De stelling van Gerard Schellekens: de arts mag niet het laatste woord hebben aan het sterfbed

Gerard Schellekens is gisteren veroordeeld tot celstraf. Hij heeft in 2007 een 80-jarige vrouw geholpen bij zelfdoding, terwijl hij geen arts is. „Wat maakt het uit of ú een drankje geeft, of de dokter?” zegt hij tegen Roel Janssen.

Gerard Schellekens (1937) is voorzitter van de Stichting Vrijwillig Leven die hij in 1996 hielp oprichten. Ook is hij hulpverlener bij deze stichting. Netherlands, Maastricht, 26.05.2009 Gerard Schellekens, voorzitter Stichting Vrijwillig Leven. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

U bent gisteren veroordeeld tot 10 maanden celstraf, waarvan 8 voorwaardelijk, voor hulp bij zelfdoding. U wist: dat is strafbaar.

„Als je letterlijk naar de regels kijkt, is dat zo. Maar regels ontslaan mensen niet van hun eigen verantwoordelijkheid. Hulp bij zelfdoding betekent dat je iemand op verzoek een middel aanreikt en je blijft erbij aanwezig tot die persoon is overleden. Als een arts zich aan de voorschriften houdt en het meldt, mag hij dat doen.”

U bent geen arts.

„In dit geval konden de moeder, de kinderen en ik geen arts vinden die dit wilde doen.”

En dan zegt u: dan help ik wel.

„Nee, nee. Toen de kinderen bij onze stichting kwamen, was ik ervan overtuigd dat de hulpvraag conform de regelgeving uitgevoerd kon worden. Maar de arts weigerde mee te werken en de verpleeghuisarts was van mening dat mevrouw niet ondraaglijk leed. Daar dachten zijzelf, haar kinderen en ook ik anders over.”

U heeft aan de mevrouw een gifbeker aangereikt.

„Ik ben als koerier opgetreden.”

Waar kwam dat spul vandaan?

„Van een apotheek, op voorschrift van een arts.”

Je kunt toch niet zomaar naar een apotheek gaan en een dodelijk drankje halen?

„Nee, en dat moet ook absoluut niet kunnen.”

Hoe krijg je dat dan?

„Een dokter schrijft een recept voor.”

En dan kun je het afhalen?

„Nee, nergens. Het moet niet zo worden dat iedereen naar een dokter kan gaan en een receptje kan laten uitschrijven. Als we zó met elkaar omgaan in Nederland, zijn we erg ver gezonken. Dan zeggen we in feite tegen mensen die we liefhebben: ‘zoek het maar uit’.”

Dus u kon niet zo maar aan een dergelijk middel komen.

„In deze uitzonderlijke situatie heb ik een arts bereid gevonden een recept te schrijven en mij de middelen aan te reiken zodat ik als koerier kon optreden en de arts buiten schot bleef. We waren er zeker van dat het op dezelfde wijze zou gaan als wanneer er een arts bij zou zijn geweest. Ik heb gemeld aan de officier van justitie en aan de schouwarts dat er sprake was van een niet-natuurlijke dood, geen misdaad zijnde.”

Is dit de eerste keer dat u dit zo gedaan heeft?

„Ja. In andere gevallen krijgen we artsen die meehelpen. Deze situatie was zó evident, dat ik me niet heb kunnen voorstellen dat de officier er een zaak van zou maken.”

Was u verrast door de actie van het OM?

„Ik was verrast dat de kinderen, een uur nadat de moeder overleden was, in de politiecel werden gezet.”

Is het omdat het OM dit soort zaken niet wil hebben?

„We hebben keurige regelgeving. Maar het kan niet zo zijn dat op enig moment een arts om privéopvattingen iemand níet wil helpen en dat iemand vervolgens met lege handen staat en nergens in beroep kan gaan. Dat kan niet de bedoeling van de wetgever zijn.”

De wetgeving is duidelijk: hulp bij zelfdoding is verboden.

„Nee, de wetgeving zegt dat een arts erbij betrokken moet zijn.”

Een dokter kan het doen. Een leek niet.

„Wat is het verschil als ú een drankje geeft aan uw vrouw als ze ongeneeslijk ziek is, of de dokter?”

Een arts is bevoegd tot medisch handelen. Een familielid kan een ander motief hebben en dan heet het moord.

„De situatie is dat sommige artsen problemen hebben om mensen te helpen te sterven.”

Omdat u geen arts bent, bent u aangeklaagd, en nu veroordeeld, voor moord.

„Het is geen moord, maar hulp bij zelfdoding. Dat is heel wat anders. Het gaat erom dat de wilsbekwame burger zelf verantwoordelijk is voor zijn afscheid.”

Je kunt je voorstellen dat de wetgever zegt: daar moeten we geen onbevoegden toelaten.

„Ik ben er voor dat een arts en een apotheker erbij betrokken zijn. Het kan alleen niet zo zijn dat een arts, zonder zich te hoeven verantwoorden, iemand in de steek laat. Een terminale patiënt is niet in staat een rechtszaak te voeren om waardig te sterven. Als de kinderen dat via een juridisch proces moeten afdwingen, komen ze uit bij een arts en die kan altijd zeggen: ik doe het niet. Dus zo’n proces is op voorhand zinloos.”

U nam als burger een initiatief dat goedbedoeld was, maar het kan ook slecht uitpakken.

„Daarom pleit ik ervoor dat er steunpunten komen, waar je tevoren kunt melden dat dit soort steun verleend wordt. Nu moet je wachten tot iemand is overleden. Daarna gaat het OM, als de betrokkene er niet meer is, vaststellen of betrokkene wel of niet terecht is overleden.”

Bij wie zou u het vooraf willen melden?

