'Een filosoof is meer waard dan een miljardair'

De Franse politicus François Bayrou is begonnen aan een stormloop op het Elysée. Frankrijks ‘opposant numéro 1’ over het ‘kind en barbaar’ Sarkozy, de Franse volksaard en onderneming Europa. ‘Nederland bestaat niet voor Sarkozy.’

‘Sarkozy zoekt altijd aansluiting bij de sterken, en hij kijkt neer op de zwakkeren, alsof ze niet bestaan’ beeld Philippe Provily Provily, Philippe

Het is niets persoonlijks, zegt François Bayrou. Maar met opmerkelijke felheid valt deze rustige Franse centrumpoliticus – van huis uit leraar Frans en klassieke talen, biograaf van Hendrik IV en paardenfokker – de machtigste man van Frankrijk aan.

Na twee jaar aan de macht heeft president Sarkozy veel van zijn populariteit verspeeld. En Bayrou (58) ruikt zijn kans. De grootste oppositiepartij, de Parti Socialiste, is tot op het bot verdeeld, waardoor Bayrou, aanvoerder van de nog geen twee jaar oude centrumlinkse Mouvement Démocrate (MoDem), alle ruimte krijgt. Steeds meer Fransen zien hem als de grote anti-Sarkozy, als het meest geloofwaardige alternatief voor de president, als l’opposant numéro 1. Hard en direct in de aanval is zijn methode. In naam van de traditionele waarden van het trotse Frankrijk, niets minder.

Wat hij vindt van le Président de la République, de man met wie hij ooit samen in een regering zat? Een gevaar voor het land. Een kind en een barbaar tegelijk. Hij misbruikt zijn macht. En wat het ergste is: hij verloochent het wezen van Frankrijk, betoogt Bayrou. „Er is iets bij Sarkozy wat ik gewoon niet verdraag”, zei hij eerder dit jaar, „dat hij de Fransen wil verzoenen met het geld.”

Op het Gare Saint-Lazare in Parijs staat de trein naar Caen klaar om te vertrekken, Bayrou komt rustig aangelopen. Op deze frisse voorjaarsdag zal hij later in de Normandische stad op een campagnebijeenkomst spreken. Op het perron schudt hij hier en daar wat handen van reizigers die hem herkennen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst minister werd (van Onderwijs) is Bayrou in Frankrijk een bekende verschijning. Zijn biografie van zijn streekgenoot Hendrik IV (Le Roi Libre,1994) werd een bestseller waarvan 300.000 exemplaren zijn verkocht. Sindsdien schreef hij nog een tiental boeken en dit voorjaar verscheen zijn politieke aanklacht tegen Sarkozy: Abus de Pouvoir (Machtsmisbruik).

Als Bayrou zijn plaats zoekt in de eerste klas wordt hij als een oude vriend begroet door twee kandidaten voor de Europese verkiezingen van zijn partij. De Europese verkiezingen, in Frankrijk op 7 juni, zijn voor Bayrou al een succes, ongeacht hoeveel zetels zijn partij in het Europees Parlement haalt. In de verkiezingscampagne heeft hij zich ontpopt als de geduchtste tegenstander van Sarkozy. Nu al maakt hij heel politiek Parijs flink zenuwachtig. Er is geen concurrent van Sarkozy die het Elysée met zoveel argwaan in de gaten houdt als Bayrou.

Terwijl het groene Franse land voorbij glijdt, legt Bayrou uit wat hem drijft, wat er op het spel staat, ook voor de rest van Europa, en waarom, zoals hij zegt, een filosoof meer waard is dan een miljardair. En natuurlijk lucht hij ook zijn hart over Sarkozy, die hij soms bij naam noemt en soms alleen maar aanduidt met een afstandelijk ‘hij’. Sarkozy’s netwerk noemt hij steevast ‘zijn vrienden’. Hij doelt op de industriëlen en mediamagnaten die bekendstaan om hun nauwe banden met Sarkozy, zoals Vincent Bolloré (kranten, tv, vastgoed, bekostiger van verschillende presidentiële vakanties).

