Een taboe op goed nieuws

Stroom in plaats van olie als ‘brandstof’ voor auto’s – kan dat? Joris Luyendijk zoekt het uit.

Lars van den Brink Brink, Lars van den

Terwijl u dit leest, is uw correspondent met vakantie, een uitgelezen moment voor een terugblik op mijn belangrijkste ontdekkingen van de afgelopen tien weken. Volgende week evalueer ik de voor- en nadelen van deze journalistieke vorm, en op mijn laatste vakantiedag gaat het over de koers voor de komende maanden. Want mijn ontdekkingen nopen tot stevige aanpassing van mijn plannetjes.

Ontdekking één: de haalbaarheid van de elektrische auto is geen uitgemaakte zaak. Stelt u zich die invoering voor als een keten van tientallen schakels, waarvan vele gehuld zijn in mist. En zoals bekend: één zwakke schakel kan de hele ketting waardeloos maken.

Voorbeeld: de elektrische auto rijdt op elektriciteit. Die zit in een accu. Waarvan is die accu gemaakt? De beste papieren heeft lithium. Dat is vooral te halen uit Bolivia. Hoe verandert dat land als de wereld ervan afhankelijk wordt – zie hoe de oude Arabische wereld is verwoest door de olie. Wie weet wordt elders lithium gevonden. Maar kan dat gewonnen worden zonder ecologische verwoesting of funest groot energieverbruik? Of: wint toch een andere accutechnologie zonder lithium? Nog wilder: wordt de accu overbodig doordat iedere auto onzichtbare zonnepanelen krijgt, of doordat auto’s draadloos worden opgeladen terwijl ze rijden? U lacht, maar in Korea is dat gelukt.

Ontdekking twee: politiek en ambtenarij communiceren met ons over de elektrische auto zoals hotelmanagement met de gasten. Stel, u krijgt als hotelgast te horen dat u naar een andere kamer moet. Dan denkt u: ik wil ten minste net zo’n luxe kamer. En ik ga niet meer betalen.

Dat is precies de manier waarop nu de elektrische auto wordt ‘ingekaderd’: gebruikersgemak en prijs per kilometer. Behalve met experts praat ik veel met leken. Het is opvallend hoe geïnteresseerd mensen raken als je het onderwerp breder trekt: de elektrische auto kan ons veel weerbaarder maken tegen oliecrises, en tegen politieke chantage door Rusland, Iran en Saoedi-Arabië. Iedere keer als u tankt, stort u geld op de rekening van Ahmadinejad, Poetin en koning Abdallah, en financiert u de Iraanse kernbom, Saoedische koranscholen en Russische agressie tegen Georgië, Oekraïne en de Baltische staten.

Enlarge the pie, heet dit in het jargon van managementboeken. Als je aan iemand vraagt: wil je meer gaan betalen voor een auto die je dwingt na te denken over opladen, dan zegt zo iemand: ik ben gekke Henkie niet. Maar als je zegt: uw stad kan ruiken als het platteland, en uw ramen kunnen voortaan altijd open omdat er geen autolawaai meer is – dan reageren mensen heel anders op de toevoeging: oh ja, dat betekent trouwens wel dat autorijden iets duurder wordt, en iets complexer, althans, die paar keer per jaar dat je meer dan 150 kilometer ineens wilt rijden...

Een parallel: wie in 1975 had geroepen dat iedereen op de elektrische typemachine moest overschakelen, zou zijn gehoond. Technisch onvolmaakt en waar heb dat voor nodig, de bestaande typemachines doen het toch prima? In 1975 klopte dat. Maar spoel dertig jaar vooruit en trek een lijn van de typemachine naar de pc. Daar had je bij willen zijn, vanaf het begin.

Derde ontdekking: elektrische auto’s kunnen een game changer zijn voor de energiezekerheid. Cruciaal zijn die accu’s. Zeven miljoen elektrische auto’s in Nederland betekent evenzoveel accu’s. Die kun je benutten voor iets wat nu nauwelijks kan: elektriciteit opslaan. Veel ’s nachts opgewekte stroom wordt nu weggegooid omdat het nergens heen kan. Dit verandert als je die stroom kan opslaan in accu’s om overdag mee te rijden, dan wel tegen hoger tarief terug te leveren aan het stroomnet. Je auto als melkkoe – maar nu ben jij de boer en niet de overheid. Opnieuw geldt: flink wat schakels zijn nog in mist gehuld.

Elektrische auto’s zijn veel eenvoudiger te maken en te onderhouden, ontdekking nummer vier. Machtige kolossen als General Motors en Volkswagen kunnen wel eens dinosaurussen blijken, wier ecologische niche wordt ingepikt door honderden veel kleinere vogelsoorten. Dat gaan die dinosaurussen niet leuk vinden, en opvallend veel ingewijden zeggen: Nederland heeft hier een gigantisch voordeel want wij hebben een redelijke thuismarkt en hightech toeleveringsbedrijven, maar geen auto-industrie die via de politiek de nieuwe concurrenten zal wurgen.

Vijfde ontdekking: er gebeurt al veel. Er zijn grondige rapporten en ik kan iedere week naar een congres, werkontbijt of diner pensant. Ook beginnen al dit jaar allerlei experimenten die veel kunnen duidelijk maken over kinderziekten en structurele tekortkomingen. En de laatste ontdekking: Nederland kent nog altijd een taboe, namelijk op goed nieuws. Toen het Nederlandse bedrijf Duracar als eerste een kunststof elektrische auto uitvond, was dat vrijwel nergens nieuws. Nu deze week een aandeelhouder van Duracar failliet ging, kwam dat op de voorpagina.

Misschien is dat wel mijn grootste ontdekking: als je snakt naar beredeneerd optimisme, praat dan met ondernemers en uitvinders. Alleen al het contact met die mensen maakten de afgelopen tien weken een feest. En er komt nog veel meer!