De takken gebaren breed

Waar: Rondom Clairmarais: Sentier de la cuvette, wandeling 9 uit FFRP-gids ‘Le Pas-de-Calais’

Afstand: 18 km

Aan de rand van een veld rode kool wiebelen vijf stevige zwanenkuikens in hun nest. Hun lange halzen zitten nog een beetje in de weg. Goeie plek voor een nest is dit. De roze kolen flatteren de zwaantjes, en ze kunnen zwemmen in een stroom tussen met zacht onkruid begroeide wallekanten. Die stroom volgen wij over een pad van steenslag en aangestampte aarde.

Het licht keuvelt, de zon brandt zo’n beetje door de zachte wind heen. Wolken plat en zacht als vloeistofdia’s verrijken de hemel vol verschoten blauw. De velden en de akkers golven alle kanten op. Ze vormen vlakken, van elkaar gescheiden door struikbosjes. Vaak houdt een eenzame majesteitsboom toezicht, met een breed gebaar van ervaren takken. Op de akkers staat stevig jong koren, maar er zijn ook velden vol zwabberende wilde haver. Nergens goed voor, geloof ik, maar wel voor het oog. De zachtgroen gesealde hooipakketten in het grasland noemt man „een melancholische herinnering”.

In de verte glijdt een autootje langs alsof het aan een draadje wordt meegetrokken. Af en toe duikt er een kleine hoeve op, onder gebogen oranje pannendaken. Op elk erf gaat een blafhond tekeer, meestal tussen rommel en zooi. Maar een troep is het nooit. Want dat kunnen ze hier goed: spullen sorteren, en stapelen. Het worden composities, die verzamelde afgedankte landbouwwerktuigen, of vlonders, of emmers en vaten. De mooiste creatie is de stapel verzaagde deuren naar langgeleden vergeten vertrekken.

De route voert over versleten asfalt. In de barsten overlangs groeit van alles, ook margrietjes. Man ziet achter mij een konijn oversteken, zegt hij. Ik zag dat konijn niet. „En dan was het er niet”, vind ik. Man meent dat ik door het niet gezien te hebben de mogelijkheden juist oneindig vergroot: „Nu kon het ook een olifant zijn.”

Op een enorm veld met koolzaad – alsof er duizenden schemerlampjes branden – volgt een smal pad het bos in. Daar trekt een breed houtvesters-karrenspoor een lichtstreep tussen percelen eik en percelen den. Varens staan lieshoog. Op een open plek doorschijnt de zon alle blaadjes, die worden daardoor evenzovele oortjes van geheime wezens. Ook hier werd artistiek gestapeld, nu van zoetgeurend hakhout. Meikevers zijn wandelaars, ze kuieren met ons mee. We lopen fout en maken een extra krul. Dondert niet. Of nee: des te beter.

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto’s op www.nrc.nl/wandel

    • Joyce Roodnat