Nobelprijswinnaar met oog voor wispelturigheid

De deze week overleden Britse econoom Granger kreeg in 2003 de Nobelprijs en legde de basis voor de financiële econometrie.

Clive Granger (1934-2009), econoom De deze week overleden Britse econoom Granger kreeg in 2003 de Nobelprijs en legde de basis voor de financiële econometrie. This is an undated university photo of University of California San Diego economics professor Clive W. J. Granger. He and New York University professor Robert Engle will share the Nobel economics prize for their discoveries which revolutionized the way investors and analysts use economic statistics to improve forecasting and predict the behavior of financial markets. Source: University of California San Diego/ via Bloomberg News. Bloomberg News

Ruim een maand geleden kreeg de decaan van de Rotterdamse Erasmus Universiteit, professor Philip Franses, het bericht dat de Britse econoom en Nobelprijswinnaar Clive Granger geen invulling zou kunnen geven aan de Henri Theil Leerstoel van de universiteit in verband met klachten over zijn gezondheid. Deze week overleed de econoom aan een hersentumor.

In 2003 kreeg Granger met de Amerikaan Robert Engle de Nobelprijs voor het ontwikkelen van dynamische modellen en de toepassing daarvan op de analyse van economische problemen. De toekenning paste in de econometrische traditie van de Nobelprijs, die begon met het toekennen van de eerste prijs voor economie in 1969 aan de Nederlander Jan Tinbergen en de Noor Ragnar Frisch.

Nederland staat internationaal hoog aangeschreven op het terrein van modellenbouw en econometrie. Dat was voor Granger de reden om na het toekennen van de Nobelprijs – uit vele aanbiedingen – in 2006 de Henri Theil Leerstoel te kiezen. De Nederlander Theil (1924-2000) was een van de pioniers van de econometrie.

De huidige economische recessie ‘past’ in de modellen van Granger. Tot halverwege de jaren tachtig, toen Engle en Granger hun ideeën publiceerden, hanteerden economen simpele ideeën over tijdreeksen. De modellen hielden geen rekening met het feit dat de economie zich wispelturig kan gedragen. Engle en Granger toonden aan dat een onverwachte gebeurtenis de loop van de economische cyclus blijvend beïnvloedt.

Granger werd geboren in 1934 in Wales en studeerde wiskunde en economie. In 1959 promoveerde hij op een statistisch onderwerp. Daarna vertrok hij, op uitnodiging van de beroemde econoom Oskar Morgenstern, naar de universiteit van Princeton. In 1964 publiceerde hij over de resultaten van het econometrisch onderzoek aan Princeton en werd hoogleraar aan de Universiteit van Nottingham. Hier bleef hij in totaal 22 jaar werken.

Granger kreeg de Nobelprijs prijs voor het fenomeen co-integratie. Hij ontdekte relaties tussen onregelmatig gepubliceerde gegevens en het onderliggende vaste patroon. Die verhouding noemde hij co-integratie waarmee hij relaties kon aantonen tussen bijvoorbeeld rijkdom en consumptie of inflatie en wisselkoersen. Hij legde de basis voor de financiële econometrie. Prijzen van opties volgen de koersschommelingen van de onderliggende waarden. Granger heeft bijgedragen aan modellen die deze relatie kwantificeren. Bij financiële instellingen wordt zijn theorie veel toegepast in de risicoanalyse van portefeuilles.