Meerkoetenleed

In de Westersingel, ter hoogte van de Kortenaerstraat, heeft een meerkoetenpaar hun nest rotsvast aan een fontein verankerd. Een prachtplek. Maar nu de fontein spuit, klettert het water met grote kracht op het takkenbouwsel neer. Zelfs nu er nog geen eieren zijn weten de stakkers niet van wijken. Terwijl de ene koet op het nest het water trotseert, brengt de andere weggespoeld nestmateriaal terug. De broedpoging is tot mislukken gedoemd. Moeliker, Kees

Het gaat goed met stadsmeerkoeten. Bijna elke Rotterdamse singel telt meerdere nesten, gemaakt van takken en drijfvuil. De onderlinge, kritische afstand is een meter of veertig. Het aantal nesten lijkt gereguleerd te worden door de aanwezigheid van een rietpol, een vlondertje, het wrak van een supermarktkarretje of iets anders dat het nest houvast biedt. In de Westersingel, ter hoogte van de Kortenaerstraat, heeft een meerkoetenpaar hun nest rotsvast aan een fontein verankerd. Een prachtplek. Maar nu de fontein spuit, klettert het water met grote kracht op het takkenbouwsel neer. Zelfs nu er nog geen eieren zijn weten de stakkers niet van wijken. Terwijl de ene koet op het nest het water trotseert, brengt de andere weggespoeld nestmateriaal terug. De broedpoging is tot mislukken gedoemd.

Omwonenden die het meerkoetenleed niet kunnen aanzien, hebben Gemeentewerken tevergeefs gevraagd de fontein te stoppen. Met een broedduur van ruim drie weken en nog eens vier dagen waarin de jongen op het nest blijven, is een maand genoeg. Kom op, zet uit die fontein!

    • Kees Moeliker