Kleine beleggers zien GM het liefst omvallen

Dit weekend wordt het lot bepaald van General Motors: failliet of niet? Een kleine groep Amerikaanse schuldeisers is uit op een bankroet. „Het is zaken doen. En dat kan vuil zijn.”

advocaten die met steekwagens documenten over General Motors de New Yorkse faillissementsrechtbank binnendragen. NEW YORK - MAY 27: Lawyers with boxes of documents invoved with General Motors bankruptcy proceedings line-up outside the United States Bankruptcy Court for the Southern District of New York on May 27, 2009 in New York City. General Motors moved closer to bankruptcy following a rejection by bond holders of a debt exchange offer. In morning trading news of the failed bond exchange offer sent its shares down 12 cents, or 8.3 percent, to $1.32. Spencer Platt/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

In de hal van het fonkelnieuwe stadhuis annex bibliotheek van Warren vragen twee dames aan bezoekers waarover ze prakkiseren. Prayer Station, bidplek, staat in wit-op-rode letters boven het kraampje en het komt erop neer dat Linda Westfall en Olga Smoot hier de zorgen van de inwoners van de autostad vlakbij Detroit inventariseren. Die worden doorgegeven aan veertig andere gelovigen die dan aan het bidden slaan.

Linda Westfall laat het overzicht zien. „Dennis: job”, staat er. Dennis heeft gevraagd of er voor zijn baan gebeden kan worden. Nadera: job. John: job. Levi: voor iedereen die bij de overheid werkt. Matt: autoproblemen. De bibliothecaris heeft ook een verzoek ingediend: „Bid voor de mensen die sollicitatiebrieven sturen, sommigen zijn echt analfabeet.”

De laatste dagen komen er plots bovengemiddeld veel verzoeken binnen van inwoners die obligaties in Warrens voornaamste werkgever General Motors bezitten. „Deze mensen tobben nu over de duizenden dollars die ze bij wijze van pensioengeld in GM hebben gestoken”, zegt Westfall. „Wij vragen god daarom nu om over deze schuldeisers te waken.”

Tienduizenden zoals zij, van individuen in geestelijke nood tot pensioenfondsen en financiële instellingen, komen dezer dagen in het geweer tegen een mogelijk verdampen van hun investeringen. Zij lijken de macht te hebben General Motors nog voor het weekend voorbij is te dwingen een faillissement aan te vragen – en dat is, ironisch genoeg, dan ook precies het doel. Want als ze zouden instemmen met de overheidsplannen, dan raken de obligatiehouders nog meer geld kwijt.

De Amerikaanse overheid houdt het noodlijdende General Motors, eens het grootste bedrijf ter wereld, al maandenlang overeind. Inmiddels is voor bijna 20 miljard aan noodleningen verstrekt. Tegenvoorwaarde is wel dat GM vóór maandag moet laten zien zonder overheidsgeld en in afgeslankte vorm te kunnen overleven. Anders dreigt de gang naar de faillissementsrechtbank.

Om dat te voorkomen moet een reeks ingrijpende maatregelen worden doorgevoerd. De helft van de automerken (waaronder Hummer en Pontiac) verdwijnt, een kwart van de fabrieken sluit en een derde van het personeel komt op straat te staan. Buitenlandse dochterondernemingen, zoals het Duitse Opel, moeten afgestoten of gesloten worden. En de schuldenlast van het bedrijf moet fors teruggedrongen worden.

Het merendeel van die schulden zit bij de obligatiehouders. Die hebben het autobedrijf 27.200.760.650 dollar geleend, bijna 20 miljard euro, meer dan wie ook. Tweederde daarvan is in handen van institutionele beleggers, de rest zit bij kleine investeerders zoals John Milne. Sommigen van hen hebben hebben zich verenigd in organisaties als The 60 Plus Association of Main Street Bondholders, om het contrast met Wall Street aan te geven.

De gepensioneerde ondernemer Milne leest dat lange bedrag nog eens voor van het vuistdikke exchange offer dat hij thuisgestuurd kreeg, en snuift dan als hij vertelt wat de schuldeisers ervoor terug zouden krijgen: een belang van 10 procent in het nieuwe bedrijf. „Ik zie geen enkele reden om daarmee in te stemmen.” En velen met hem. Als schuldeisers zoals Milne daarbij blijven wordt GM de grootste industriële bankroetafhandeling van de VS ooit.

