'Uitzendkracht moet sprokkelen'

De uitzendbranche is hard geraakt door de crisis. Naar schatting 140.000 uitzendkrachten zitten daardoor zonder werk. Een groot deel heeft geen recht op een WW-uitkering.

Mariëtte Patijn (FNV Bondgenoten) over werkloosheid onder uitzendkrachten Bestuurleden dd. 16 05 2006 Hier: Mariette Patijn Dinnissen, Liesbeth

„Dramatisch”, noemt bestuurder Mariëtte Patijn van FNV Bondgenoten de uitkomsten van eigen onderzoek van de vakbond dat de meeste werkloze uitzendkrachten geen recht hebben op een WW-uitkering. „Met name jonge uitzendkrachten onder de 45 jaar zijn de dupe van de crisis. Omdat ze met tussenpozen werken, bouwen ze onvoldoende arbeidsverleden op om een uitkering te krijgen. Voor uitzendkrachten mag bovendien geen deeltijd-WW worden aangevraagd. Dus zitten ze nu thuis met lege handen en weinig zicht op het vinden van ander werk.”

Volgens cijfers van de ABU, de koepelorganisatie voor de uitzendbranche, waren er tussen november 2008 en april 2009 140.000 uitzendkrachten minder aan het werk dan in de periode daarvoor. Maar die groep is niet terug te vinden in de officiële werkloosheidcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Waarom keren werkloze uitzendkrachten niet terug in de cijfers?

„Het gaat hier in feite om een groep verborgen werklozen. Een groot deel van hen, ongeveer de helft, is scholier of student en hoeft dus niet te leven van het uitzendwerk. Maar voor een groep van 50.000 mensen is uitzendwerk echt hun baan. Zij zijn hun inkomen kwijt. Maar omdat ze meestal niet geregistreerd staan bij het UWV, worden ze niet meegeteld in de cijfers van het CBS.”

Is het sociale vangnet wel berekend op een flexibele arbeidsmarkt?

„Absoluut niet. Uitzendkrachten vallen tussen wal en schip. Ze werken een paar weken en dan weer een paar dagen niet. Op die flexibiliteit zijn de uitkeringsinstanties niet berekend. Om een uitkering te krijgen, moet je namelijk langere aaneengesloten periodes werken. Los daarvan grijpen uitzendkrachten ook naast scholingsprojecten die hen aan ander werk zouden kunnen helpen”

Waar leven ze nu dan van?

„Wat we horen en zien in de praktijk is dat ze sprokkelen. Ze verdienen een klein beetje geld door ieder uitzenduurtje te pakken dat voorbijkomt. Het is overleven en hopen op betere tijden. Die mensen zitten vaak ver onder bijstandsniveau. Soms komt er een aanvulling van het UWV, maar vaak moeten ze daar veel te lang op wachten.”

Veel bedrijven hebben door hun grote ‘flexibele schil’ nog geen vast personeel hoeven ontslaan. Dat is toch goed nieuws?

„Zeker. Maar in al die mooie verhalen over de flexibele schil vergeten we dat het om ménsen gaat. De flexibele schil is geen anoniem ding dat je van je af kunt schudden zonder gevolgen. Ons onderzoek toont aan dat de mensen die de flexibele schil vormen in penibele situaties terechtkomen. Hun positie moet verbeterd worden.”

Hoe?

„Allereerst moeten de lonen voor uitzendkrachten omhoog naar 10 euro per uur. Daarnaast willen we een beter sociaal vangnet en vinden we dat uitzendkrachten een vast contract moeten krijgen als ze al negen maanden op één werkplek aan de slag zijn.”

Dat zal lastig worden in deze tijd.

„Dat is zeker lastig. Maar we kunnen werkgevers soms wel overtuigen op basis van cijfers: door de marges die uitzendbureaus hanteren zijn uitzendkrachten duurder dan vaste krachten. Je komt er wel gemakkelijker en goedkoper vanaf omdat je geen reorganisatiekosten hebt en geen sociaal plan hoeft op te stellen, maar soms loont het om ze gewoon op de loonlijst te zetten. Los daarvan hebben werkgevers ook een sociale verantwoordelijkheid.”

    • Patricia Veldhuis