Vrij reizen - vroeger, nu en in de toekomst

Ze zijn tegenpolen, en ze doen het allebei goed in de peilingen: D66 en de PVV. Vandaag het laatste deel van drie confrontaties met twee lijsttrekkers bij de Europese verkiezingen.

PVV-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen Barry Madlener (rechtsboven) en zijn D66-tegenstrever Sophie in ’t Veld (linksmidden). Foto’s Roel Rozenburg Amsterdam : 25 mei 2009 Verkiezingen EP. Lijsttrekers in 't Veld - D66 en Matlener - PVV. © foto's Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

D66 profileert zich als de meest pro-Europese partij. De PVV als de meest onwrikbare tegenstem. Vooralsnog lijken kiesgerechtigden dat te waarderen. Beide partijen staan hoog in de peilingen en ze zijn de winnaars van de stemwijzers op internet.

Aan een tafel in het American Hotel in Amsterdam geven de lijsttrekkers Barry Madlener (PVV) en Sophie in ’t Veld (D66) hiervoor dezelfde verklaring. „Als kiezers begrijpen waar je staat, waarderen ze dat”, zegt Madlener. „Wij zijn tenminste glashelder”, zegt in ’t Veld.

Daarna is het afgelopen met de overeenstemming. Madlener wil naar Brussel „om ons geld terug te halen”. En om „het Europarlement op termijn overbodig te maken.” In ’t Veld hoopt juist op een versterking van de democratische controle. Ze meent dat wat goed is voor Europa, goed is voor Nederland. „Klimaat, energievoorziening, vrede en veiligheid; alle grote kwesties zijn grensoverschrijdende kwesties die een grensoverschrijdende aanpak verdienen.”

Is er volgens In ’t Veld iets wat niet deugt aan de Europese samenwerking? Ja. Het vetorecht: „Als ministers van 27 landen tot overeenstemming moeten komen, terwijl ze allemaal roet in het eten kunnen strooien met een veto, ontstaan halfzachte compromissen.” En: „Europa wordt nooit slagvaardig als ieder land bij elk verdrag een uitzonderingspositie kan claimen.”

Een slagvaardig Europa. Van Madlener hoeft het niet. Hij is tegen het verdrag van Lissabon, dat onder meer een versterking van de positie van het Europarlement regelt. Toch hoopt hij op een zetel in het parlement dat hij wil opheffen. Vindt hij dat zelf vreemd? Madlener: „Nee. Het Europarlement is wel degelijk een belangrijk instituut. Neem het budgetrecht. De PVV moet iets te zeggen krijgen, om te zorgen dat Nederlands belastinggeld niet over de balk wordt gesmeten. En om bevoegdheden terug te halen. 50 procent van alle regels komt nu uit Brussel. Als het aan Sophie ligt, wordt dat 80 procent. Ik zeg: draai dat eens om. 20 procent uit Brussel en 80 van ons eigen parlement.”

In ’t Veld heeft diametraal tegenovergestelde opvattingen. „Jij wil veel Europese regelingen terugdraaien, terwijl je blij bent met economische samenwerking. Maar economische samenwerking vereist uniforme, Europese regels. Zoals op het gebied van de voedselveiligheid. Om maar niet te spreken van het vrije verkeer van goederen en personen. Daar ben jij tegen, maar dat ís economische samenwerking.”

Madlener ontkent de vermeende inconsistentie. Hij bevestigt dat hij alleen economische samenwerking wil binnen Europa. Vrij verkeer van personen valt daar volgens hem niet onder. „Wij laten Polen hier onze eigen mensen wegconcurreren. We hebben 40.000 werklozen in de bouw en 40.000 Polen die bij ons in de bouw werken. Wie begrijpt dat nou? Wij concurreren onze eigen mensen weg.” Hij vindt het ook onhoudbaar dat het Europese belang samenvalt met het Nederlandse. „Neem het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van softdrugs. Daar ben jij voor. Dus jij probeert in Brussel de rest van Europa het Nederlandse gedoogbeleid op te dringen. Hoezo zelfde belangen? Ik ben tegen het gedoogbeleid, maar ik wil niet dat ik mijn zin krijg met hulp van Duitsers en Fransen in Brussel.”

In ’t Veld: „Andere landen nemen ons beleid juist over. Bovendien is mijn standpunt over softdrugs niet ingegeven door mijn nationaliteit, maar door mijn vrijzinnig-liberale opvattingen. Maar laat mij iets aan jou vragen. De PVV vindt bestrijding van criminaliteit toch zo belangrijk? Waarom dan niet in Europees verband? Dat is aanzienlijk effectiever.”

Madlener: „Helemaal niet. Ik wil geen Europese databank. En ik wil al helemaal geen Turkse agent in de straat. Laat staan dat die mij mag arresteren.”

In ’t Veld: „Dan zeg ik nu tegen alle criminelen: stem PVV!”

Madlener: „Onzin. Met bilateraal overleg gaat het even goed.”

Het gesprek komt op een Europees energiebeleid. In ’t Veld is een groot voorstander. „Alleen Poetin spint garen bij onze verdeeldheid.” Madlener is tegenstander, ook van een open Europese energiemarkt. „Die bevordert de uitverkoop van Nederland. Buitenlandse overheidsbedrijven kopen geprivatiseerde Nederlandse energiebedrijven, want wij moesten natuurlijk weer het braafste jongetje van de klas zijn en splitsten netwerk en producent.”

In ’t Veld: „Zoals zo vaak, voer je hier een achterhoedegevecht. We zijn allang afhankelijk van buitenlandse energievoorziening.”

Madlener: „Ja, en om dat terug te dringen, willen wij dus kerncentrales bouwen.”

In ’t Veld: „Als je denkt dat alles op nationaal niveau is te regelen zonder dat dit leidt tot enorme economische schade, toon je een schrijnend gebrek aan realiteitszin. Alsof je terug kunt naar de 19de eeuw. Wij reageren niet uit de kramp van de angst tegen de boze buitenwereld...”

Madlener gooit zijn armen in de lucht. Geërgerd: „Word nu eens concreet! Uitdagingen, optimisme, angst; die woorden betekenen niets. Wat jij nu zegt, daar is iedereen het mee eens. Niemand is toch tegen de toekomst? Denk je dat ik tegen de toekomst ben? Onzin! Ik zeg waar het op staat: ik ben voor hardere straffen en een strenger veiligheidsbeleid, maar ik wil dat nationaal regelen. Ik wil geen snelwegen in Polen financieren. En ik ben tegen uitbreiding van de EU.”

In ’t Veld: „Een slagvaardiger en democratischer Europa. Dat vergt het afschaffen van het vetorecht en ondertekenen van het verdrag van Lissabon. Dat is zo concreet als wat. En jullie zijn ertegen.”

Madlener: „Klopt. Kijk, zolang wij nationaal denken, wordt het niets met Europa. Hoeveel geld we er ook tegenaan gooien. En dat is ook maar beter zo.”

In ’t Veld: „De EU levert ons geld óp! Bovendien leven we dankzij de EU al decennia op een stabiel continent, in vrede en met vrij verkeer van personen en goederen.”

Madlener: „Vroeger kon je ook gewoon vrij reizen hoor. Mijn ouders gingen ieder jaar met vakantie naar Spanje. Bij de grens wapperden ze met hun paspoort en dan mochten ze gewoon door. Niks aan de hand.”