'Politici moeten hun verstand bewaren'

Veel mensen namen geen deel aan het financiële feest dat voorafging aan de crisis, maar komen nu wel in de problemen. Men is boos en zoekt bescherming, constateert WTO-topman Lamy. Leiders moeten niet in protectionisme vervallen maar wijsheid tonen.

Pascal Lamy is directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève – de organisatie die de regels van het internationale handelsverkeer bewaakt. Pascal Lamy, director general of the World Trade Organization (WTO), speaks during a session on day four of the World Economic Forum in Davos, Switzerland, on Saturday, Jan. 31, 2009. This year's meeting, which is titled "Shaping the Post-Crisis World," runs until Feb. 1. Photographer: Adrian Moser/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Het is bizar maar waar, zegt Pascal Lamy halverwege het gesprek, „maar we hebben meer serieuze internationale regelgeving voor de gezondheid van dieren dan voor grensoverschrijdende financiële instellingen. Varkensgriep, vogelgriep, mond en klauwzeer – de dierengezondheidsorganisatie OIE in Parijs zit er bovenop, en vertelt landen wat ze moeten doen. Besmet vlees komt niet ver meer. Maar besmette activa kunnen met één muisklik de wereld over. De financiële wereld is één van de minst gereguleerde op aarde.’’

Lamy is net herkozen voor een tweede termijn als directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève – de organisatie die de regels van het internationale handelsverkeer bewaakt. Globalisering is een van zijn stokpaardjes. Hij pleit al jaren voor een beter internationaal regelsysteem, om te zorgen dat die globalisering niet in excessen uitmondt. „Rechtvaardige globalisering’’, noemt hij dat.

Lamy is geen vrijemarktprofeet. Wel heeft hij liever een wereld van open economieën waarin voor iedereen regels gelden, dan een wereld vol „huizen met de luiken dicht’’. Nu roekeloosheid van financiële instellingen tot diepe recessie heeft geleid, geldt dat voor hem eens te meer.

Zijn met hout gelambriseerde werkkamer heeft uitzicht over het meer van Genève. Langs het water wandelen mensen die niets met de WTO te maken hebben. Het publiek heeft hier recht van ‘overpad’. Lamy, een gedisciplineerd en punctueel man, jogt hier ’s ochtends zelf. Daarna ligt er bij de kantine beneden, vol arbeideristische kunstwerken van voor de Tweede Wereldoorlog toen het gebouw nog van de internationale arbeidsorganisatie (ILO) was, een volkorenbrood voor hem klaar.

Met ‘s mans intellectuele vermogens wordt minder gespot. Lamy, die eens kabinetschef was van toenmalig voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors, en later zelf eurocommissaris van Handel in Brussel, heeft een broertje dood aan intellectuele luiheid. In Brussel had hij vele bijnamen, zoals ‘de raket’ en ‘Dalai-Lamy’. De haast mythisch geworden brille van Delors, zegt men, was deels aan Lamy toe te schrijven. Omdat hij politieke ervaring heeft op landelijk, Europees én internationaal niveau (die niveaus noemt hij „vast, vloeibaar en gas”), publiceert en spreekt hij geregeld over globalisering en het democratische gebrek en het politieke populisme die daar in zijn ogen mede gevolg van zijn.

Daarom maakt de Franse socialist ruim tijd om over de crisis te praten, en de politieke betekenis daarvan. Juist nu. Zoals altijd in crisistijd hebben regeringen de neiging protectionistische maatregelen te nemen. Politici gooien balletjes op over buying locally of vakanties in eigen land. Sommige landen voeren het aantal technische inspecties op importgoederen op – wie zoekt, zal immers vinden. Anderen maken milieueisen strikter of grijpen de Mexicaanse griep aan om import te weren.

