Van Scorel haalde Italië naar hier

Jan van Scorel: ‘Portret van Agatha van Schoonhoven’ (1529) Page list: [NH 09] 29/05/2009 Grouped pictures: Scorel, Jan van (Schoorl 1495 - Utrecht 1562) portret van Agatha van Schoonhoven collectie Galeria Doria Pamphilj, Rome

Tentoonstelling Scorels roem. Centraal Museum, Utrecht. T/m 28/6, di-zo, 11-17 uur. Inl: 030-2362362 of centraalmuseum.nl * * *

Na een reis van vier jaar door Duitsland en Oostenrijk, en een pelgrimage naar Jeruzalem, arriveerde de Nederlandse schilder Jan van Scorel (1495-1562) in 1522 in Rome. Daar was de verf van absolute topwerken van de Italiaanse renaissance nog zo goed als nat. Omstreeks 1510 had Rafael er zijn beroemde fresco’s in het Vaticaan gemaakt, en had Michelangelo zijn verbijsterende schilderingen op het plafond van de Sixtijnse kapel gemaakt. Van Scorel heeft die werken goed kunnen bestuderen, net als de klassieke beelden van de paus.

Al snel na zijn aankomst werd Van Scorel benoemd tot beheerder van de pauselijke kunstcollecties. Kennelijk zat de toen 27-jarige schilder goed in zijn contacten. Maar het zal ook hebben meegeholpen dat de paus van dienst, Adrianus VI, een Nederlander was. Na een pontificaat van slechts 18 maanden gaf Adrianus de geest. Daarmee kwam ook een einde aan de eervolle aanstelling van Van Scorel, die in 1523 terugkeerde naar zijn geboorteland.

De schilder vestigde zich in Utrecht en trad toe tot het kapittel van de Mariakerk. Ondanks zijn priesterlijke staat leefde hij samen met een vrouw, die hem zes kinderen schonk. Van het vrouwenportret uit 1529 waarmee de expositie in het Centraal Museum opent, wordt aangenomen dat het Agatha van Schoonhoven voorstelt. Het toont het schalks glimlachende gezicht in driekwart pose; het linkeroog half bedekt door het witte kapje op het hoofd.

In Utrecht manifesteren zich ook Van Scorels reisindrukken. Het drieluik dat hij omstreeks 1526 schilderde voor de Utrechtse familie Van Lokhorst is er een mooi voorbeeld van. Het centrale paneel van de memorietafel toont de Intocht van Christus in Jeruzalem. De diagonale compositie, met links de sterk benadrukte figurengroep rondom Christus, en rechts van het midden een diffuus vergezicht op de stad, is duidelijk ontleend aan het compositieschema van Michelangelo’s fresco van de Zondvloed op het Sixtijnse plafond in het Vaticaan. Jeruzalem zal zijn vormgegeven op grond van de tekeningen die Van Scorel daar zelf tijdens zijn reis maakte.

Jan van Scorel was de eerste schilder die de Italiaanse renaissance met monumentale composities voorzien van een helder perspectief en plastische figuren, op grote schaal in de Nederlanden heeft geïntroduceerd. Zijn succes blijkt uit de manier waarop zijn omvangrijke atelier er een bijna seriematige productie op na hield. Van Scorel had veel leerlingen en assistenten en gebruikte bepaalde composities verschillende malen. Van de Madonna met wilde rozen (ca. 1530) bijvoorbeeld, is na materiaaltechnisch onderzoek vast komen te staan dat de ondertekening – die bij Van Scorel vaak met het blote oog door de verflaag heen te zien is – van de meester zelf is. Mogelijk is het schilderij afgemaakt door een assistent die het een en ander aan de compositie heeft gewijzigd. Van deze compositie zijn nog liefst drie versies bekend. In elk daarvan heeft Maria andere bloemen in de hand.

Weinig of niets is bekend van de werken die Van Scorel maakte vóór zijn lange reis in de jaren 1518-1523. De expositie laat wel iets zien van werk van de schilders die invloed op Van Scorel hebben uitgeoefend of die, in het geval van Jan Gossaert en Jacob Cornelisz van Oostsanen, zijn leermeesters zouden zijn geweest. Maar van de twee laatstgenoemden is óf atelierwerk te zien, óf schilderijen die pas zijn ontstaan na Van Scorels vertrek naar Jeruzalem en Rome.

Omdat het thema van de tentoonstelling, zoals blijkt uit de ondertitel, de vraag is ‘hoe een Utrechtse schilder de renaissance naar het Noorden bracht’, zou je verwachten ook iets te zien van de concrete voorbeelden, in schilderkunst, tekeningen, prenten of sculptuur, die de kunstenaar op zijn reis onder ogen heeft gehad. In Rome leerde hij de hoge renaissance kennen, maar ook heeft hij in Neurenberg de grote Albrecht Dürer ontmoet (en zonder twijfel diens werk bestudeerd), en in Venetië zou hij de invloed van Giorgione hebben ondergaan. Meer van zulke kunstenaars en minder van laatzestiende-eeuwse Utrechtenaars als Abraham Bloemaert en Joachim Wttewael, die met Van Scorel weinig van doen hebben, zouden in deze exposite welkom zijn geweest.

    • Bram de Klerck