeks uit Lalaland te komen.”

Jeanine Hennis-Plasschaert, VVD

Weinig kiezers zullen weten dat VVD en D66 meestal hetzelfde stemmen in Europa. Of dat de SP ook wel eens ergens voor is. Ze zullen zich laten leiden door wat ze vinden van de nationale leiders van partijen, van Balkenende, Bos en Wilders. Europarlementariërs komen weinig op tv, tot hun frustratie.

„Ik heb zelf drie keer het NOS journaal gehaald. Dat is echt niet eenvoudig”, zegt Jan Marinus Wiersma (PvdA). „Mensen die op mij hebben gestemd kunnen op internet wel vinden wat ik heb gedaan, maar ze moeten daar veel te veel moeite voor doen”, zegt Kartika Liotard (SP).

Is er wat te doen aan die geringe belangstelling voor het Europees Parlement? Voor de democratie is het niet goed dat een parlement zo veel macht heeft, maar zo onbekend is. Daarover zouden voor- en tegenstanders van Europa het eens moeten zijn.

Europarlementariërs zoeken de schuld niet alleen bij de media, maar ook bij zichzelf. Hun debatten zouden wel spannender kunnen, zeggen ze.

„Er wordt vaak gezegd dat media pas geïnteresseerd zijn als iets heel concreet is en als het dichtbij burgers is”, zegt Hendrik Vos uit Gent. „Maar dat is niet het probleem. Het gaat in Europa over broodroosters en over kippeneieren. Zodra je begint te ontbijten, zit Europa er tussen. Maar Europa heeft wat meer drama nodig. Kijk naar de Belgische politiek. Daar is de afgelopen jaren niks besloten. Maar alle crises die we hadden, leverden wel spannende televisie op.”

Kort na de vorige Europese verkiezingen was er even drama in het Europees Parlement. Dat dreigde de Portugees José Manuel Barroso af te wijzen als voorzitter van de Europese Commissie als hij de Italiaan Rocco Buttiglione daarin zou opnemen. Buttiglione had homoseksualiteit een zonde genoemd en gezegd dat vrouwen vooral bedoeld zijn om kinderen te krijgen. Barroso liet hem vallen en werd toch voorzitter. Hij blijft dat waarschijnlijk na de verkiezingen. „Het is jammer dat de socialisten in het Europees Parlement hebben verzuimd met een tegenkandidaat te komen”, zegt Hendrik Vos. „Dat had de verkiezingen spannender kunnen maken. Europa heeft behoefte aan goede hoofdrolspelers.”

Zijn Europarlementariërs dat dan niet? Het systeem werkt, zegt de Amsterdamse politicoloog André Krouwel. „En dat is een wonder. We hebben het hier over het grootste democratische experiment op aarde. Op India na dan, daar is een parlement voor ruim een miljard mensen.” Maar, zegt hij, veel van die specialisten in het Europees Parlement, die dagelijks onderhandelen over details van wetgeving, zijn niet meer niet meer in staat „het grote verhaal over Europa” te vertellen. „Van de 785 zijn er misschien tien die dat kunnen.”

De meeste landen kiezen niet donderdag, maar volgende week zondag. Op de Europapagina van NRC Handelsblad a.s. donderdag: een overzicht van Europese thema’s in andere EU-landen.