„Ik keur dat af en toch vind ik het begrijpelijk,’’ zegt Lamy, in donkerrode mouwloze trui voor een wand vol foto’s en tekeningen. „Als mensen het benauwd krijgen, zoeken ze bescherming. Ze vrezen voor hun baan en inkomen. Ze willen schuilen. Regeringen, politiek afhankelijk van deze angstige kiezers, bieden hen die schuilplaats. Ze gaan de nationale economie beschermen. Die neiging zie je bij elke crisis. Ook nu. Zelfs G20-landen, die in april het protectionisme veroordeelden, bezondigen zich eraan. Tot nog toe gaat het om kleine maatregelen, niets dramatisch vergeleken met het protectionisme tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig. Maar het moet niet escaleren. We houden het scherp in de gaten. Gelukkig is de WTO er om dat te doen. Op het gebied van handel hebben we een redelijk functionerend regelsysteem met een onafhankelijke scheidsrechter.’’

Waarom werkt protectionisme niet?

„Het beschermt niet, maar verergert de crisis. Als jij tarieven voor buitenlandse producten omhoog gooit, doen anderen hetzelfde voor jouw producten. Je probeert import te reduceren, maar je reduceert ook je export. Het is een neergaande spiraal.’’

U bewaakt afspraken die landen op handelsgebied hebben gemaakt. Waarom bestaat zo’n systeem niet op financieel gebied?

„De roep om meer regulering van de financiële sector klinkt al ruim twintig jaar. Maar de Amerikanen en de Britten – de financiële centra New York en Londen – wilden er niet aan. Regulering vonden zij ‘anti-innovatie’. Zo rees tijdens de jaren negentig de vraag om hedgefondsen te reguleren. De Amerikanen zeiden nee. Het zwarte gat in mondiaal bestuur is op financieel vlak enorm. Zo kon de kredietbubbel ontstaan. Toen die barstte, besmette ze de hele wereld. Dat is nieuw. Waar ik ook kom, in noord of zuid, Azië of Afrika: overal voelen mensen de effecten. De meesten hebben er niets mee te maken en zijn boos.’’

Uw antwoord op de crisis is: méér mondiale regulering en dus meer mondiaal bestuur.

„Ja. De crisis werd veroorzaakt door een gebrek daaraan.’’

„Veel burgers denken omgekeerd. U zei zelf: zij zoeken dekking in nationale of lokale instituties, niet in internationale. Wat zegt u tegen hen?

„Ik begrijp dat ze zeggen dat het internationale systeem heeft gefaald. Maar je verergert de problemen als je je terugtrekt uit dat systeem. We moeten het versterken met goede regelgeving. Dat is in ieders belang.’’

Is hetzelfde ook met Europa aan de hand?

,,Ja. De globalisering is technisch, zeg maar. Mensen voelen daar weinig bij. Hun paspoorten zijn nationaal, ze stemmen nationaal, ze betalen hun belastingen nationaal. Dat is hun basis. Daar vallen ze op terug voor bescherming. Maar de natiestaat kan veel moderne problemen niet meer aanpakken. Dingen die lokaal of nationaal geregeld kunnen worden, moet je lokaal of nationaal houden. Maar we moeten erkennen dat landen te klein zijn om cyberterreur of illegale migratie te bestrijden. Als mensen hiertegen nationaal bescherming zoeken, vinden ze die niet meer. Dat is het dilemma van de globalisering. Regeringsleiders beseffen dat. Zij zoeken een antwoord. Daarom zijn er zoveel Europese topbijeenkomsten. De G20 is ook zo’n poging.’’

Wat vindt u van de G20?

„Ze is het juiste antwoord. Ze komt voort uit de G8 die in het westen invloedrijk is, maar niet in Brazilië of India. Nu de G8 is uitgebreid naar twintig, groeit de legitimiteit van deze club. Punt is alleen dat leiders in grote gezelschappen gauw verveeld raken. Zoveel Europese leiders die na elkaar ongeveer hetzelfde zeggen, dat is slaapverwekkend.’’

Moet Europa daar als één delegatie zitten in plaats van, zoals nu, acht?

„Natuurlijk. Europeanen moeten met één mond gaan spreken. Dat doen ze op handelsgebied wel. Ze zijn bij de WTO een olifant, zoals Amerika of China. Een sterk blok, dat respect afdwingt, dingen voor elkaar krijgt. Op financieel gebied moet hetzelfde gebeuren. Zo krijgen Europeanen een grotere stem in hoe de globalisering eruit gaat zien, zo kunnen ze ontwikkelingen sturen.’’

