In haar maag zat nog melk

Soms gaat Dr. Zeepaard naar een museum. Dan vraagt hij: Wat is het bijzonderste voorwerp hier? In Haarlem, in het Teylers Museum, is dat: een fossiele babymammoet.

De kop van het fossiele babymammoetje Lyuba, in Haarlem. Foto Willem Sluyterman van Loo Haarlem, 26 mei 2009. Replica van een babymammoet in het Teylers-museum. De staart is van het origineel gesnoept toen het goed geconserveerde dier uit de permafrost werd gehaald door wetenschappers. Foto: Willem Sluyterman van Loo Sluyterman van Loo, Willem

Het Teylers Museum in Haarlem is zelf al een museumstuk. Met versierde plafonds, mozaïekvloeren met krullerige roosters en met houten vitrines vol fossielen.

Maar vandaag gaan we naar de nieuwe vleugel van het gebouw. Daar heeft Bert Sliggers een tentoonstelling ingericht over de ark van Noach en de leer van Darwin. En daar hangt achter glas het voorwerp dat hij nu het speciaalst vindt.

Uit de verte lijkt het een huppelend olifantje. Maar als je dichterbij komt, zie je een paar dingen die we van olifanten niet kennen. Plukjes haar op de poten en onderaan de buik. Kleine oren...

“Lyuba is een babymammoet”, zegt Bert Sliggers. “Ongeveer 38.000 jaar geleden hobbelde zij achter haar moeder aan door de vlaktes van wat we nu Siberië noemen. Nu is ze een fossiel: met huid en haar er nog aan.”

Bij fossielen denk je al snel aan versteende botten. Die liggen er ook op de tentoonstelling. Ze ontstaan soms wanneer dieren onder een laag zand zijn bedolven. Daarin vergaan hun huid en hun zachte delen, terwijl hun botten verstenen.

Maar Lyuba is bewaard gebleven in het ijs. Helemaal diepgevroren. Tot ze in 2007 door Russische onderzoekers met sleeën en sledehonden werd teruggevonden.

“Er zijn meer babymammoetjes ontdekt”, zegt Bert Sliggers, “maar die waren mager. Je kon zien dat ze van de honger waren omgekomen. Lyuba niet. De vetbult achter haar kop zit er nog – dat is een noodrantsoen dat mammoetjes bij hun geboorte meekregen. En in haar maag zat nog melk.”

“Maar ook veel modder. En dat is het treurige stuk van het verhaal. Lyuba was een heel gezond dier dat is verdronken.”

Je zou het niet zeggen als je haar zo met haar vrolijk gekrulde slurfje ziet. Alleen haar staart is weg. Die hebben de sledehonden opgegeten toen de onderzoekers even niet opletten. De echte Lyuba is trouwens nog in Rusland. In Teylers hangt een levensecht afgietsel. Het past goed in de prachtige tentoonstelling. Want toen onderzoekers steeds meer fossielen vonden, begrepen zij dat de aarde niet in zes dagen gemaakt kon zijn, zoals in de Bijbel staat. En dat niet alle oeroude dieren zijn gered, zoals in het verhaal van Noach. En toen kon daarna Darwin uitleggen hoe het wel is gegaan.

Als je deze krantenpagina laat zien in Teylers Museum, mag er één vriend(in) (tot 12 jaar) gratis mee naar Noachs ark. Op weg naar Darwin.