Wilders valt 'elite' hard aan

In zijn permanente zoektocht naar grensverleggende politiek zette PVV-leider Geert Wilders gisteren tijdens het Verantwoordingsdebat een nieuwe stap. Hij veroordeelde de reactie van een Nederlandse vrouw op haar verkrachting door de Talibaan als voorbeeld van het „morele verval” van de Nederlandse elite.

Journaliste Joanie de Rijke had in een boek over haar ervaringen beschreven hoe ze ook wel eens met respect werd behandeld tijdens haar gevangenschap door Talibaan in Afghanistan. Daarmee toonde ze volgens Wilders begrip voor haar verkrachting. Ze is voor hem een schoolvoorbeeld van alles wat mis is met de „elite van politici, journalisten, rechters, subsidieslurpers en ambtenaren”. En die elite wees Wilders gisteren expliciet aan als oorzaak van wat niet deugt aan Nederland.

Tegen de daaropvolgende woede van zijn mede-Kamerleden wist Wilders zich moeizaam te verweren. Toen GroenLinks-leider Halsema – „u kent geen enkele ethische begrenzing” – hem vroeg aan te wijzen waar de journaliste begrip had getoond voor haar verkrachting, zei Wilders dat ze „de hele situatie rondom haar kwalijke verkrachting had gerelativeerd”. De journaliste zelf zegt vandaag in het AD: „Als Geert Wilders mijn boek had gelezen, had hij dit niet gezegd. Ik ben wel degelijk heel kwaad op de daders.”

Naast zijn gebruikelijke anti-islamverhaal ontvouwde Wilders gisteren duidelijker dan ooit een tweede vijandbeeld: iedereen die ook maar enige band heeft met het maatschappelijk bestuur van Nederland. Van de „glad pratende bestuurskundedoctorandussen met designerbrillen” tot de VPRO en de „kunstmaffia”. Er is in Nederland een groep die „zich vertrapt en vernederd voelt”, denkt Wilders. „Dat is een Nederland dat weet dat het belazerd wordt door een elite die alles goedvindt.”

Wilders sloot af met de roep om snelle verkiezingen. Met wie van de elite hij dan in een regering zou willen zitten, liet hij in het midden.

Verantwoordingsdag: pagina 2