„Wat er op dit moment in Frankrijk gebeurt”, zegt Bayrou, „zou in geen enkele andere democratie geaccepteerd worden. Kijk hoe nauw de banden zijn tussen de macht en de wereld van industrie en financiën. Kijk hoe de macht en de media onder één hoedje spelen. Zo erg is het nergens...”

Zelfs niet in Italië?

„Daar gaat het veel meer open en bloot. De media zijn daar in het bezit van de premier, dat is voor iedereen duidelijk. In Frankrijk speelt iets anders: Sarkozy zoekt altijd aansluiting bij de sterken, en hij kijkt neer op de zwakkeren, alsof ze niet bestaan.”

Zo kijkt hij ook naar de Europese politiek. „Een land als Nederland bijvoorbeeld – dat bestaat voor hem gewoon niet. Zijn karakter speelt hierbij een grote rol. Hij is jaloers, hij zoekt voortdurend de competitie en hij zegt steeds: ík los de problemen wel op. Ondertussen schikt hij zich naar de allergrootsten. Kijk maar hoe het vorig jaar ging met de oorlog in Georgië: hij zorgde voor een wapenstilstand aan de hand van Poetin, die zijn troepen vervolgens niet uit Georgië terugtrok.

„Alles bij elkaar levert dit presidentschap een verbijsterende cocktail op. Kijk naar zijn begrotingsbeleid, zijn sociaal-economische beleid, hoe neerbuigend hij over migranten praat, over het onderwijs: overal zie je dat hij de sterken de voorkeur geeft boven de zwakkeren.”

Bayrou is geknipt voor de rol van van provinciaal die het opneemt tegen stadsmens Sarkozy. De president is geboren en getogen in Neuilly, de rijkste voorstad van Parijs. Bayrou is de zoon van een boer uit de westelijke Pyreneeën, de Béarn. Zijn geliefde vader Calixte Bayrou had geen geld, wel boeken en koeien. Dat is het Frankrijk, dat is het Europa dat Bayrou wil belichamen.

Sarkozy wil met zijn hervormingspolitiek een eind maken aan het Franse ‘immobilisme’, zoals hij de weigering noemt zich aan te passen aan de globalisering. Bayrou werpt zich juist op als beschermer van het Franse alternatief: een op de geschiedenis gebaseerd beschavingsmodel, waarvan de economie slechts een onderdeel is, niet het doel. Europa, zegt hij, is op zoek naar zijn eigen, niet-Amerikaanse model.

En François Bayrou, de Béarnais, wil de weg wijzen. Pas over drie jaar zijn er in Frankrijk weer presidentsverkiezingen, maar hij is zijn stormloop op het Elysée al begonnen. Vrijwel op eigen houtje. Twee jaar geleden haalde hij in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen een respectabele 18,6 procent van de stemmen. Maar in het parlement heeft hij nauwelijks medestanders. Het maakt hem tot een eenling, en dat versterkt zijn imago van buitenstaander die het moedig opneemt tegen de gevestigde macht.

Volgens een recente opiniepeiling geven de Fransen hem de beste kansen om Sarkozy in 2012 te verslaan – vóór Ségolène Royal, die in 2007 van Sarkozy verloor, vóór Martine Aubry, die nu de PS leidt, en ook vóór de populaire trotskist Olivier Besancenot.

U noemt de politiek van Sarkozy on-Frans. Waarom?

„Frankrijk is in wezen een heel egalitair land. Denk aan vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij wil die republikeinse waarden aantasten: in de publieke dienstverlening, in het onderwijs, aan de universiteiten, in de zorg. Sarkozy morrelt aan die nationale waarden, aan de grondtrekken van dit land. Hij wil overal koopwaar van maken. Dat is vreemd en schokkend voor de Fransen. Net op het moment dat in de hele wereld het neoliberale model instort, wil Sarkozy ervoor kiezen.”

Dat klinkt heel conservatief. Waarom zijn die ‘nationale waarden’ belangrijker dan bijvoorbeeld een efficiënte economie?

