'Hé man, je moet altijd relaxed blijven'

Sprinter Churandy Martina (24) kent naar eigen zeggen nooit problemen. Zijn diskwalificatie op de 200 meter in ‘Peking’ heeft dus geen litteken achtergelaten.

Churandy Martina: "Ik heb bewezen dat je ook ver kunt komen door voor de Nederlandse Antillen te kiezen." Op de achtergrond Patrick van Luijk. (Foto Bas Czerwinski) 28-05-2009, Rotterdam. Churandy Martina. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Met die kenmerkende Antilliaanse dictie maakt Churandy Martina in een paar woorden duidelijk hoe hij in het leven staat. „Hé man, je moet altijd relaxed blijven. Nooit moeilijk doen. Als je positief bent, komt alles vanzelf goed.” Waarna hij zijn gezicht in een prachtige, veel betekende glimlach plooit.

Klagen doet de sprinter nooit, zelfs niet als hij daar alle reden voor heeft, zoals vorig jaar bij de Olympische Spelen in Peking. Martina treurde even over het verlies van zijn zilveren medaille op de 200 meter, maar zag daags na zijn diskwalificatie monter de toekomst tegemoet. Temidden van zijn ontgoochelde begeleiders en ondanks een wenend Curaçao op afstand verscheen weer die glimlach, alsof de onfortuinlijke atleet zeggen wilde: ‘Hé man, je moet altijd relaxed blijven.’

Waarom zou hij somberen als heel de wereld heeft kunnen zien hoe goed Churandy Martina kan sprinten? Het was toch duidelijk dat er achter de machtige Usain Bolt maar één man recht had op de zilveren medaille? Juist, Churandy Martina, trots kind van Curaçao. En dat hij in de bocht ietsepietsie over de lijn was gestapt, waardoor zijn naam uit de uitslag werd geschrapt, het zij zo. Wat kan hij er nu nog aan doen? Nieuwe toernooien lonken. Martina zal ooit de medailles winnen die hem toekomen, daar is hij van overtuigd.

Bijna een jaar later, aan de rand van een Rotterdamse atletiekbaan, beantwoordt Martina keurig alle vragen over het olympische incident, maar van hem hoeft het eigenlijk niet. Omdat het geschiedenis is. „Het is voorbij. Ik ga gewoon door. Ik sta er niet meer bij stil.” Van Martina had het Antilliaans Olympisch Comité er ook geen zaak van hoeven maken bij het internationaal sporttribunaal CAS. Maar hij heeft de arbitragezaak evenmin tegengehouden. Gedecideerd: „Als ik antwoord op een aantal vragen had kunnen krijgen, waarom niet?”

Maar Churandy kreeg van het CAS geen genoegdoening, noch de antwoorden waarop hij had gehoopt. „Ik had graag willen horen waarom ik niet gelijktijdig met de Amerikaan Wallace Spearmon ben gediskwalificeerd. Bij hem werd onmiddellijk het overschrijden van de lijn vastgesteld, bij mij pas na veelvuldig bekijken van televisiebeelden. De macht van de Amerikanen, die pas na het zien van de Spearmons-videobeelden tegen mij een protest indienden? Misschien. Misschien ook niet. Maar ik kon er niets tegen doen.”

Een week na de Spelen kwam Martina alsnog in het bezit van de zilveren medaille. De Amerikaan Shawn Crawford, die door de diskwalificatie van zowel Spearmon als Martina van de vierde naar de tweede plaats was opgeschoven, vond dat hij geen recht had op de plak en schonk hem bij het Atletiekgala in Zürich aan Martina. Die weigerde, maar nam de medaille uiteindelijk toch mee, omdat Crawford onwrikbaar bleef. ‘Iemand die tien meter voor mij finisht, heeft recht op die medaille, zelfs als hij iets over de lijn is gestapt’, was de Amerikaanse sprinter stellig in zijn afwijzing. „Een groots, sportief gebaar, dat ervan getuigt dat Crawford een groot sportman is”, zegt Martina, die de medaille thuis in een kluis heeft liggen en maandag bij de Fanny Blankers-Koen Games Crawford weer als tegenstander treft.

