'Sterke vrouwen zijn bedreigend'

‘Ik ben een schrijvende zwarte vrouw,’ zegt Nobelprijswinnares Toni Morrison, die wel het geweten van Amerika wordt genoemd. ‘Maar ik wil zwarte vrouwen niet behagen.’

Toni MORRISON (1931) Afro- Amerikaans schrijfster. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Amsterdam, 19 mei 2009 Mentzel, Vincent

In A Mercy (Een daad van barmhartigheid) Toni Morrisons nieuwste roman, draait het voor de verandering niet om de koppeling slavernij en racisme, het thema in vrijwel al haar werk. Deze historische roman over de opkomst van de slavernij in 17de-eeuws Amerika handelt over álle vormen van rechteloosheid die tot afhankelijkheid en discriminatie leiden. Al haar personages zoeken bescherming om te overleven. De manlijke kolonisten kunnen het niet stellen zonder de steun van een kerkgenootschap, hun vrouwen niet zonder echtgenoot, de autochtone bevolking niet zonder hun clan, kinderen niet zonder vader of moeder.

Toni Morrison, de eerste zwarte Nobelprijs-winnares, begint instemmend te knikken bij deze interpretatie. Ze neemt in deze roman dan ook expliciet afstand tot wat zo langzamerhand een afgekloven thema is geworden, namelijk dat het Amerikaanse racisme en de pijn van zwarte vrouwen in het bijzonder, een direct gevolg zijn van het slavernijverleden.

In Een daad van barmhartigheid (Boeken, 14.11.08) krijgt de uit Nederland afkomstige avonturier Jacob Vaark in 1682 de Angolese slavendochter Florens van een Portugese plantagehouder als betaling. Vaark is tegen slavernij, maar als hij in 1690 sterft laat hij op zijn boerderij vier hulpeloze vrouwen achter. Zijn uit Engeland afkomstige echtgenote Rebekka is aan hem uitgehuwelijkt. Haar personeel bestaat uit drie meisjes: de Indiaanse Lina, wier dorp is uitgeroeid, de zwangere kapiteinsdochter Sorrow, enige overlevende van een piratenaanval, en de zestienjarige Florens, die denkt dat haar moeder haar op achtjarige leeftijd aan Vaark weggaf.

Toni Morrison: „Deze vrouwen kunnen als individu niet overleven, daarvoor zijn zij afhankelijk van instellingen als kerk, clan of familie. De personages, gedepriveerde, wanhopige vrouwen, proberen een soort gezin te construeren. Voor mij vertegenwoordigt de Hollandse immigrant Jacob een eigenschap die nog steeds kenmerkend is voor het Amerikaanse zelfbeeld: de ‘lone ranger’ die schijnbaar in zijn eentje de wereld aan kan, maar wel door rechteloze anderen aan zich te onderwerpen. Als Jacob sterft, moet zijn weduwe om haar land te behouden bescherming zoeken bij de kerk die ze als vrijdenker altijd heeft veracht. Haar personeel heeft helemaal geen bescherming. Rebekka zal Lina, Sorrow en Florens moeten verkopen.”

Als niet de slavernijhistorie maar rechteloosheid in het algemeen de basis vormt van de maatschappelijke ongelijkheid in de VS, hoe komt het dan dat discriminatie op grond van huidskleur voort bestaat, terwijl iedereen formeel gelijke rechten heeft? En waarom willen mannen nog altijd vrouwen aan zich onderwerpen om zelf de ‘lone ranger’ te kunnen uithangen?

Volgens Morrison, als uitgeefster, literatuurprofessor en schrijfster doorkneed in de discussies over racisme en seksisme, zijn de gelijke rechten van etnische minderheden en vrouwen nog lang niet gerealiseerd. „Vrouwen die werkelijk onafhankelijk zijn van kerk, clan, familie of echtgenoot worden als bedreigend ervaren, niet alleen voor mannen maar voor de hele samenleving. Een gerespecteerde, machtige natie moet aan drie eisen voldoen: oorlog kunnen voeren, belastingen kunnen innen en omwille van de voorplanting en de zorg voor het nageslacht de vrouwen eronder houden.

,,Als vrouwen zwangerschap kunnen voorkomen of afbreken, recht hebben op echtscheiding en zelfs met elkaar mogen trouwen, vormt dat een immens gevaar voor het voortbestaan van de natie. De westerse samenlevingen zijn helemaal niet ingericht op zelfstandige vrouwen. En zolang er nog afhankelijke vrouwen zijn die de bescherming van een huwelijk nodig hebben, zal er niet veel veranderen.”

Morrison schudt haar grijze dreadlocks, vraagt om een asbak en steekt een filtersigaret op. Ze vertelt over haar werk aan de universiteit, waar zij geldt als expert in het onderzoek van literatuur op racistische en seksistische clichés. De verhitte discussies over stigmatiserende beeldvorming van zwarten en vrouwen in literaire fictie zijn volgens haar een beetje weggeëbd: „De afgelopen jaren ging de belangstelling van studenten vooral uit naar economie, bedrijfskunde en bankwezen – dat soort studies. Colleges in de humaniora worden als overbodige luxe beschouwd, iets wat studenten er als franje bij doen. Maar de verkiezingscampagne voor Obama heeft wel iets veranderd. De betrokkenheid van de studenten, zowel blank als zwart, was overweldigend.” Tegelijk is zij bang dat die betrokkenheid snel kan overwaaien. „Soms vragen studenten aan mij wat ze moeten doen met hun engagement. Demonstreren, ageren, redevoeringen houden? Dan zeg ik: zoek dat zelf maar uit, realiseer je je wel dat Martin Luther King 26 was, Angela Davis 23, Miles Davis 15 toen ze besloten in actie te komen?”