„Bij iemand of een instantie waarin we als samenleving vertrouwen moeten hebben.”

Er kunnen oneigenlijke argumenten meespelen. Iemand doet een melding, maar is eigenlijk uit op de erfenis.

„Natuurlijk. Maar dat geldt voor alle regelgeving. Je kunt niet een regeling bedenken die geen enkele mogelijkheid in zich heeft tot zaken waarvoor ze niet bedoeld is. Je moet openheid bieden en mensen hebben die betrouwbaar zijn.”

Artsen moeten zich aan regels houden, anders kunnen ze naar willekeur handelen.

„In de regelgeving staat dat iemand ondraaglijk moet lijden, zich in een uitzichtloze situatie bevindt en consistent moet zijn in zijn wens om te sterven. Maar dat zijn geen objectief vaststelbare normen. In de situatie waarvoor ik ben aangeklaagd en nu veroordeeld, zei de arts: ik vind niet dat deze mevrouw ondraaglijk lijdt. Daarom deed hij niets.”

En dan zegt u: ik zal het doen.

„Ik hoop dat de wetgever dadelijk zegt: het is toch vreemd, dat iemand in de cel moet omdat hij toevallig werktuigbouwkunde heeft gestudeerd en geen medicijnen.”

Is dit een proefproces?

„Het gaat erom om aan de hand van dit voorbeeld aan te geven dat het vreemd is dat in Nederland een persoon met een stervenswens nergens terecht kan in Nederland.”

De wetgeving is bedoeld om te voorkomen dat je mensen de dood in kunt jagen.

„Het moet niet makkelijker worden. We hebben in Nederland normen bedacht waarbij je geholpen mag worden om te sterven.

„Tegelijkertijd maken we de uitvoering ervan onmogelijk, omdat we hebben bepaald dat alleen een arts – zonder zich ervoor te hoeven verantwoorden – al dan niet mogelijk maakt of iemand zelf waardig afscheid van het leven en intimi kan nemen.”

Richt u zich meer op het monopolie van de artsen dan op de vraag of justitie deze zaak wel of niet moet vervolgen?

„Ja.”

Er is politiek geen draagvlak om verder te gaan dan de huidige, volgens velen liberale wetgeving.

„Van de bevolking is 82 procent voor zelfbeschikkingsrecht. Ook 76 procent van de CDA-stemmers is daar voor.

„Het zelfbeschikkingsrecht moet in een goede context uitgeoefend kunnen worden.”

In dit geval is het zelfbeschikkingsrecht verplaatst naar een buitenstaander die zegt: ik zal wel helpen.

„Nee, de persoon zélf heeft daar over beschikt. Denken alleen maar artsen na over ethische opvattingen en hebben die geen belangen?”

Ze hebben medische kennis.

„Zeker, daarom moet een arts erbij betrokken blijven. Dat moet alleen niet zo ver gaan dat zíj uitmaken of iemand eindeloos moet lijden.”

Mag u dat dan uitmaken?

„Nee. De wilsbekwame persoon die hulp inroept, liefst met zijn kinderen, maakt dat uit.

„Als die persoon aan alle criteria voldoet, dan is het procedureel en legaal mogelijk om waardig afscheid te nemen.”

Persoonlijke motieven van de kinderen kunnen meespelen. Laat moeder maar overlijden vóór de wintersportvakantie, dan zijn we van het gedoe af.

„Denkt u dat er iemand is die zo zou handelen? Die optie is er niet. Als iemand dat zou doen, moet die worden aangepakt. Ik wil met de arts bespreken wat er gaat gebeuren.

„Daarom pleit ik voor een adviesorgaan dat verstand van zaken heeft en conform de regelgeving ervoor zorgt wat we als samenleving acceptabel vinden.”

Dan zegt het adviesorgaan: meneer Schellekens krijgt alle ruimte, maar meneer Janssen niet, want die vertrouwen we niet. Daar los je het dilemma niet mee op.

„De ultieme verantwoordelijkheid ligt bij de betrokkene zelf. En als die dat niet meer kan doen, bij zijn of haar gevolmachtigde.”

Die kan een eigen belang hebben.

„Dat is het risico dat de volmachtgever aanvaardt. Ik vertrouw meer op mijn vrouw en kinderen dan op de staat.”

De staat moet er op toezien dat dergelijke situaties niet leiden tot excessen of dat andere motieven dan puur humanitaire een rol spelen.

„De staat kent de motieven van de persoon in kwestie niet. Het gaat altijd over een individu, niet over een groep. Veel mensen lopen tegen een situatie aan die ze niet begrijpen omdat artsen en verpleegartsen niet willen meewerken.”

Voelt u zich iemand die beslist over leven en dood?

„Absoluut niet. Ik vind dat ik mensen moet adviseren hoe de regelgeving in elkaar zit en ik wijs op de gevaren als men gaat klungelen.

„Als mensen zelf gaan rommelen, kan het wel 48 uur duren voordat ze overlijden.”

Er zijn beruchte zaken van ‘Engelen des doods’ die patiënten actief helpen sterven. Daarvan vinden we dat justitie hard moet optreden.

„Terecht. Het is een zaak van zorgvuldigheid, van de hulpvrager, een gevolmachtigde, de arts en apotheker die erbij betrokken zijn. Wat kun je nog meer doen?”

Vasthouden aan Artikel 2 van het Europees verdrag van de rechten van de mens: iedereen heeft recht op leven.

„Ik ontneem niemand het recht op leven. Dat staat niet ter discussie. Iedereen heeft ook recht om te sterven. Iemand mag zelf zijn leven beëindigen. Geen regelgeving die dat belet. Dat zou me ook wat moois zijn. Je leeft vrijwillig als je ook afscheid kunt nemen van het leven. Daar gaat het om.”