Het is niet dat Milne (54) en zijn vrouw, de 67-jarige voormalige verpleegster Wendy, General Motors alleen maar als investering zien. Begrijp ze niet verkeerd, ze zijn dól op General Motors. Zijn eerste auto was er een van GM – hij reed er heel het land mee door. Familieleden werkten er. De stad waar ze wonen, Saginaw, 165 kilometer ten noorden van Detroit, had ooit 35.000 autobanen. „En onze GM-memorabilia uit de tijd dat het nog goed ging met het bedrijf staan naast het huis”, zegt Wendy. Ze wijst op zijn bruingrijze glimmende pick-uptruck en haar blauwe minivan. Ze bedoelen maar: als dat geen toewijding is.

Dus toen een financieel adviseur het echtpaar op het hart drukte dat „je alleen maar moet investeren in wat je kent”, was de keuze snel gemaakt. De 15.000 dollar die bedoeld was als studietoelage voor hun enige kleinzoon, nu acht jaar, ging naar GM-obligaties. Het moest 23.500 dollar waard worden.

Maar die winst lijkt verdampt. Stemt hij in met de ingrepen zoals GM en de overheid die voorstellen, dan krijgt John voor elke geïnvesteerde dollar maar 9 cent terug. Daarom hoopt hij op een niet door de overheid gecontroleerd en gefabriceerd faillissement. In dat geval zijn niet overheid en autobedrijf, maar wetboek en rechter maatgevend. En dan hebben de overheid, de vakbond en de obligatiehouders als schuldeisers gelijke rechten – en zien de schuldeisers meer terug van hun investering.

Want buiten de financiële overwegingen speelt een emotionele afweging een rol bij het nee zeggen van de obligatiehouders: ze voelen zich tekort gedaan. Neem de overheid. Die stak 20 miljard in GM en krijgt een belang van 55 of 72,5 procent. Neem het ziekenfonds van de vakbond UAW. Dat krijgt 17,5 procent. Onevenredig veel allemaal, ten opzichte van wat de schuldeisers is beloofd. Om de schuldenlast inderdaad terug te dringen, moest 90 procent van de schuldeisers akkoord gaan met het voorstel. Afgelopen dinsdag bleek dat aantal volgens GM zelf „aanzienlijk minder dan vereist”.

Daarna bleek er alsnog ruimte voor onderhandelingen en het mogelijke aandeel in het bedrijf werd opgehoogd tot 25 procent, mits een ‘nieuw’ General Motors goed presteert en aan waarde wint. Een groep van obligatiehouders, samen goed voor 20 procent van de schuld, stemde met de wijziging in. De overigen hebben een nieuwe deadline gekregen: nu moeten ze voor zaterdagavond beslissen. Milne is opnieuw afwijzend.

GM-topman Fritz Henderson zegt dat een faillissementsaanvraag zonder steun van de kleine investeerders „waarschijnlijk” is en ook de overheid voert al weken de druk op. Het meest welluidende voorbeeld: toen een maand geleden de kleinere concurrent Chrysler faillissement moest aanvragen noemde president Barack Obama de schuldeisers op tv „dwarsliggers” en „speculanten”.

John Milne maakt zich kwaad. „Ze zijn op zoek naar een zondebok, schilderen ons af als de slechterik.” Maar dat is onterecht, vindt hij. „Wij zijn er al het langst bij. Voordat de vakbond geld gaf, voordat de overheid miljarden naar het bedrijf smeet, leenden wij ons spaargeld al uit. En bovendien: ze zeggen dat wij als mens niet deugen. Maar wij zeggen alleen nee tegen een plan dat niet werkt.”

Als GM failliet gaat, zal Milne dat op straat merken. Nu nog werken 9.000 mensen, letterlijk op loopafstand, in de auto-industrie in Saginaw. Milne schat dat na een faillissement de helft van die banen verdwijnt. Ook al kan hij eraan bijdragen dat dit voorkomen wordt, hij weigert ervan wakker te liggen. Hij is wel „mad as heck”, heel boos, maar dan vooral op de overheid. Dat ze het zover heeft laten komen. Wat betreft zijn investering en beslissingsmacht verkiest de technische benadering boven een emotionele.

„Wij hebben maar één doel, en dat is niet zonodig een Amerikaans icoon redden. Wij willen zoveel mogelijk van onze investeringen terugkrijgen. Dit is zaken doen. En dat kan vuil zijn.”

Ondanks Johns afstandelijke houding heeft de keuze „flinke emotionele impact” voor zijn echtgenote Wendy: „Ik ben net met pensioen, ik ben angstig en onzeker, ik heb zorgen over de toekomst.” Dat wil zeggen: „Over míjn financiële toekomst.”

Nieuws en reportages over de autosector in Europa en VS: nrc.nl/economie