Door in haar roman de discriminatie van zwarte Amerikanen los te koppelen van de slavernijgeschiedenis wil Morrison een statement afgeven aan nieuwe generaties. „Het Amerikaanse racisme is geen automatisch gevolg van de slavernij, alle volkeren hebben slavernij gekend, maar het racisme is van bovenaf opgelegd, geïnstitutionaliseerd en gelegaliseerd. Daarom is Obama’s verkiezing zo belangrijk, het is de kroon op de burgerrechtenbeweging en een slag voor alle racisten. Als je racisten hun racisme, dat wil zeggen hun superioriteitsgevoel, afpakt dan houden ze niets over: geen energie, geen zelfvertrouwen, geen identiteit.”

De Nobelprijswinnares schiet in de lach als ze hoort dat in Nederland een roman waarin een keurige Joodse jongen op seksueel beschikbare voluptueuze negerinnen valt, Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje, als racistisch wordt aangemerkt. „Maar degenen die dat beweren wijzen wel op een reëel maatschappelijk verschijnsel, al zegt dat niets over een afzonderlijke roman.” Streng doceert ze: „Blanke mannen gaan naar zwarte getto’s om exotische vreemdelingen op te pikken, iemand die niet van hun soort is. Meestal doen ze dat om hun eigen milieu te schofferen: kijk ik ben anders dan jullie, ik haat jullie. Ze exploiteren zwarte mensen voor hun rebellie. Dat is au fond racistisch.”

Blanke schrijvers, stelt Morrison, hebben niet zelden zwarten in hun romans geëxploiteerd, van Edgar Allen Poe en Mark Twain tot Hemingway. „Die ging uitsluitend naar Afrika om zichzelf te zuiveren, om zich beter te kunnen voelen.” Dus kan zij begrijpen dat zwarte vrouwen zich gekrenkt voelen als zij in romans als wellustig, wulps en hoerig worden afgeschilderd. „Een man wil zich superieur kunnen voelen aan een vrouw, veel blanke mannen kunnen hun superioriteitsgevoel niet botvieren op vrouwen die hun gelijken zijn, dus zoeken ze iemand boven wie ze zich verheven kunnen voelen.”

Maar van politieke correctheid die er toe leidt dat romans worden verguisd als racistisch moet zij niets hebben. Zij is strijdlustig, maar ook ontspannen. „Het is altijd goed als taboe doorbrekende romans discussie losmaken. Hoe urgent een discussie over de beeldvorming van zwarte vrouwen hier is, weet ik natuurlijk niet. Wat ik wel weet is dat blanke Europeanen als ze naar de VS emigreren ontdekken dat ze daar niet in de eerste plaats Italiaans, Pools, of Nederlands zijn, maar wit. Die verandering moeten ze ondergaan om een echte Amerikaan te kunnen worden. Je moet accepteren dat je historisch gezien hoort bij de mensen die zwarten verachten.”

Zelf beschouwt Morrison zich niet in de eerste plaats als Amerikaans schrijfster maar als zwarte schrijfster. „Dat wil niet zeggen dat ik een zwart publiek wil behagen. Integendeel, ik hoor vaak van mijn zwarte lezers dat ik de vuile was buiten hang. Dan zeg ik: ja, zoals James Joyce dat met die van de Ieren deed en Tolstoj met die van de Russen. Joyce was een schrijvende Ierse man, Tolstoj een schrijvende Russische man en ik een schrijvende zwarte vrouw.”

Van het verwijt dat ze, zeker in haar eerste boeken zoals The Bluest Eye bijdraagt aan een negatieve beeldvorming over zwarte vrouwen heeft ze zich nooit iets aangetrokken. „Maar, bedenk wel dat het met die beeldvorming in de VS anders ligt dan in Europa. Bij ons heb je zwarte vrouwelijke rolmodellen in alle soorten en maten. Kijk naar de nieuwe First Lady, Michelle Obama. Anders dan haar echtgenoot is zij zo zwart als je maar zijn kunt, ze heeft slaven onder haar voorouders, maar zij is onafhankelijk, hoogopgeleid, ziet er prachtig uit en er is geen man, blank of zwart, die zich superieur kan voelen in haar nabijheid.”

Neemt het racisme dus af naarmate zwarten hogere posities innemen? „Niet automatisch”, meent Morrison, „maar naarmate zwarten meer rechten verwerven, meer kansen krijgen om hun talenten te ontplooien, neemt wel de legitimiteit van discriminatie af.” Vandaar dat zij als gevierde zwarte auteur, die wel ‘het geweten van Amerika’ wordt genoemd steun betuigde aan de presidentskandidatuur van Obama. „Het is ongelooflijk inspirerend voor alle antiracisten dat Amerika nu een zwarte president heeft. Toen ik in 1993 op mijn 62ste de Nobelprijs kreeg was ik buiten zinnen van opwinding en geluk. Mijn oude moeder leefde nog, zij kreeg het te horen van mijn zus en zei: ‘Word ik soms geacht te weten wat dat is, de Nobelprijs?’ Nee, natuurlijk hoefde ze dat niet te weten. Maar nu weten heel veel gewone mensen dat het de belangrijkste internationale literaire onderscheiding is en dat die aan een zwarte schrijfster is toegekend. Ik denk, als we het over beeldvorming hebben, dat die prijs veel zwarte schrijfsters in de VS en in de hele wereld moed heeft gegeven om door te zetten.”

De Bezige Bij geeft Toni Morrisons werk uit.

De recensie van Een daad van Barmhartigheid staat op nrcboeken.nl

    • Elsbeth Etty