„Neem de publieke dienstverlening. Dat is een belangrijke waarde, die Sarkozy op het spel zet omdat er zonodig concurrentie moet worden ingevoerd. De Fransen zullen dat niet accepteren. Geld kan bij ons geen werkelijke waarde zijn. Wij zijn een land dat er diep van overtuigd is dat succes niet afhangt van het werkwoord Hebben, maar van het werkwoord Zijn. Succes is een morele waarde, een intellectuele waarde. In onze nationale traditie is een grote geleerde, een filosoof, meer waard dan een miljardair. En Sarkozy keert dat om.

„Op de avond van zijn verkiezingszege werd dat meteen al duidelijk. Met zijn rijke vrienden ging hij zijn overwinning vieren bij Foucquet’s [het dure restaurant aan de Champs Elysées, red.]. Ik had nooit verwacht dat het zo snel en onverbloemd naar boven zou komen.”

Maar dwingt de globalisering landen niet zich aan te passen, zich te hervormen?

„In tegendeel. Tegenover het dominante model van de globalisering, dat nu vastloopt, moeten we een ander model stellen. Frankrijk heeft daarbij een bijzondere verantwoordelijkheid en kan binnen Europa een inspirerende rol spelen. Als avant-garde.

„De afgelopen 150 jaar hebben we in het Westen, van Parijs tot Moskou, geleefd met de eenvoudige gedachte dat de vooruitgang op den duur de ongelijkheid ongedaan maakt. Maar de neoliberale, neoconservatieve revolutie heeft dat omgekeerd, met dank aan de economen Friedrich Hayek en Milton Friedman en aan Margaret Thatcher en Ronald Reagan. Voortaan was ongelijkheid nodig voor de economische dynamiek. Ongelijkheid was wenselijk geworden, in plaats van betreurenswaardig.

„In de praktijk betekende dit: lagere belastingen, ontmanteling van de sociale zekerheid, fiscale concurrentie tussen landen. Ik had nooit gedacht dat iemand dat model aan Frankrijk zou kunnen opleggen.”

In 1995 steunde u samen met Sarkozy de rechts-liberale presidentskandidaat Edouard Balladur. Wanneer bent u tot de conclusie gekomen dat u een fundamenteel meningsverschil heeft met Sarkozy?

„Dat inzicht kwam pas tussen de eerste en tweede ronde van de presidentsverkiezingen in 2007. U zult zeggen: is dat niet wat laat? Da’s waar. Maar ik heb heel lang gedacht dat hij een soort Chirac was, maar dan jonger: het ging hem alleen om de macht, dacht ik, niet om ideeën. Maar nu weet ik beter. Sarkozy verhult zijn ware aard. In de verkiezingscampagne haalt hij met instemming socialisten uit het Franse verleden aan. Maar hij heeft jarenlang toe gewerkt naar zijn neoliberale revolutie.”

Waar bevindt u zich politiek gezien ten opzichte van links en rechts?

„Mijn visie overstijgt links en rechts. Maar ik ben een sociaal-democraat.”

In het gangpad komt het karretje met koffie en broodjes langs. Een ander moment om te eten is er niet. In Caen moet Bayrou meteen naar de verkiezingsbijeenkomst en daarna vliegt hij snel door naar zijn huis in Bordères bij Pau, tegen de Pyreneeën.

Daar wacht zijn echtgenote Babette, met wie hij zes kinderen heeft, in de boerderij die hij als 23-jarige leraar ging bestieren na het plotseling overlijden van zijn vader. Hij overwon er het gestotter dat zijn jeugd bepaalde. Daar in het zuidwesten van Frankrijk werd zijn politieke ambitie geboren. En hij leed er ook zijn pijnlijkste nederlaag, toen hij vorig jaar met een paar honderd stemmen de strijd om het burgemeesterschap van Pau verloor, doordat de UMP van Sarkozy zijn socialistische tegenstander een handje hielp.

Het wordt een stokbroodje ham-met-rauwkost, zegt Bayrou na lang snuffelen tussen de versnaperingen. En een cola light. Echt eten krijgt hij ’s avonds weer.

