De stille kracht van de Raboploeg

Adri van Houwelingen is sinds 1996 ploegleider bij de Raboploeg, die morgen met kopman Denis Mensjov de Giro d’Italia kan winnen. Zijn bijdrage aan het succes is volgens insiders groot.

Danilo Di Luca probeert tijdens de beklimming van de Vesuvius tevergeefs weg te rijden bij rozetruidrager Denis Mensjov. Foto AFP Danilo Di Luca (LPR/IRL) (R) tries to escape from pink jersey Russian Denis Menchov (Rabobank/NED) during the 19th stage of 92nd Giro of Italy between Avellino and Vesuvio (Ercolano) on May 29, 2009. Spaniard Carlos Sastre (Cervelo/SUI) won the stage, Russian Denis Menchov (Rabobank/NED) remains first of the overall ranking and keeps the pink jersey. AFP PHOTO POOL STEFANO RELLANDINI AFP

Als de Russische wielrenner Denis Mensjov morgen bij het Colosseum in Rome wordt gehuldigd als winnaar van de honderdjarige Ronde van Italië, zal zijn ploegleider Adri van Houwelingen niet vooraan staan. „Hij is zijn hele leven al te bescheiden”, zegt ex-bondscoach Egon van Kessel. „Maar met Van Houwelingen als ploegleider won Rabo twee keer de Vuelta en nu waarschijnlijk de Giro. Dat is geen toeval. Bij het publiek is Adri niet zo bekend, intern geldt hij als zeer deskundig.”

De 55-jarige Van Houwelingen is vanaf de start van het Rabo Wielerplan in 1996 ploegleider, maar hij bleef altijd in de schaduw van collega’s als Theo de Rooij, Erik Breukink en Erik Dekker. „Adri hoeft zelf niet zo nodig op de voorgrond”, zegt De Rooij, die na de affaire-Rasmussen in de Tour de France van 2007 opstapte als directeur van de ploeg. „Vanuit de luwte is hij op z’n best. De stabiele factor, de stille kracht van de ploeg.”

Naast interne waardering is er een overtuigende erelijst. In 2005 en 2007 leidde de Gelderlander de ploeg met kopman Mensjov naar de eindzege in de Ronde van Spanje. „Met een erelijst als die van Adri zou je als voetbaltrainer een grootheid zijn”, zegt de in 2007 als renner gestopte Michael Boogerd. Het voormalige Rabo-boegbeeld behaalde in 2002 een legendarische zege, toen hij met Van Houwelingen achter zich in de auto de Tourrit naar La Plagne won. „En met hem als ploegleider won ik ook twee keer de Catalaanse Week en Parijs-Nice. Ik werkte graag met Adri, voelde me altijd goed bij hem.”

Van Kessel kent de meest ervaren Raboploegleider al sinds 1972. „We woonden bij elkaar om de hoek, hebben veel samen getraind en gekoerst. Hij was een van de beste en mooiste coureurs die we hadden, won in de jaren tachtig onder meer een Touretappe en de Ronde van Nederland (beide in 1982, red.). Maar ook als renner reed hij liever in dienst van anderen. Zo is zijn karakter.”

De vorig jaar aan de kant gezette bondscoach herinnert zich het NK amateurs van 1977. „Adri was die dag de sterkste en reed in gewonnen positie, maar Piet Kuijs werd kampioen. Ik vroeg hem achteraf hoe dat kon. ‘In de finale zag ik het beeld al voor me’, antwoordde hij. ‘Adri van Houwelingen kampioen van Nederland. Dat kan toch niet?’ Zo denkt hij dus over zichzelf. Die bescheidenheid siert hem, maar werkt niet altijd in zijn voordeel.”

In 1990 werd Van Houwelingen assistent van toenmalig juniorenbondscoach Van Kessel. „Dat had achteraf eigenlijk andersom moeten zijn. Hij bleek geknipt voor de functie van ploegleider. Een analist, een denker, die zichzelf als geen ander kan wegcijferen. Maar als je geen schreeuwer bent, zien mensen je soms over het hoofd. Hij won twee keer de Vuelta, maar vorig jaar werd hij door Rabo ineens als tweede ploegleider naar de Spanje gestuurd. Een miskenning van zijn kwaliteiten. Omdat hij zich niet uit, lijkt het misschien dat hij geen ambities heeft. Maar die heeft hij wel degelijk.”

Toen bankier Harold Knebel vorig seizoen De Rooij opvolgde als directeur en veel vernieuwingen doorvoerde, maakte Van Houwelingen geen gelukkige indruk. Bij de ploegvoorstelling werd hij als een van de laatsten naar voren geroepen. „Adri haalde toen zelf meteen de rest van het personeel op het podium”, lacht Boogerd. „Dat was door de leiding niet zo gepland, een eigen actie van hem. Heel typerend. Zo gaf hij aan wie volgens hem echt belangrijk zijn in de ploeg.”

Mecaniciens en verzorgers dragen Van Houwelingen op handen. De Rooij: „Het geeft hem de meeste voldoening om met een groep mensen iets op te bouwen en naar succes toe te werken. Als het succes daar is, wil hij dat met iedereen in de ploeg delen. Wij wisten ook altijd precies wat er binnen de ploeg speelde. En Adri drukt binnenbrandjes direct de kop in.”

Naar buiten profileert hij zich weinig, intern zegt Van Houwelingen waar het op staat. „Zet hem niet weg als grijze muis”, zegt Van Kessel. „Ook tegenover toprenners is hij keihard in zijn oordeel. Dat zijn de meeste jongens tegenwoordig niet meer gewend, maar dat maakt hem niets uit. Hij kan zijn kritiek altijd onderbouwen.”

Zelfs Boogerd kreeg soms kritiek. „Dat vond ik juist goed, hij bekeek het zonder aanzien des persoons. Wat hij zegt, klopt gewoon. Renners voelen dat. Hij is ook geen meeprater, wat hem bij mannen als Jan Raas, Theo de Rooij, Erik Breukink en Frans Maassen veel respect opleverde.”

In de wedstrijd is Van Houwelingen volgens Boogie boven alles duidelijk. „Met Adri wist je altijd waar je aan toe was. ‘Alles voor Boogerd’, zei hij vanaf de eerste dag in de Catalaanse Week van 2001. Onderweg naar La Plagne deed hij het ook perfect. ‘En nou is het godverdegodver afgelopen’, schreeuwde hij toen ik op een gegeven moment te veel drinken aanpakte. Die duidelijkheid zal ook Mensjov aanspreken. In 2007 wonnen ze de Vuelta met niet eens zo’n sterke ploeg. Maar van renners tot personeel stond binnen de ploeg alles dezelfde kant op. Dat zie je nu in de Giro weer.”

Volgens De Rooij rendeert de aanpak van Van Houwelingen optimaal in drieweekse rondes. „Elke dag de praktische afspraken maken met renners en personeel, wie doet wat, in de wedstrijd en daarbuiten. Dat ligt Adri wel. Daarbij is hij tactisch goed, kan de wedstrijd uitstekend ‘lezen’. En hij blijft te allen tijde rustig.”

Voor Van Kessel is de conclusie duidelijk. „Laat Breukink gerust eerste man zijn in de Tour, als gezicht van de Raboploeg. Maar geef ook Van Houwelingen een belangrijke rol. Op de achtergrond.”

    • Maarten Scholten