Rusland vernietigt chemische wapens

In de Siberische stad Sjtsjoetsje is gisteren een fabriek geopend waar een aanzienlijk deel van Ruslands chemische wapens moet worden vernietigd. Rusland probeert zo te voldoen aan een belofte uit 1993 om al zijn chemische wapens vóór 2012 te hebben vernietigd.

Het complex is voor een deel betaald door de Verenigde Staten; Washington draagt eenderde van het drie miljard dollar kostende project bij. Rusland en de Europese Unie betalen de rest.

In de fabriek zullen vooral gifgassen als Sarin en VX worden vernietigd. Die chemische wapens zijn een erfenis van de Koude Oorlog. Na de val van de Sovjet-Unie bleef naar schatting zo’n 40.000 ton zenuwgas achter. De gassen worden geneutraliseerd, in vaten met beton gestopt en vervolgens in ondergrondse bunkers opgeslagen.

De opening van de fabriek komt op een symbolisch moment. Rusland en de VS hebben na het aantreden van de nieuwe Amerikaanse president Obama een nieuwe impuls gegeven aan hun ontwapeningsprogramma’s – in het kader van de ‘herstart’ van hun betrekkingen. Volgende week wordt voor de tweede keer onderhandeld over een opvolger van het START-verdrag, dat voorziet in een (verdere) reductie van de kernwapenarsenalen door beide landen.

Rusland verplichtte zich in 1993 al tot de vernietiging van zijn chemische wapens, toen het het CWC-verdrag ondertekende. Dat proces zou voor het einde van 2011 voltooid moeten zijn. De nieuwe fabriek moet helpen om die doelstelling te realiseren.

Volgens critici zal Rusland daar, ondanks de nieuwe fabriek, echter niet in slagen. Moskou zelf zegt van wel. Rusland heeft, naar eigen zeggen, al 30 procent van zijn chemische wapens vernietigd – ongeveer de helft van wat de Verenigde Staten totnogtoe met hun eigen chemische wapens hebben gedaan.

De bouw van de fabriek is meerdere malen vertraagd. Leden van het Amerikaanse Congres hebben gesteld dat Rusland zelf moest betalen voor het complex. Het Kremlin heeft dat echter steeds geweigerd. (AP, Reuters)