Op een druilerige middag in Rotterdam voelt ‘Peking’ als een voorgoed verlaten vogelnest. Van een stormachtige nacht resteert een gure wind, die Martina niet weerhoudt plichtsgetrouw zijn trainingsschema af te werken. Hij heeft gezelschap van Nederlands sprintkampioen Patrick van Luijk, die de kans op een ‘masterclass’ niet liet lopen. Tot genoegen van zijn trainer Errol Esajas, die op een afstand toekijkt hoe consciëntieus het tweetal werkt. „Snap je die anderen nou”, moppert Esajas, terwijl hij op de overige trainende atleten wijst. „Kunnen die jongens met een groot sprinter trainen, doen ze dat niet. Onbegrijpelijk.” Voor Esajas is het duidelijk waarom Martina zo uitzonderlijk goed is. Met merkbaar respect: „Ontspanning; zoals hij loopt, dat is totale ontspanning. Gevoegd bij zijn souplesse, zijn trainingsijver en zijn zelfdiscipline maakt dat hem tot de topsprinter die hij nu is.”

En dat is best bijzonder voor een jongen van Curaçao, het eiland waar talent en plichtsbetrachting niet altijd samengaan. Martina is er trots op dat hij zonder Nederlandse steun de top heeft bereikt. Hij had wel naar Nederland gekund, maar de sprinter bleef doof voor verzoeken van de Atletiekunie. „Als ik voor een ander land wilde uitkomen, had ik volgens de reglementen ter overbrugging een jaar niet in wedstrijden mogen uitkomen. Dat had ik er niet voor over. Ik houd van mijn sport en wil gewoon lopen. Daarnaast zag ik het niet zitten om in Nederland te studeren. Daar zou ik alles zelf moeten betalen. Ik heb bewust gekozen voor een scholarship in Amerika. Eigenlijk is Nederland nooit een optie geweest. En ik heb bewezen dat je ook ver kunt komen door voor de Nederlandse Antillen te kiezen.”

Wat heet, want na zijn vijfde plaats op zowel de 100 als 200 meter bij de wereldkampioenschappen van 2007 in Osaka, werd Martina een jaar later bij de Olympische Spelen vierde op de 100 meter en (officieus) tweede op de 200 meter. Zijn naam was gevestigd, ook al bleef hij in de schaduw van de Jamaicaanse ster Bolt, die beide afstanden won in een nieuw wereldrecord. Sindsdien is Curaçao te klein voor Martina. Als hij zijn neus buiten het ouderlijk huis in de buitenwijk Santa Rosa van Willemstad steekt, wordt hij belaagd door fans. Glimlachend: „Als ik naar een restaurant ga, komt het voor dat ik aan eten niet toekom. Iedereen wil een handtekening of met me op de foto. Soms, als ik een afspraak heb, zeg ik ‘een andere keer, anders kom ik te laat.’ Sommige mensen begrijpen dat niet en worden dan boos. Dat is wel eens vervelend. Maar verder gaat het wel, hoor.” Gelukkig voor Martina heeft hij meer rust in El Paso, waar hij woont, traint en studeert aan de Universiteit van Texas.

Maar zijn band met Curaçao blijft altijd innig. En dan maakt de status binnen het Koninkrijk der Nederlanden hem niet uit. Martina heeft laatst bij het referendum – over de mate van zelfstandigheid – niet gestemd. „Omdat ik in Puerto Rico verbleef”, voert hij als excuus aan. Bovendien wil hij voorkomen een speelbal van de politiek te worden. „Eerlijk gezegd heb ik me niet in het referendum verdiept. En met mijn ouders heb ik er nooit over gesproken. Ik zou niet weten of ze voor of tegen meer autonomie hebben gestemd.”