De afgelopen jaren is Bayrou geleidelijk aan opgeschoven naar links. Ooit gold hij als een van de kroonprinsen van de centrum-rechtse president Giscard d’Estaing. In 1998 werd hij zelf de leider van Giscards partij UDF, sinds tientallen jaren een belangrijke formatie in het Franse politieke landschap, die liberalen, christen-democraten en pro-Europese stromingen verenigde.

Twee keer deed Bayrou vergeefs een gooi naar het presidentschap, in 2002 en 2007. Maar een geschiedenis van nederlagen hoeft in Frankrijk geen obstakel te zijn, het is eerder een voorwaarde om aan de top te komen. Serieuze kandidaten voor het Elysée herken je aan hun lange adem. Aan hun vermogen om een periode van eenzaamheid en verlies te overleven. En aan vetes die nog het meest weghebben van epische duels die over decennia worden uitgesponnen. Langs die moeizame weg lukte het François Mitterrand, die in 1958 voor het eerst presidentskandidaat was, om in 1981 uiteindelijk president te worden. Zo kwam ook Jacques Chirac, keer op keer verslagen, alsnog in het Elysée.

Maar kan Bayrou wat Mitterrand en Chirac konden? Na zijn goede score in 2007 raakte hij geïsoleerd. Bijna zijn hele partij, UDF, liep over naar Sarkozy. Er kwam een nieuwe, tegen Bayrou gerichte rechtse centrumpartij, Nouveau Centre, aangevoerd door oude vrienden van Bayrou die nu minister zijn. Bayrou richtte MoDem op. Maar de parlementsverkiezingen, een maand na de presidentsverkiezingen in 2007, kwamen te snel. Slechts drie MoDem-kandidaten haalden de Assemblée nationale.

Hoe kunt u oppositie voeren, met zo’n kleine fractie?

„Het parlement telt hier niet mee. Als er nu presidentsverkiezingen zouden zijn krijgt Sarkozy 28 procent, Royal 20 en ik 19 procent. Maar Sarkozy heeft 380 gedeputeerden, Royal 250 en ik heb er drie! Zeven miljoen kiezers, en maar drie zetels. Noem je dat democratie? In Frankrijk hebben we nog niet een minimum aan democratische beginselen. Hier hangt je politieke legitimiteit maar van één ding af: wat zijn je kansen om de tweede ronde van de presidentsverkiezingen te halen?”

Waarom denkt u meer kans te hebben om Sarkozy te verslaan dan Royal of een andere kandidaat van links?

„Ik kan meer mensen bij elkaar brengen. Negentig procent van de mensen die zich centrist noemen spreken een voorkeur voor mij uit. En ik spreek aan bij links én bij een deel van rechts.

„Bovendien verkeert de PS in een diepe crisis. Ze hebben geweigerd zich achter één leider te verenigen. En het ontbreekt ze aan inspiratie. Ze verlaten zich te veel op de staat, terwijl ik zeg: leg meer verantwoordelijkheid bij de samenleving. Ik sta dichter bij de sociaal-democraten in de rest van Europa.”

Nergens anders zetten centrumpolitici zich af tegen het kapitalisme als systeem.

„Ik ben óók voor het vrije ondernemerschap. Alleen vind ik dat de markt niet alles moet domineren. Het economische model moet niet bepalend zijn voor de inrichting van de hele samenleving. Helaas ontbreekt het op dit moment in Europa aan leiders die over dit soort kwesties nadenken.”

Maar Sarkozy is toch juist een nieuw soort leider, die debat aanzwengelt en initiatieven neemt?

„Maar op een verkeerde manier. Neem zijn overhaaste beslissing Frankrijk te laten terugkeren in de militaire commandostructuur van de NAVO. Schokkend! Ik sta op de bres voor een Europa dat niet afhankelijk is van de Verenigde Staten, dat op hetzelfde niveau staat, als vriend, als gelijkwaardige. Een Europa onder Amerikaanse dominantie wijs ik af.”

Beschouwt u zich als geestverwant van generaal De Gaulle, die uit vrees voor Amerikaanse overheersing het Franse NAVO-lidmaatschap op een laag pitje zette?

