Pyongyang zet nucleaire kwestie op scherp

Nieuwsanalyse

De kernproef van Noord-Korea bedreigt meer dan de veiligheid van de regio. Obama’s nucleaire plan komt erdoor in de knel.

Noord-Korea heeft deze week niet alleen de spanning in oost-Azië fors opgevoerd, met zijn ondergrondse kernproef gevolgd door de lancering van enkele raketten voor de korte afstand. Het naar binnen gekeerde regime van Kim Jong-il heeft tegelijk een krachtig signaal gegeven aan de rest van wereld: áls de verspreiding van kernwapens zich al aan banden laat leggen, dan zal dat heel moeilijk zijn. En het kan, zoals nu, tot gevaarlijke situaties leiden.

Nog geen twee maanden geleden presenteerde president Obama in Praag zijn visie van een wereld zonder kernwapens. „Dit gaat mensen overal ter wereld aan”, zei de Amerikaanse president toen. Hij herinnerde zijn gehoor eraan dat het gebruik van één zo’n wapen honderdduizenden mensen het leven kan kosten. Het aantal kernwapens moet beperkt worden en het uiteindelijke doel, aldus Obama, moet een volledig kernwapenvrije wereld zijn.

Maar enkele uren voor de president in Praag deze nieuwe nucleaire strategie ontvouwde, had Noord-Korea er al een schaduw over geworpen. De kleine, geïsoleerde kernmacht had ervoor gekozen om precies op díe dag een raket te lanceren die gebruikt kan worden voor het afvuren van een kernkop. Een duidelijk schot voor de boeg.

Obama ging er in zijn rede kort op in. „Noord-Korea moet beseffen dat de weg naar veiligheid en respect nooit loopt via het dreigen met kernwapens.” Maar deze week bleek nog eens dat Noord-Korea zelf daar heel anders tegenaan kijkt.

Ondanks grote diplomatieke druk en sancties, en ondanks de zware prijs die het land daarvoor betaalt, is het de Noord-Koreanen keer op keer gelukt om koppig door te gaan met de ontwikkeling van hun nucleaire arsenaal.

Blijkbaar gelooft het regime dat zijn veiligheid meer gebaat is bij het bezit van kernwapens en/of het dreigen daarmee, dan bij diplomatiek overleg, toenadering en politieke ontspanning.

Dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de kernproef maandag meteen unaniem veroordeelde, heeft in Pyongyang weinig indruk gemaakt. Dat blijkt wel uit de raketlanceringen die erop volgden.

Nu probeert de Veiligheidsraad het eens te worden over nieuwe, extra zware sancties. Maar zelfs de grootste voorstanders van zulke strafmaatregelen beseffen dat het op zijn best onzeker is of Noord-Korea daardoor wél een toontje lager zal gaan zingen.

Voor de Veiligheidsraad, voor Verenigde Staten, en ook voor buurland China, dat nog enige invloed zou hebben op de leiding in Pyongyang, is het pijnlijk om zo openlijk geconfronteerd te worden met de grenzen van hun macht. Pyongyang trekt zich van niets en niemand wat aan en komt daar voorlopig mee weg.

China stelt zich doorgaans minder hard op dan de VS, omdat het wil voorkomen dat het Noord-Koreaanse bewind instort en zo een chaos veroorzaakt op het schiereiland en aan de Chinese grens. Maar China wil eveneens voorkomen dat de angst voor Noord-Korea nu bij andere landen in de regio, en met name Japan, de wens aanwakkert om een eigen kernwapen te ontwikkelen.

Terwijl de regering-Obama de vermindering van kernwapens in de wereld tot prioriteit heeft gemaakt, dreigt zo het gevaar dat er juist steeds meer van die wapens komen, en ook meer landen die zich een kernmacht kunnen noemen. Want alle landen met heimelijke nucleaire ambities kunnen zien hoe Noord-Korea tot nu toe alle internationale druk weet te weerstaan.

Voor de Amerikaanse regering staat er daarom veel meer op het spel dan de veiligheid in Oost-Azië. De VS vrezen dat ook Iran bezig is een kernwapen te ontwikkelen, ook al ontkent Teheran dat. Een nucleair bewapend Iran zou in het Midden-Oosten andere landen kunnen aanzetten kernwapens te ontwikkelen – een soort politieke kettingreactie. En daarbij heeft de toenemende instabiliteit van kernmacht Pakistan in Washington ook nog eens het schrikbeeld opgeroepen dat Pakistaanse kernwapens in handen vallen van de Talibaan of internationale terreurgroepen.

Maar de spanning op het Koreaanse schiereiland, waar de VS en Zuid-Korea hun troepen in hogere staat van paraatheid hebben gebracht, is het meest urgent. De voormalige Amerikaanse veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski wees deze week op het grote verschil tussen Noord-Korea en Iran. Teheran zegt: we willen geen kernwapens, we ontwikkelen ook geen kernwapens en ons geloof verbiedt ons kernwapens te bezitten. Die opstelling biedt de VS een opening voor onderhandelingen.

Dat is een stuk moeilijker bij Noord-Korea, dat zonder omwegen zegt: We willen kernwapens, we werken aan kernwapens, we hébben kernwapens. De hoop dat daar nog iets aan te veranderen valt, via VN-sancties en een gezamenlijk optreden met China, Rusland, Zuid-Korea en Japan, heeft deze week een zware slag gekregen.

Maar wil Obama voorkomen dat zijn nucleaire strategie al binnen een paar maanden wordt ondergraven, dan kan hij zich er moeilijk bij neerleggen dat Noord-Korea zijn nucleaire bewapening doorzet. Het signaal aan de wereld zou zijn dat er niets van terecht komt.

Amerika moest het goede voorbeeld geven: door afschaffing van alle kernwapens te bepleiten en de wapenbeheersingsakkoorden met Rusland nieuw leven in te blazen. Alleen zó zouden de VS andere landen geloofwaardig kunnen aansporen van kernwapens af te zien.

Maar de geloofwaardigheid van de VS en de ‘internationale gemeenschap’ wordt nu op een andere manier bedreigd. Noord-Korea heeft de nucleaire kwestie op scherp gesteld – en Washington noch de Veiligheidsraad heeft er voorlopig een overtuigend antwoord op.

    • Juurd Eijsvoogel