Taliban

De conclusies in de boekbespreking van Linda Polman van het door mij uitgegeven boek In handen van de Taliban van Joanie de Rijke (Boeken, 15.05.09) zijn zo grof dat ze de intenties van de auteur volledig onderuit halen, en ook mijn rol als uitgever ter discussie stellen, terwijl voor beide aanvallen geen grond bestaat.

Linda Polman concludeert dat Joanie zich in een dubieuze journalistieke omgeving bevindt, omdat ze schrijft voor het Vlaamse P-Magazine, dat een website vol ‘blote verpleegsteroutfits’ heeft. P-Magazine is de Vlaamse equivalent van de Nederlandse Revu, waarvoor De Rijke ook schrijft. Ergo: journalisten als Frénk van der Linden, Dylan van Eijkeren en Arnold Karskens zouden dan hun credits ook hebben verspeeld.

Polman stelt dat ‘lezers worden gemanipuleerd [...]. Schrijfster en uitgever vragen respect voor het slachtoffer van een wrede verkrachter.’ Respect allicht, maar volgens Polman zou het boek geschreven zijn om een verkrachting te beschrijven door een Talibancommandant. Dat is niet zo. Het is een van de onderdelen die bij deze gijzeling een rol speelden.

Natuurlijk is De Rijke hevig getraumatiseerd door de ontvoering en de verkrachting, maar, schrijft De Rijke: de commandant heeft me laten leven, terwijl hij me ook had kunnen vermoorden. Die nuance wil Polman niet lezen, omdat het niet strookt met haar beeld van hoe je dient te reageren op een gebeurtenis als deze.

Ze suggereert dat de auteur liegt in haar boek, omdat ze op televisie zei dat haar fysiek niets is aangedaan, terwijl ze in haar boek schrijft dat dat wel is gebeurd. Die tegenspraak is er, maar zoals inmiddels heel wat interviews was te horen en te lezen, was Joanie aanvankelijk veel te getraumatiseerd om daarover iets te zeggen.

Polman meent dat een traumadeskundige het voorwoord had moeten schrijven, zodat de lezer snapt dat hij of zijhet boek anders moet uitleggen dan de auteur het heeft bedoeld. Namelijk zoals zij het zelf heeft gelezen. Dát, Linda Polman, is pas manipulatie van de lezer.