Enthousiast reageert Bayrou op de naam van de voormalige president (1958-1968), officieel nog steeds de politieke aartsvader van de partij van Sarkozy. „In spiritueel opzicht hoorde De Gaulle bij dezelfde familie als ik. Hij komt uit de sociaal-christelijke hoek van voor 1940: katholiek, voorstander van een solidaire samenleving. Het is ironisch. Heeft u iemand in Europa horen zeggen: het is hoog tijd dat Frankrijk terugkeert in de rangen van de NAVO? Welnee, het kan niemand wat schelen!”

Maar in de praktijk betekent de terugkeer in NAVO vrijwel niets. Het is toch vooral een symbolische stap?

„Het is symbolisch ... en daarom juist essentieel! Sommige mensen denken: symboliek is van secundair belang. Maar symboliek is de kern van de politiek.”

Het debat over de Franse positie in de NAVO gaf Bayrou dit voorjaar weer kleur in het gezicht. Zijn argumenten vonden weerklank van rechts tot links. Terwijl de sociale onrust toeneemt en de Fransen door de economische crisis hardop twijfelen aan het kapitalisme, lijkt de anti-Sarkozy-boodschap van Bayrou aan te slaan. „Deze leider behoudt het eigene van Frankrijk en verwerpt het Amerikaanse model”, zegt hij aan wie het maar horen wil.

Staan de VS niet dichter bij Frankrijk nu Obama gekozen is?

„De VS zijn voor mij een belangrijke macht, waarmee ik het soms eens ben en soms niet. Maar wij Europeanen moeten onze eigen macht vormen, op basis van onze eigen ideeën en waarden. Het is de roeping van Europa om het eigen sociale model te verdedigen.

„Europa kan zich niet alleen ten dienste stellen van het winstoogmerk. Dat is onmogelijk. Dáárvoor hebben we niet 2.000 jaar geschiedenis doorgemaakt. Dat kan dertig jaar politiek van technocraten heus niet zomaar uitwissen.

„We moeten de economie weer haar plaats wijzen. Ik heb veel nagedacht over de afgelopen vijf eeuwen, en wat we nu meemaken, aan het begin van de 21ste eeuw, is nauw met de Reformatie verbonden: de waarheid komt niet van boven, niet meer van de autoriteit, de waarheid komt van ons allemaal.

„Politieke leiders hebben tegenwoordig geen zin meer om hun ambities en idealen te delen met de burgers. Ze zien zich alleen nog als managers. Maar een politicus moet ook onderwijzer zijn. Ik kan net als alle anderen praten over het bruto binnenlands product, over groei en begrotingstekort. Maar dat verwachten de mensen niet van de politiek.”

Gaat de Europese integratie niet ten koste van de nationale identiteit?

„Die diepe vrees bestaat ook in Frankrijk. We moeten de mensen geruststellen: Europa is niet gebouwd om identiteiten gelijk te trekken, maar om ze te beschermen. We hebben ons daarvan alleen laten afleiden en toegelaten dat Europa een onderneming voor ingewijden werd. Maar identiteit is een mensenrecht, op historisch vlak, op cultureel vlak en via de taal.

„Sinds de economische crisis is losgebarsten is de angst voor het verlies van nationale identiteit overigens wel afgenomen. Men beseft nu beter dat we ons dankzij Europa tegen de crisis kunnen verweren. Zo’n wereldwijd probleem kunnen we alleen aan als Europese Unie. Ieder voor zich is in Europa geen optie meer.

„Als je de Fransen vraagt: wat kan ons door de crisis heen helpen?, dan zeggen ze ten eerste: wij zelf, onze familie en vrienden; en ten tweede: Europa. Over de regering of de president hoor je ze niet.”

Men verwijt u een populist te zijn.

„Ik beroep me op het volk. Ik ben van het volk – moi je suis peuple.”

De trein nadert Caen. In het gangpad klampt een vrouw Bayrou aan: of ze een foto mag nemen van hem met haar zoon. Zonder het antwoord af te wachten duwt ze de jongen naar voren. Ontspannen poseert de politicus naast de verlegen tiener, die gelaten aanziet hoe zijn moeder zijn telefoon pakt en het plaatje schiet.