Ameeeerrrrrica

Aan ‘onze normen en waarden’ heb je hier niets. Die van wie precies?

Patrick Welsh, al sinds 1970 docent Engels op T.C. Williams, de enige openbare high school van Alexandria.

Twintig minuten rijden vanuit Washington heb je de voorstad Alexandria. In Old Town, het centrum, wonen de miljonairs, vaak lobbyisten. Iets naar het noorden ligt sociale woningbouw, hier bekend als ‘de Berg’. De Berg is zwart. Verderop in de buitenwijken wonen de immigranten. Tussen de Berg en de buitenwijken staat T.C. Williams, de enige openbare high school van Alexandria.

Ik zit er in de lege kantine met de koppige Patrick Welsh, hier al sinds 1970 docent Engels.

„Kijk eens daar”, zegt hij, zogenaamd turend naar het tafelblad.

Links komt een meisje aanwiegen, prominente kont in hotpants, hoge roze laarzen. Welsh zucht.

Ruim tweeduizend leerlingen, allemaal vijftien tot negentien jaar oud. Zo’n mooie openbare school heb ik in DC nog niet gezien. Frisse gangen, licht en lucht. En gemengder dan je in Washington zult zien. In DC zijn de openbare high schools vrijwel zwart, witte tieners gaan naar particuliere scholen. Op T.C. Williams zitten kinderen van witte miljonairs, van zwarte alleenstaande moeders uit de Berg en van immigranten uit de buitenwijken in dezelfde klas.

Patrick Welsh. Streepjesoverhemd, das en bretels. Hij stemde op Obama. Belangrijker: hij is 68 jaar oud. Hij laat zich door Republikeinen noch Democraten nog iets wijsmaken.

Af en toe schrijft hij op de opiniepagina van The Washington Post over de situatie op school. Soms moet hij daarna een weekje omlopen voor boze zwarte collega’s. Zoals toen hij de gettostijl ontleedde. De dure shirts en flashy telefoons. Onbehouwen meiden die ‘video ho’ willen worden, videohoer, meisje in een hiphopclip. Nike Jordans. Ghetto fabulous noemen ze het zelf, maar zo mag je het niet noemen, want dat is stigmatiserend.

Veel zwarte tieners op T.C. Williams, schreef Welsh, zijn kinderen van Afrikaanse immigranten. Die dragen geen dure kleding. En na maar een paar jaar in Amerika doen ze het al uitstekend. „Ze laten veel Afro-Amerikanen academisch in het stof bijten.”

We staan op. We lopen door lege gangen, de lessen zijn begonnen. Op rechts nu een meisje in minirok op stilettohakken, weer met een achterste als een uitroepteken. Zij tuimelt lachend, te laat, een klas binnen. Wij gaan naar een uithoek van het gebouw. Naar Tiny Titans, het gratis kinderdagverblijf dat binnen de schoolmuren werd geopend, zodat de zeventig tienermoeders onder de leerlingen nog hun eindexamen kunnen halen. Een mooie peuterklas, alles van blank hout. Een deur verder zit de babygroep. Lieve bedjes.

De moeders zijn in meerderheid Latino of Afro-Amerikaans. Hun blanke en Afrikaanse klasgenoten peinzen er niet over zwanger te worden.

Welsh bekijkt soms hoe ze ’s ochtends binnenkomen.

„Grappen makend samen: ‘Even mijn lading dumpen.’ „

„Trots aaien ze elkaars zwangere buiken. In de klas. Onder mijn neus.”

Hij spreekt ze er niet op aan. Daarvoor moet je als man op Amerikaanse scholen oppassen, je hebt zo een zedenzaak aan je broek. Wel praat hij met de sociaal werkster op school, die de zwangerschappen hoofdschuddend een rite de passage noemt. Met de schoolverpleegster, volgens wie ‘ongelukjes’ een mythe zijn, want het gaat vaak om status. Welsh gelooft dat de crèche zwangerschappen aanmoedigt.

En dat schrijft hij dan in de krant. Daarna loopt hij weer een weekje om.

Maar wat te doen? „We zitten klem.” Hij heeft een oogappel, Cynthia met het goede verstand. En toch een dikke buik op haar vijftiende, zoals haar eigen moeder. Nu kan Cynthia’s baby naar Tiny Titans, goddank, zegt Welsh. Hij weet hoe hard ze werkt. Om zes uur opstaan, school, huiswerk, baby verzorgen, daarna tot tien uur ’s avonds nog achter de kassa.

In Tiny Titans worden we weggekeken. Terug naar zijn klaslokaal.

Een jongen en een meisje op de gang, blank, spijkerbroeken, Gap-shirts. Ze duwen een afvalcontainer. Welsh klaart op.

„Gaan jullie recyclen?”

„Yep, meneer Welsh. Wij redden het milieu, met één container tegelijk.”

Ik mag nog een les volgen. Hoe Welsh de slimme provocateur van de klas, wit, rustig languit op de tafels laat liggen, zolang hij maar meedoet. Hoe hij het meisje dat nog in de gang voor een jongen met haar heupen staat te draaien, zwart, juist autoritair naar binnen blaft.

Ze komen uit Amerika, Ethiopië, Sierra Leone, Engeland, Afghanistan, El Salvador. En zij dragen hem op handen.

Later vraagt Patrick Welsh een leerling uit Sierra Leone me de uitgang te wijzen. Drie jaar geleden is hij uit Afrika gekomen, zegt de jongen. En nu al de hoogste cijfers van de klas. In Ameeeerrrrrica, glundert hij.

Nee, aan gelijke monniken of kappen heb je in Ameeeerrrrrica niet veel. En met ‘onze normen en waarden’ kun je hier niets. Die van wie precies?

Je moet juist de verschillen zien. Daar zo rechtvaardig mogelijk naar handelen. Met de toewijding bijvoorbeeld van Patrick Welsh, 68 jaar, die er niet over piekert om met pensioen te gaan en al op te geven.

    • Margriet Oostveen