Betekent dat meer macht voor de Europese Commissie?

„Ja. Als sommige landen internationaal mogen meepraten en andere niet, kweek je een Brahmaanse kaste. Dat kan niet. Dus moeten de lidstaten de Commissie machtigen. Die is onafhankelijk en kan voor allen spreken. Zo functioneert het bij handel. Dat loopt als een solide olietanker.’’

Eurosceptici voeren campagne voor de Europese verkiezingen in juni. Is méér macht voor de Commissie haalbaar?

„Nationale politici moeten die beslissing nemen. Dat is een bittere pil: zij verliezen macht. Maar het is de enige oplossing voor het, wat ik noem, legitimiteitsefficiëntie-probleem. Als alle landen in een internationale organisatie zitten, is die organisatie legitiem. Maar doordat elk land evenveel stem heeft, is besluitvorming traag en ondermaats. Veel legitieme organisaties zijn daarom niet efficiënt. Het omgekeerde geldt vaak ook: dat efficiënte organisaties niet legitiem zijn. Denk aan technische, gespecialiseerde VN-organisaties.’’

En de WTO?

„De WTO is legitiemer dan voorheen, nu China lid is. Maar het blijft een club die zo machtig is als de leden het willen.’’

Lamy grijnst en haalt een cartoon van de muur die iemand voor hem getekend heeft. Daarop kijkt Lamy naar een auto waarop ‘WTO’ staat die total loss tegen een boom ligt. Uit Lamy’s mond komt een wolkje met ‘Merde!’ Eronder staat de tekst: ‘Mr Lamy neemt een ledenorganisatie in ogenschouw’.

Handel, zegt hij als de cartoon weer hangt, was het eerste gebied waarop landen na de Tweede Wereldoorlog, in 1947, afspraken maakten die de macht van regeringen inperkte. Een van de redenen dat die oorlog was uitgebroken, was de moordende competitie tussen landen tijdens de Grote Depressie. Lamy wijst vervolgens naar een oude zwart-witfoto van twee heren, die hij prominent op de schoorsteenmantel heeft staan.

„Weet u wie dat zijn?’’

Nee.

„Dat zijn Reed Smoot en Willis Hawley. Amerikanen. Een senator en een Congreslid. Zij stelden de Tariff Act van 1930 op, die importtarieven op meer dan 20.000 producten met minstens 50 procent verhoogde. Eigenlijk zijn zij de stichters van de WTO: wij zouden niet bestaan als zij tweeën die kardinale fout niet hadden gemaakt. Andere landen sloegen terug, economieën stagneerden verder. De boel escaleerde politiek, de rest is geschiedenis. Soms is het goed je te bedenken waaróm we dingen ooit hebben gedaan.’’

U bedoelt: deze wedloop kan weer ontstaan?

„Natuurlijk. Erger dan in de jaren dertig. Japan is voor vijftien procent afhankelijk van buitenlandse handel. Ontwikkelingslanden voor 50, 60 of 70 procent. Daarom willen zij de onderhandelingen, die al jaren gaande zijn, snel afronden. Als verzekeringspolis.’’

Europa en de VS willen niet.

„Terwijl zij erover begonnen. Toen wilden de ontwikkelingslanden niet. De rollen zijn nu omgedraaid. We hebben ook tijd verloren door een change of big shots: Amerikaanse verkiezingen, net weer verkiezingen in India. Ik wil graag dat de ministers voor het eind van het jaar bijeenkomen.’’

De wereldhandel, zegt de OESO in Parijs, is met 13 procent gekrompen.

(gedecideerd) „Tien procent, volgens onze berekeningen. Maar de sociale consequenties van deze crisis moeten nog komen. Sociale vangnetten komen onder druk. Mensen raken gefrustreerd. De pressie op politici om daarop in te spelen, stijgt. Laten we hopen dat ze hun hoofd er ditmaal beter bijhouden.’’

    • Caroline de Gruyter