Het woord glimlachen wordt met de glimlachspieren begrepen

Wie glimlacht heeft een positiever oordeel over cartoons (AFP) A man reads the latest edition of Asterix "Gallien in Gefahr" (reading "Gaul in Danger", French title: "Le ciel lui tombe sur la tete", English title "The Sky Falls on his Head") on 14 October 2005 at a book shop in Berlin. The comic book went on sale in 27 countries and ten languages. AFP PHOTO DDP/MARCUS BRANDT GERMANY OUT AFP

De spieren die het gezicht doen glimlachen, spelen ook een belangrijke rol bij het interpreteren van het woord ‘glimlachen’. Dit schrijven Francesco Foroni (Vrije Universiteit) en Gün Semin (Universiteit van Utrecht) in een artikel dat binnenkort in Psychological Science zal worden gepubliceerd.

Wanneer je iemand ziet glimlachen, ben je geneigd om die glimlach een beetje over te nemen. Je activeert onbewust de betreffende spieren in je eigen gezicht. Dat is al langer bekend. En ook dat die spierbewegingen van invloed zijn op de emotie: glimlachende proefpersonen hebben een positiever oordeel over cartoons dan proefpersonen met een neutrale gezichtsuitdrukking.

Op woorden als ‘glimlachen’, ‘lachen’, ‘fronsen’ en ‘huilen’ vertonen mensen dezelfde lichamelijke reactie. Foroni en Semin lieten hun proefpersonen allerlei woorden zien en maten de activatie van de gezichtsspieren met behulp van elektroden. Het woord ‘glimlachen’ blijkt de glimlachspieren een beetje te activeren. ‘Fronsen’ activeert de fronsspieren. Abstracte emotionele woorden zoals ‘grappig’ en ‘irritant’ hadden ook zo’n effect, maar veel zwakker.

De vraag is vervolgens: is de reactie van de gezichtsspieren een neveneffect van het interpreteren van het woord of maakt het deel uit van het interpretatie-proces? Dat het laatste het geval is, bleek uit een tweede experiment.

Daarin kregen de proefpersonen weer woorden te zien, maar nu subliminaal: elk woord werd 30 milliseconden getoond, zodat de proefpersoon zich er niet van bewust was dat hij het woord zag, maar zijn hersenen het woord toch – onbewust – verwerkten. Daarna kregen ze een cartoon te zien. Het subliminaal tonen van het woord ‘glimlachen’ bleek het oordeel over de cartoon positief te beïnvloeden.

Bij een deel van de proefpersonen werd de mogelijkheid om de spieren te bewegen geblokkeerd, bijvoorbeeld doordat de proefpersoon opdracht had gekregen om een pen in zijn mond te houden. Bij deze proefpersonen was er geen significante relatie tussen het getoonde woord en het oordeel over de cartoon. Als de spierbeweging wegvalt, valt die invloed op het oordeel dus ook weg.

Het experiment werd ook gedaan met woorden als ‘grappig’ en irritant’. Hier werd geen effect op het oordeel over de cartoon gevonden.

Volgens de onderzoekers wijst dit alles erop dat sommige woorden spieren activeren en dat die spierbeweging vervolgens weer van invloed is op de interpretatie en daarmee de betekenis (semantiek) van het woord. Berthold van Maris

    • Berthold van Maris