Op Curaçao werd Martina’s talent al vroeg ontdekt. Bij de jaarlijkse vijfkamp voor basisschoolleerlingen viel hij op door zijn snelheid en werd hem geadviseerd lid te worden van de atletiekvereniging. Martina zwichtte pas voor een tweede verzoek van de club Trupial, omdat hij aanvankelijk geen afstand wilde nemen van het volleybal, een sport waarin hij op Curaçao ook uitblonk. Onder de hoede van Wendell Prince – de atletiekcoach onder wie ieder Antilliaans sprinttalent heeft getraind – ontwikkelde Martina zich stormachtig, waarna hij drie jaar geleden naar de Verenigde Staten ging. De rest is geschiedenis.

Martina’s keus voor de 100 en 200 meter lag aanvankelijk niet voor de hand, omdat hij ook goed uit de voeten kon op de 110 meter horden en de 400 meter. Zijn fascinatie voor pure snelheid gaf uiteindelijk de doorslag. Beide afstanden zijn hem even lief, al lijkt hij geschikter voor de 200 meter. „Omdat mijn start beter kan”, weet Martina maar al te goed. „Mijn kracht op de 100 meter ligt op het laatste deel. Maar ik werk er hard aan om beter uit de blokken te komen. Ja, er is een groot verschil tussen beide afstanden. Op ‘de 100’ moet je vooral technisch goed lopen en op ‘de 200’ is het meer een kwestie van pure snelheid. Velen noemen mij een 200-meter-specialist. Ik begrijp dat wel. Maar ik houd van beide nummers; ik heb geen voorkeur.”

Intussen is Martina een grote meneer in de atletiek. Hij heeft een lucratief contract met de Amerikaanse sportartikelenfirma Nike afgesloten. Hoe goed? „Heel goed”, zegt hij met de intentie niet mededeelzamer te worden. „Ik weet niet of ik een grootverdiener ben. Dan zou ik de overeenkomsten van andere atleten bij Nike moeten kennen. En dat is niet het geval. Ik ben zeer tevreden met mijn contract, vooral omdat Nike ook mijn studie betaalt. Ja, verder heb ik nog een aantal sponsoren, vooral op Curaçao.”

Martina verblijft ter voorbereiding op de FBK Games – Tweede Pinksterdag in Hengelo – in Rotterdam, de stad die in de zomermaanden ook zijn uitvalsbasis is voor de wedstrijden in het Europese circuit. Hij zal niet overal starten, omdat Martina in juni contractueel verplicht is een Nike-wedstrijd in het Amerikaanse Eugene te lopen. Hij wil het heen en weer reizen tussen de Verenigde Staten en Europa beperkt houden.

In de grote wedstrijden wacht ook weer de confrontatie met Bolt. Martina ziet er naar uit. Want hij acht de Jamaicaan niet onverslaanbaar. Gewoon, omdat Bolt ook een mens is. En omdat Martina vindt dat hij nog niet aan zijn top zit. Die verwacht de sprinter rond zijn 28ste. „Ik train hard en maak nog steeds progressie. Waarom zou ik dan niet kunnen winnen van Bolt. Ik zeg niet dat het lukt, maar niets is onmogelijk. Ik ben positief ingesteld en geloof in mezelf.”

Natuurlijk, Martina kent de veronderstelling dat veel sprinters en dope gebruiken. Hij haalt er zijn schouders over op. De sprinter zegt zelf clean te zijn. „Man, ik ben bang voor alle middelen, zelfs vitaminen. Ik lees de bijsluiter altijd heel nauwkeurig en als ik een middel niet vertrouw, laat ik het onderzoeken. Het liefst gebruik ik helemaal niets, maar dat kan ook niet. Om met de grote jongens mee te kunnen, moet ik van mijn trainers herstelmiddelen als voedingssupplementen, vitaminen, zink en magnesium gebruiken. Ik doe het, maar met de grootst mogelijke voorzichtigheid.”

Zonder de moralist uit te hangen, veroordeelt Martina dopegebruik. „Omdat het slecht voor je is en oneerlijk is. Ja, er wordt onder atleten over gesproken, maar je weet nooit wie wel of niet gebruikt. Ik houd me er ook niet zo mee bezig. Ik ben van mening dat je gewoon hard moet trainen. Dan komt het vanzelf goed.”

    • Henk Stouwdam