Nourtin kan het wel, maar hij haakt steeds af

Wie staat er voor de rechter en waarom? Over Nourtin valt weinig positiefs te melden. Hij moet wat van zijn leven maken, vindt de reclasseringswerker. Te beginnen in de cel.

Door Rinskje Koelewijn

Meestal zijn reclasseringswerkers wel bereid een goed woordje te doen bij de rechter voor hun cliënt. Ze zeggen: het gaat juist zo goed met hem/haar, hij/zij is nét op het rechte pad, zo jammer als er nu een celstraf/taakstaf wordt opgelegd.

Meneer Bouwman, reclasseringswerker van het Leger des Heils in Amsterdam loopt tegen de zestig, hij kamt nog even zijn grijze haren terwijl de verdachte, Nourtin, 30 jaar, uit het cellencomplex naar de rechtszaal wordt gebracht.

Twee jaar lang heeft Bouwman Nourtin onder zijn hoede gehad. Nourtin, verslaafd aan alcohol en drugs en zakkenroller, moest van de rechter luisteren naar Bouwman. Luisterde hij niet, dan zouden de drie maanden voorwaardelijke straf worden omgezet in celstraf.

Nourtin luisterde, een beetje. In het begin. Ging naar de Jellinekkliniek om af te kicken. Eén keer, voor de intake. Hij was bereid om te praten met potentiële werkgevers. Praten ja, werken, nou nee. Dus toen Bouwman aan het eind van het ‘reclasseringstraject’ een rapport moest maken over Nourtin, was dat niet al te positief. Nourtin, schreef hij, had zich niet erg ingespannen tijdens de begeleiding, was iets minder verslaafd, maar toch nog flink en bagatelliseerde zijn eigen probleem. Punt.

Dat rapport was gedateerd op 11 februari. Vier dagen voor de termijn van de voorwaardelijke straf afliep. Die had twee jaar geduurd. De officier van justitie las het rapport en besloot dat Nourtin, omdat hij zich niet aan de voorwaarden had gehouden, alsnog drie maanden moest zitten.

Beetje rottig getimed, dat rapport, vond Bouwman zelf ook. Als hij dat rapport een paar dagen later had geschreven, had Nourtin hier nu niet gezeten. Maar, beloofde hij Nourtin en zijn advocate Saaidi, in de rechtszaal zou hij wel een goed woordje voor hem doen.

Het is niet zo dat Nourtin en ik een hekel aan elkaar hebben, zegt Bouwman tegen de rechter. Dat had ook helemaal niemand beweerd. Maar het wordt tijd dat die jongen, zegt Bouwman, eens wat van zijn leven maakt. Advocate Saaidi kijkt verwachtingsvol. Hij kan het allemaal wel, gaat Bouwman verder. Maar hij haakt steeds af. Hij sprak laatst nog zijn ouders. Die hebben hem nu op straat gezet, die zijn het ook zat.

Het goede woordje moet van advocate Saaidi komen. Het gaat nét goed met hem, zegt ze. Dat hij niet naar de Jellinek wil, zegt ze, begrijpt ze. „Een walhalla voor drugsgebruikers, met op elke hoek een dealer.” Dan kan hij beter, zoals hij nu doet, zelf proberen te stoppen. Kijk naar zijn strafblad, zegt ze, dat is de laatste jaren niet langer geworden. Zakkenrollen doet hij bijna niet meer.

Hij zoekt naar werk, de kans is groot dat hij via een werkgelegenheidsproject planten kan verzorgen. En hij is bezig een huis te zoeken. Zelfs vanuit de cel.

Waarom zit u eigenlijk in de cel?, vraagt de rechter. Een oude straf, mompelt Nourtin. Wat de rechter blijkbaar niet weet, is dat hij een straf uitzit, omdat hij zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van een andere voorwaardelijke straf. Hetzelfde liedje als vandaag. De advocate weet het wel, maar houdt wijselijk haar mond.

Bouwman vertelt nog over het ‘pittige gesprek’ dat hij met Nourtin hield. Dat hij dertig is, en nu echt de consequenties van zijn gedrag onder ogen moet zien.

Dat vindt de rechter ook. De uiterste consequentie is, zegt zij, dat Nourtin nu toch drie maanden moet gaan zitten. Nourtin schuift met een ruk zijn stoel naar achteren. Hij zou woensdag vrijkomen, dat wordt woensdag over drie maanden.

Nou, u heeft echt geholpen, zegt Saaidi tegen de reclasseringsman, na afloop van de zitting. Hij wappert met een strafblad. Geen nieuwe feiten?, zegt hij. Hij pakt zijn leesbril. Hier, in 2007, 2008.... Saaidi werpt een losse blik met haar lange wimpers. O, zegt ze, u heeft een nieuw strafblad opgevraagd. Was niet nodig, zegt ze, de officier van justitie gaat af op wat er in het dossier zit, en dat is een oud strafblad. Lekker positief was u, zegt ze. Hij, wrevelig: er is ook niets positiefs. Kom ik met een huis voor hem aan, gaat hij niet eens kijken. Zij: hij zat vast. Hij: hij reageert niet eens. Zij: drie maanden zitten, dát helpt.

    • Rinskje Koelewijn