'Nederland is geen enorm kopersland'

De Nederlandse vestiging van veilinghuis Sotheby’s gaat drastisch saneren. „Een goede beslissing”, zegt directeur Mark Grol. „We willen onze topklanten beter bedienen.”

Mark Grol, directeur van Sotheby’s Nederland (Foto Dennis Fabritius) Fabritius, Dennis

Een kalender met mogelijk nog slechts twee veilingen per jaar. En afscheid nemen van vijftig collega’s en wellicht ook van het grote eigen pand aan de Boelelaan in Amsterdam. Mark Grol, directeur van Sotheby’s Nederland, noemt de sanering die komende zomer bij het Amsterdamse veilinghuis zal worden doorgevoerd „een goede beslissing”. „Maar leuk is anders”, voegt hij daar meteen aan toe.

Waarom is dit nodig?

„Door de crisis is sprake van een enorme kentering op de kunstmarkt. De veilingomzetten liggen op dit moment op ongeveer eenderde van die van twee jaar geleden. Begin januari heeft Sotheby’s een reorganisatie aangekondigd die voortvloeit uit onze twee jaar geleden gewijzigde internationale strategie. Het bedrijf gaat zich focussen op het hogere segment van de markt, op het verkopen van goederen met een waarde vanaf 4.000 euro. Waarom? Op de kunstmarkt regeert het Pareto-principe, de wetmatigheid van de onevenredige verhoudingen: 10 procent van de klanten zorgt voor 90 procent van de omzet. Door ons te richten op kwaliteit in plaats van kwantiteit kunnen we onze topklanten beter bedienen.”

Waarom wordt de Amsterdamse vestiging zo hard getroffen?

„Nederland is geen enorm kopersland en zeker niet groot genoeg voor de enorme volumes die we in Amsterdam moesten maken. Sotheby’s Nederland is weleens een ‘hungry monster’ genoemd dat voortdurend gevoed moest worden. Om met zo’n grote organisatie het break-evenpoint te halen moest 30 tot 40 miljoen omzet worden gehaald. Het is natuurlijk leuk om horloges en juwelen in Amsterdam te veilen. Maar die sieraden werden vaak ingebracht vanuit het buitenland en de kopers zaten vooral in Hongkong en het Midden Oosten. We waren in Amsterdam een soort handelskantoor. Met de service die wij bieden is dat enorm kostbaar.”

En daarom veilt u binnenkort alleen nog schilderijen?

„Waar zit de toekomst, die vraag hebben we onszelf gesteld. Meubels, decoratieve kunsten, zilver, juwelen, dat zullen we in Amsterdam niet meer veilen. We hebben besloten vooral daar te gaan veilen waar onze kopers zitten. Soms krijg ik te horen: ‘Wat jammer dat jullie geen oude kussenkasten meer veilen.’ Maar koop ze dan, zou ik dan haast willen zeggen. Kussenkasten die vroeger 20.000 gulden deden, brengen nu op veilingen hooguit nog maar een paar duizend euro op. Ja, de smaakverandering speelt ons ook parten. De ouderwetse verzamelaar met een huis vol porselein of zilver, die verdwijnt. Het is nu vaak meer interior decorating: een enkele antieke kast en een paar stukken zilver.”

Is de sanering bij Sotheby’s Nederland niet een tussenstap naar volledige sluiting?

„Dat is niet mijn intentie en ook niet die van onze directie in Londen. Nederland heeft altijd een belangrijke rol gespeeld voor Noord Europa en ook wordt hier veel kunst ingebracht. Wat nu bij ons in Amsterdam gebeurt is eerder in Zürich voorgevallen. Daar had Sotheby’s aanvankelijk ook een veilinghuis met vijftig medewerkers. Nu hebben we in Zürich een veel kleiner pand, houden we daar jaarlijks twee veilingen met Zwitserse kunst en zijn de collega’s daar vooral bezig om kunst te exporteren naar de vestigingen in Milaan, Parijs en Londen.”

Blijft u directeur in Amsterdam?

„Voorlopig wel. Ik heb me verbonden aan deze verandering en ik wil ervoor zorgen dat Sotheby’s ook met twee veilingen per jaar zichtbaar blijft in Nederland.”

U neemt niet alleen afscheid van veel collega’s maar ook van een groot deel van uw klantenkring.

„We kunnen niet iedereen meer bedienen, dat is waar. Maar als een benzinepomp of een bakker sluit moeten de klanten ook op zoek naar een ander adres. We hebben lijsten aangelegd van handelaren en veilinghuizen waar we klanten in voorkomende gevallen naar kunnen verwijzen.”

    • Arjen Ribbens