Een vooroordeel om je voor te schamen?

Ik sprak een vrouwelijke kennis bij wie mij nog nooit enig racistisch vooroordeel was opgevallen. Zij vertelde me over de volgende ervaring.

Aan het begin van de avond keerde zij met de trein naar Amsterdam terug. In een van de kleine coupés zaten twee jonge mannen druk te praten. De een was vermoedelijk een Marokkaan, de ander een zwarte Afrikaan. Zij spraken in een mengelmoes van Nederlands en Engels met elkaar. Spraken? Het was eerder een soort roepen. Het ging er zo uitbundig en luidruchtig aan toe dat mijn kennis haastig doorliep naar het grotere compartiment.

Op het balkon was ze een man gepasseerd die op een klapstoeltje zat. Hij had een ingeklapte rolstoel naast zich. Hoe moest hij er straks weer uit? Mijn kennis vroeg het zich af. (Vooroordeel: vrouwen zijn socialer dan mannen.)

De trein liep Amsterdam binnen.

Mijn kennis stelde zich de vraag of de twee allochtone jonge mannen bereid zouden zijn de invalide te helpen. Wat haar bij dergelijke jongeren vaak was opgevallen (vooroordeel?), was dat zij weinig oog voor hun omgeving hadden. Zij hadden haar nooit bedreigd of mishandeld, maar zij hadden zich ook nooit erg hulpvaardig getoond.

Zij maakte zich enigszins bezorgd over de situatie omdat de trein in dit gedeelte vrijwel leeg was en de invalide dus op haar hulp aangewezen was als de mannen het lieten afweten.

Goed, de trein stopt. Mijn kennis houdt zich een beetje achteraf in afwachting van de daden van de mannen. Helpen ze de invalide of doen ze alsof hun neus bloedt?

Ik wilde haar op dit punt van haar verhaal niet in de rede vallen met de opmerking dat ook bij autochtone jongeren (en ouderen!) de neuzen behoorlijk konden bloeden.

Druk pratend en gesticulerend komen de twee allochtone mannen uit hun coupé. Ze lopen op de geopende treindeuren af en het lijkt er even op alsof ze de invalide man niet eens zien zitten, maar dan draait de Marokkaanse man zich zwijgend om, tilt de rolstoel op en zet hem op het perron neer. De invalide hijst zich via een stang naar buiten, bedankt hartelijk en rolt zich naar de lift.

Wat ik mezelf een beetje kwalijk neem, zei mijn kennis, is dat ik er ernstig rekening mee hield dat deze mannen geen hulp zouden bieden. Was dat een vooroordeel?

Ja, zei ik, maar zo’n herkenbaar vooroordeel dat ik er een stukje over zal schrijven.

Meer columns van Frits Abrahams op nrc.nl/dag