The World's Next Supermodel

VPRO’s Tegenlicht wijdde in februari een uitzending aan de vraag welk economisch supermodel in de plaats zou moeten komen van het Amerikaanse neoliberale kapitalisme. Een belangrijke toetssteen was welk model ‘crisisproof’ zou zijn. Aan de vakjury werden drie economische modellen voorgelegd: het Aziatische model, het Braziliaanse model en het Europese model.

Kishore Mahbubani, auteur van De eeuw van Azië, promootte het Chinese/Singaporese model als’s werelds volgende supermodel. Daar zowel China als Singapore hun economisch succes in de afgelopen jaren te danken hebben aan het ‘beggar-thy-neighbor’ beleid dat ze voerden, beleid dat ten koste gaat van andere landen, kan dat nooit een universeel model worden. China houdt de eigen munt kunstmatig laag, waardoor Chinese producten extra aantrekkelijk worden. Singapore op haar beurt loopt vooraan als het gaat om financiële deregulering en belastingconcurrentie. Als andere landen het voorbeeld van China en Singapore volgen komt er een race to the bottom, meer nog dan de afgelopen jaren al het geval was, en zal iedereen uiteindelijk slechter af zijn.

Het enige ‘navolgenswaardige’ dat overblijft van het Chinese/Singaporese model is, behalve het arbeidsethos, het bestuursmodel. Beide landen worden gekenmerkt door een politieke dictatuur. De economieën van politieke dictaturen zijn het afgelopen decennium inderdaad sneller gegroeid dan die van landen met een open democratie. Maar in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Singapore kan zich, als kleine economie, waarschijnlijk wel als een vrijhaven handhaven naar Luxemburgs model. Maar China kan niet blijven groeien als ’s werelds grootste postorderbedrijf. Als het land een grotere rol wil spelen op het wereldtoneel zal het zelf een motor van groei moeten worden. Daarvoor is innovatie nodig, wat zich weer slecht verhoudt met de onvrijheid waarin de Chinezen nog steeds leven.

Brazilië heeft onder leiding van president Lula da Silva laten zien dat de vrije markt kan samengaan met een sterk sociaal beleid dat gericht is op de allerarmsten. Maar hoewel de verschillen tussen arm en rijk kleiner zijn geworden, ze zijn nog wel veel groter dan elders. En evenals China en Singapore is ook Brazilië erg afhankelijk van export en allesbehalve immuun voor de mondiale crisis. Daar komt nog eens bij de vraag wie Lula bij de verkiezingen in 2010 moet opvolgen, nu bij zijn beoogd opvolgster kanker is geconstateerd.

Wouter Bos, minister van Financiën, presenteerde in Tegenlicht vol verve het Europese oftewel Rijnlandse model voor de vakjury. Niet alleen zou het om kapitalisme ‘met een menselijk gezicht’ gaan, het Europese model zou ook nog eens beter bestand zijn tegen de gevolgen van de crisis die de wereld in haar greep houdt. Maar Bos juichte te vroeg.

Volgens de laatste prognoses zal de economie in de landen van de Europese Unie dit jaar met 3,6 procent krimpen (in de eurozone met 3,7 procent) terwijl de Amerikaanse economie dit jaar naar verwachting met slechts 2,9 procent krimpt. Net als China en Brazilië, zijn de Europese lidstaten sterk afhankelijk van buitenlandse bestedingen. In de VS bedraagt het aandeel van export in het bruto nationaal product slechts 13 procent; in Nederland en Duitsland is dat respectievelijk 35 en 40 procent.

Terwijl de Amerikaanse economie naar verwachting in het derde kwartaal van dit jaar weer zal groeien, wordt het economisch nieuws uit Europa steeds grimmiger. Vorige week stelde de kredietbeoordelaar Standard & Poor’s zijn verwachtingen omtrent de Britse economie voor de middellange termijn bij van stabiel naar negatief omdat de Britse staatsschuld bijna net zo groot is als het bruto nationaal product.

De Amerikanen riepen begin dit jaar de Europeanen op om meer te doen om de economie te stimuleren. Terwijl de Verenigde Staten en China ieder hun economie voor 6 procent van het bruto nationaal product stimuleerden, kwamen de lidstaten van de EU niet verder dan een schamele procentpunt. Ter verdediging voerden de Europese lidstaten aan dat de verzorgingsstaat als een automatische stabilisator werkt: werknemers die hun baan verliezen behouden dankzij de sociale verzekeringen hun inkomen en zorgen zo voor koopkrachtige vraag.

Maar wie de economische ontwikkelingen in de Verenigde Staten en Europa met elkaar vergelijkt, ziet dat de Europeanen het bij het verkeerde eind hadden. Terwijl de verzorgingsstaat in menselijk opzicht wel de rauwe kantjes van de crisis afhaalt, is er geen dempende werking waarneembaar op macro-economisch niveau. De crisis, die in de Verenigde Staten met het subprime debacle begon, treft vooral Europa en Japan. De recessie zal er naar verwachting langer en dieper zijn dan in de VS.

Bij een krimpende economie zal de staatsschuld in de verschillende lidstaten van de EU als gevolg van het zogenaamde noemereffect snel kunnen oplopen; de staatsschuld wordt immers uitgedrukt als percentage van het bruto nationaal product. Als de Amerikaanse economie weer gaat groeien, gebeurt daar precies het tegenovergestelde.

Financieel commentatoren konden deze week hun plezier niet bedwingen toen ze erop wezen dat na het VK ook de VS mogelijk hun AAA-status zullen verliezen. De Braziliaanse kredietbeoordelaar SR Rating kondigde alvast aan de VS te zullen afwaarderen van AAA- naar AA-status. Een pure provocatie, zo gaf de baas van SR Rating ruiterlijk toe. Wanneer nemen de kredietbeoordelaars eindelijk hun werk eens serieus?

Als de crisis iets bewijst dan is het dat de Amerikaanse economie veerkrachtiger is dan die van Europa en Japan bij elkaar. Het is slechts een tussenstand, maar vooralsnog is het Amerikaanse kapitalisme – met een aanpassing hier en daar – opnieuw ’s werelds volgende supermodel.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees